Schats doolhof van stripboeken

Cultuur

LUNTEREN - Museum Oud-Lunteren wijdt vanaf zaterdag 25 september een tentoonstelling aan de geschiedenis van het stripverhaal. De samensteller: verzamelaar Rudolph Schat.

Temidden van tientallen stapels stripboeken, gerangschikt op historie en tekenaar, zit de verzamelaar druk gesticulerend en honderduit vertellend. Rudolph Schat (71), in het dagelijks leven galeriehouder in Amsterdam, maar ook vaak verblijvend in zijn villa aan de Hessenweg in Ede, heeft van zijn woonkamervloer een doolhof van stripboeken gemaakt, waar in elk geval hij feilloos zijn weg vindt.

Schat is op verzoek van museum Oud-Lunteren bezig met het samenstellen van een expositie over het stripverhaal, genaamd: “Het stripverhaal…h et tipje van de sluier opgelicht”, die eind september van start gaat. Zijn interesse voor het stripverhaal dateert al uit zijn jongensjaren toen hij als jongetje met twee oudere broers gefascineerd raakte door de stapels stripboeken die zij verzamelden. Ook ging hij vaak op de woensdagmiddag naar de Reguliersbreestraat om bij de bekende Marten Toonder een tekeningetje te halen. In de vijftiger jaren zette hij een huisbibliotheekje op waar hij aan klasgenoten albums verhuurde; twee voor vijf cent.

Het allereerste stripverhaal, als we de hiëroglyfen niet meerekenen, schijnt het Tapijt van Bayeux te zijn, een zeventig meter lang doek dat de geschiedenis uitbeeldt van de slag bij Hastings in 1066. Het eerste Nederlandse stripverhaal is van Willem Bilderdijk die in de jaren 1806-1907 een getekend prentenboek voor zijn zoon Julius maakte: Hanenpoot.

Zo licht Rudolph Schat tijdens de expositie in Lunteren meer leuke feiten en bijzonderheden achter het stripverhaal uit. Hij noemt de eerste krantenstrip in de Telegraaf uit 1921: over Jopie Slim. En hoe politieke standpunten in de verschillende kranten via stripverhalen werden uitgevochten, zoals Bulletje en Boonestaak die Jopie Slim geweld aandoen. In de expositie wordt ook aandacht besteed aan een vijftal bekende Vlaamse striptekenaars zoals Hergé (Kuifje), Willie Vandersteen (Suske en Wiske), Marc Sleen (Nero), Franquin (Robbedoes) en William van Cutsem (XIII). Een geheel eigen plek nemen de reclamestrips van Flipje Tiel, het Michelinmannetje dat de hoofdrol speelt in de jamreclame van de bekende Tielse jamfabriek De Betuwe. Er verschijnt zelfs een soort kijkdoos, een Flipposcoop, waarin de strips van Flipje als een soort papieren tekenfilm kunnen worden bekeken. Overigens is op de expositie in Lunteren zo’n Flipposcoop ook te zien. Ook bijzonder zijn de strips die gaan over het zendingswerk, uitgegeven door de Raad voor Zending der Nederlands Hervormde Kerk. De eerste verscheen in 1955 en was bewerkt door Marten Toonders Studio’s.

De expositie is te zien van 25 september tot en met 13 november in het Museum Oud-Lunteren aan de Klomperweg 5. De openingstijden zijn van woensdag tot en met zaterdag van 13.30 tot 16.30 uur. De toegang is gratis. Voor meer info: Museum Oud-Lunteren (0318-486254 of oudlunteren@kpn-officedsl.nl).

advertentie