Column Cees van der Knaap: 'Jacquet'
24 september 2013 om 00:00 NieuwsPrinsjesdag 2013 is alweer geschiedenis. Met het eerste optreden van Willem-Alexander als koning bij de opening van het parlementaire jaar. Positieve reacties waren terecht zijn deel. Jarenlang heb ik in de Ridderzaal de troonrede aangehoord. Als parlementariër en als lid van het kabinet was ik onderdeel van het decor rondom onze vorst(in).
Ik schrijf bewust decor. Want het is eigenlijk één groot toneelspel. Met de koning in de hoofdrol en de kabinetsleden in een ondergeschikte rol. Aandacht voor hen is verzekerd.
De eerste keer dat ik er bij was, bleken bepaalde rijen stoelen bezet te zijn. Ik begreep dat niet. Een ieder kon immers zitten waar hij/zij wilde. Later werd mij verteld dat - zodra de Ridderzaal openging - veel Kamerleden hun toegangskaarten op stoelen in de buurt van leden van het Koninklijk Huis legden. Daarmee was gegarandeerd dat zij op tv zouden verschijnen.
Het dragen van hoeden kwam in mijn Haagse tijd meer en meer in de mode. De tv-camera's, maar ook de foto's van de dames in de krant, vormden een stimulerende factor.
Eén van mijn éérste bezoeken als staatssecretaris was aan een gerenommeerd kleding- en verhuurbedrijf in Den Haag. Voor de maten van het jacquet en het rokkostuum. Ik heb dat gedaan in de veronderstelling dat ik geen van beide ooit zou huren. Die billentikkers zijn niets voor mij.
Tot Prinsjesdag naderde. Mijn jacquet moest worden opgehaald. Niet nodig zei ik en ging in mijn gewone kostuum naar de Ridderzaal. Had ik niet moeten doen. Leiden was in last. Uiteindelijk belde de minister-president dat ik als lid van het kabinet geen keuze had. Na deze opdracht liep ik daarna keer op keer met jacquet door de Ridderzaal naar mijn stoel.
Zoals ik al zei: Prinsjesdag is één groot toneelspel. Overigens: aan het verhuren van het rokkostuum heeft het verhuurbedrijf aan mij niets verdiend. Nooit aangehad.
Twitter: @CvanderKnaap
Facebook: www.facebook.com/CvdKnaap












