Weelderig groen onttrekt het eind van de diepe achtertuin van Blankespoorselandweg 10 aan het zicht. Halverwege bevindt zich aan de rechterkant een grote volière en verder naar voren aan de linkerkant een schuurtje. Als de 54-jarige Brigitte van Bennekom de deur opent, blijkt het aan weerskanten vol te staan met van lekkere verstopplekjes voorziene kooien.

WANTROUWIG Donkere kraalogen kijken de bezoeker half wantrouwig, half nieuwsgierig aan: jonge eekhoorns! Brigitte haalt er één uit. Het beestje laat zich rustig over zijn kop aaien. Het heeft al de roodbruine vacht van een volwassen eekhoorn, maar nog niet de kenmerkende oorpluimen. Ook de pluimstaart moet nog flink groeien, wil de eekhoorn er als hij groot is goed mee kunnen sturen in zijn sprongen van soms meters ver door de bomen – op zoek naar noten en andere eetbare vruchten. Maar vergis je niet: ook een nestje met eieren of jonge vogels versmaadt de eekhoorn niet.

(Tekst gaat verder onder de foto)


Een jonge eekhoorn heeft al klimklauwtjes, maar nog geen scherpe tanden. - Pauw Media

Vaker echter moet de rover zelf op zijn hoede zijn voor belagers. De boommarter is een geduchte vijand, maar als een eekhoorn gedwongen door bomenkap of op zoek naar voedsel bewoonde gebieden opzoekt, wordt hij bedreigd door auto’s en katten. ,,Een volwassen eekhoorn kan zich wel verdedigen tegen een kat, maar een jonkie niet'', licht Brigitte toe. ,,Dus heb je een kat die buiten loopt, bind hem dan een belletje om, dan kan een vogel of jonge eekhoorn hem horen aankomen en ontsnappen.”

GROOTSTE BEDREIGING De grootste bedreiging voor jonge eekhoorns is echter droogte. Eekhoorns hebben regelmatig water nodig, maar als de afstand naar een drinkplek te groot is voor jongen die net het nest hebben verlaten - eekhoorns bouwen net als vogels een nest -, dan heeft de moeder geen andere keus dan ze achter te laten.

Een volwassen eekhoorn kan zich wel verdedigen tegen een kat, maar een jonkie nietAls ze geluk hebben, worden ze vervolgens gevonden en naar Lunteren gebracht. Daar weet Brigitte er wel raad mee. Ervaring genoeg. ,,Dertien jaar geleden begon ik als vrijwilliger voor Stichting Eekhoornopvang Nederland. Toen ik vanuit Hilversum naar Lunteren verhuisde, zag ik regelmatig eekhoorns in de tuin, dus dit leek een geschikte plek om een opvang te beginnen.” Volwassen eekhoorns krijgen fruit en noten. En geneesmiddelen indien nodig. De kleintjes krijgen speciale melk, die helemaal uit Amerika moet komen en desnoods midden in de nacht wordt gevoerd.

Dit alles is niet gratis, dus besloot Brigitte twee jaar geleden een eigen stichting op te richten Het voordeel is dat ze publiciteit kan verwerven voor de opvanglocatie en daarmee ook donaties. ,,Om onbegrijpelijke redenen is er wel een vergoeding te krijgen voor het opvangen van katten en honden, maar niet voor eekhoorns. We zijn dus afhankelijk van giften en dan nog moet er eigen geld bij. Gelukkig krijg ik hulp van dierenkliniek De Vijfsprong en brengen aardige mensen soms een zak hazelnoten of zo.”

(Tekst gaat verder onder de foto)


,,Meestal krijg ik hier tachtig eekhoorns per jaar, maar we zitten nu al op zeventig.”  - Pauw Media

Ze zet het eekhoorntje weer terug in de kooi. In de volière in de tuin rennen een stuk of vijf eekhoorns rond, maar er moeten er minstens een dozijn zitten. De meeste hebben zich verstopt. Hier wennen ze alvast weer aan de buitenlucht en de betrekkelijke rust, om binnenkort achter in de tuin de vrijheid te herkrijgen.

,,Eekhoorns lijken aaibaar, maar pas op, een volwassen eekhoorn heeft vlijmscherpe tanden en zal je als je hem vastpakt proberen te bijten'', vertelt Brigitte. ,,Daarom draag ik meestal lashandschoenen als ik ze moet onderzoeken of verzorgen.''

Een droge periode zoals zoals in mei dit jaar is fnuikend. ,,Meestal krijg ik hier tachtig eekhoorns per jaar, maar we zitten nu al op zeventig, en de tweede worp ligt nog in de nesten...” De eerste dit jaar opgevangen eekhoorns hebben de vrijheid al terug. Als het straks wat natter wordt, laat Brigitte de volgende lichting los achter in de tuin. Even het spoor en de Lunterse Eng oversteken en dan zijn ze weer in het bos.

Door Kees van Reenen