Boegbeelden blikken terug op 75 jaar DTS’35

12 mei 2010 om 00:00 Nieuws

,,DTS is een vereniging waarin al decennia lang de jeugd centraal staat. Maar ook een club waarin alle leden met zowel prestatief als recreatief voetbal volledig aan hun trekken komen”, zeggen Jasper Plantagie en Eef van Asselt. Ruim achttien jaar stonden zij als voorzitter aan het hoofd van de club.

EDE - Voetbalvereniging DTS’35 bestaat vijfenzeventig jaar! Op 12 maart 1935 werd de Edese club opgericht. Deze maand vinden allerlei festiviteiten plaats, met als slagroom op de jubileumtaart een rijk geïllustreerd jubileumboek. Clubkenner Eip Janssen en ‘zwaargewicht’ Arjan Molenaar staken de koppen bij elkaar voor een creatieve worsteling. Het boek ‘Hier ligt mijn hart’ wordt vrijdagavond 28 mei gepresenteerd. Oud-voorzitters Jasper Plantagie en Eef van Asselt blikken terug op hun tijd bij DTS .

,,Het is me met de paplepel ingegoten”, begint Jasper. ,,Bij mijn ouders draaide echt alles om DTS. Mijn vader, Reijer Plantagie, werd in 1950 voorzitter. Met een tweejarige onderbreking heeft hij tot 1967 de voorzittershamer gehanteerd. DTS laat mij nooit meer los.”

Bij de familie Van Asselt was het niet anders. Naast secretaris is Eef van Asselt tien jaar voorzitter geweest van de jubilerende club. ,,Toen mij gevraagd werd voorzitter te worden, zei ik; ‘ik wil best leiding geven, maar dan moet ik ook leiding kunnen geven.’ En daar kreeg ik bij DTS alle gelegenheid voor.”

Eef van Asselt verhuisde in 1953 naar Ede. ,,Kort na de verhuizing stond voorzitter Reijer Plantagie al bij mij op de stoep. Hoe hij zo snel wist dat ik in Ede was komen wonen, weet ik niet. Hij vroeg of ik bij DTS wilde komen spelen. Uiteindelijk heb ik maar kort in het eerste team gespeeld. Ik vond mijn maatschappelijke carrière belangrijker dan het voetbal.”

Zowel Eef als Jasper heeft een bewogen DTS carrière achter de rug. Wat hen ook bindt zijn de verhuizingen die zij hebben meegemaakt. Zowel op het terrein van Bruyn de Jong, De Klaphek als sportpark Inschoten waar DTS speelde vele voetsporen hebben liggen.

Als het over hoogtepunten gaat blikken de heren ver terug ,,De eerste bestuursperiode liep erg goed. Samen met secretaris Eip Janssen waren we dag en nacht voor de club beschikbaar. Op het persoonlijke vlak klikte het ook uitstekend. We hebben vele zaken voorbereid. Daardoor waren de maandelijkse bestuursvergaderingen een abc’tje”, vertelt Jasper Plantagie.

Eef van Asselt heeft net als Plantagie altijd oog voor de jeugd gehad. ,,Ik heb de jeugd altijd gekoesterd en kende vrijwel iedereen bij zijn naam. Vaak sloeg ik een uitwedstrijd van het eerste over. Natuurlijk was ik benieuwd naar de uitslag, maar op het sportpark bleef ik zo voor iedereen aanspreekbaar. Dat vind ik ook belangrijk.”

,,In de voetsporen van je vader treden, is een groot goed”, meent Jasper. ,, Maar ik denk daarin geslaagd te zijn. Goede contacten leggen met de gemeente, met andere verenigingen en de KNVB. Daarnaast wilde ik werken aan de mondigheid binnen de vereniging. Niet alleen het bestuur, maar ook de leden bepalen de richting van de club. Daarvoor was verbetering van de interne communicatie geboden. Daar hebben we hard aan gewerkt. Zowel mijn vader als ik waren er voor de leden en niet omgekeerd.”

Plantagie en Van Asselt hebben altijd in het belang van DTS gehandeld. ,,Dat ging niet altijd zonder slag of stoot. Soms moest je een ingecalculeerd risico nemen”, zegt het duo. Dat was bijvoorbeeld de verhuizing van sportpark De Klaphek naar het huidige sportpark Inschoten.

,,Dat was een financieel risico”, zegt Van Asselt. ,,Ik was in die tijd voorzitter en zeker veertig uur in de week met DTS bezig. Rond de bouw van de kleedkamers en het clubhuis moest veel werk verzet worden. Gelukkig waren leden erg behulpzaam en kon iedereen bijspringen.” Toeval of niet. Jasper Plantagie, Henk Gerritsen en Jan Buiter maakten deel uit van de financiële bouwcommissie. ,,We verkochten toen zoveel reclameborden rond het hoofdveld, dat we de financiering van de bouw bijna rond kregen. Dat was, ik meen, wel vijftig duizend gulden”, zegt Jasper.

,,Ook dat is een DTS gevoel. Samen de schouders er onder zetten. Als het er echt op aan komt is ieder lid bereid veel voor zijn club te doen. De saamhorigheid is dan top”, aldus Eef van Asselt.

Jasper Plantagie is een man van principes. Zijn woord is genoeg. ,,Zo was ik een tegenstander van spelers in loondienst. Ik weet zeker dat de club in mijn tijd nooit spelers betaald heeft. Wat er buiten de vereniging om gebeurde wist ik natuurlijk niet,” vertelt hij.

,,Ook hechtte ik waarde aan goede contacten met andere verenigingen. Spelers bij elkaar weghalen kon niet! Maar de tijden zijn veranderd. Wie niet betaalt mist de boot.” Over principes kan van Asselt uit ervaring meepraten. ,,Halverwege 1988 wilde ik dat de spelers stopten met zaalvoetbal. Zaalvoetbal was schadelijk voor de spelers. Ik had diverse fysiologen gesproken en die bevestigden dat. De spelers voelden zich echter beknot in hun vrijheid en bleven gewoon in de zaal spelen.”

Van Asselt vond in Jos Michels een medestander. Ook Michels is nooit voorstander van zaalvoetbal geweest. En het probleem begon te escaleren. ,,Het bestuur had besloten dat zaalvoetbal niet meer werd toegestaan. Een aantal eerste elftal spelers dreigde te stoppen met veldvoetbal. Dat bracht het bestuur in een lastig positie.

Op de Algemene Ledenvergadering werd het bestuursbesluit teruggedraaid en mochten de spelers weer in de zaal spelen. Hoewel met pijn in het hart, heb ik mij er als een echte democraat bij neergelegd. Maar ook dat is typisch DTS. De algemene ledenvergadering, het hoogste orgaan, beslist. Dat volgt een democratisch bestuur altijd”, zegt Van Asselt.

Zowel Jasper Plantagie als Eef van Asselt volgen DTS nog steeds. ,,Fysiek is het ons vaak onmogelijk op sportpark Inschoten te komen. Maar dan heb je altijd de radio of krant nog. Ik heb lang gehoopt dat DTS rechtstreeks naar de hoofdklasse zou promoveren,” zegt Plantagie.

,,Ja, dat was een bijzonder jubileumcadeau geweest. Maar nu is het een dun koord waarop het eerste elftal balanceert. Wie weet komt het nog goed, hoewel een zware nacompetitie volgt. Maar de club heeft in de afgelopen vijfenzeventig jaar wel voor zwaardere opdrachten gestaan”, besluiten zij.

Kenmerkend voor de mannen met een ‘blauw wit’ hart. Boegbeelden waarop de jubilerende club trots kan en mag zijn!

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie
advertentie