Met zijn wandelstok maakte Fockens duidelijk dat de koning netjes anderhalve meter afstand moest houden. Alexander kon er wel om lachen. In de Ridderzaal maakte de veteraan ook kennis met minister-president Mark Rutte en Rob Bauer, luitenant-admiraal en commandant van de Nederlandse strijdkrachten.

Fockens woont nu drie jaar in huis bij zijn kleinkinderen, terwijl zijn eigen dochter Astrid van Unen-Fockens veel met hem optrekt. In de boekenkast staan oorlogsboeken en er ligt schildermateriaal omdat hij nog een artistieke cursus volgt.

Ik weet nog goed dat onze kapitein een schot door zijn hoofd kreeg, want hij stond vlak naast mij. Dan ben je helemaal kapotFOTOBOEK Hendrik legt een fotoboek op tafel, waar plaatjes een fraai beeld geven van de Veteranendag. Hij werkte ook mee aan een promotiefilmpje dat eraan vooraf ging, waarin veteranen van allerlei leeftijden hun gezicht laten zien. Fockens was de laatste jaren ook van de partij als de Veteranendag met een defilé in bevrijdingsstad Wageningen plaatsvond.

,,Er zijn veel militairen die als offer gevallen zijn. Van de 350 met wie ik in mijn tijd optrok, zijn er toen 65 gesneuveld. Ik weet nog goed dat onze kapitein een schot door zijn hoofd kreeg, want hij stond vlak naast mij. Dan ben je helemaal kapot.”

Het is het eerste dat Fockens vertelt, omdat het zo’n traumatische gebeurtenis was die hij in het verre verleden in Indonesië mee heeft gemaakt. Vlak na de Tweede Wereldoorlog ging de geboren Schellingwoudenaar vrijwillig in dienst bij Defensie en vertrok hij naar het Verre Oosten. ,,Ik wilde het avontuur wel aan gaan.” Hier werd hij verliefd op een Indische vrouw, met wie hij in 1948 in het huwelijk trad. Samen krijgen ze zeven kinderen, van wie er nog vijf in leven zijn.

DIENST UITMAKEN ,,Wij hebben daar jaren de dienst uitgemaakt, maar die mensen wilden hun eigen land terug natuurlijk”, zegt de veteraan terugblikkend. ,,Nederlanders hebben Indonesië bezet en beroofd. De bewoners moesten zich onderdanig aan ons gedragen. Maar toen wij er kwamen eind jaren veertig zaten die mensen in de problemen, want de Japanners waren overal. De inwoners liepen in lompen, hadden het slecht en kregen ervan langs.” Fockens’ vrouw heeft zelf in een Jappenkamp gezeten, waar het - zacht uitgedrukt - geen pretje was om te (over)leven.

De Edenaar verbleef vijf jaar in Indonesië en werkte twintig jaar voor een brigade in het Duitse Seedorf. Hier hield hij ook zeventig schapen, naast zijn militaire werkzaamheden. ,,Daar kreeg je een premie voor, omdat de grond daar zo zanderig was.” Fockens werd in rang sergeant, op termijn adjudant en was commando bij het Korps Speciale Troepen. Daarom heeft hij een groene baret.

Later werkte en woonde hij vele jaren in Suriname, waar hij als militair de grenzen bewaakte en patrouilles liep. ,,Dat land is erg groot en negentig procent bestaat uit oerwoud. Ik heb Desi Bouterse nog opgeleid tot sergeant. Later werd hij een avonturier, daar was niks mee te beginnen. Het werd een rommeltje. De gevangenen werden slecht behandeld.” In zijn Surinaamse tijd bedreef Fockens ook landbouw.

MEDAILLES De medailles op zijn jasje staan voor vijf jaar werk in Indonesië, zijn tijd in Suriname, de jaren van de Koude Oorlog, de Nijmeegse Vierdaagse en 36 jaar trouwe dienst, hoewel Fockens 47 dienstjaren maakte. Van blaren had de Edenaar al snel geen last meer, ook al liep hij ontelbare kilometers. ,,Daar werd je op de kaderschool meteen in geoefend. Met grote kaartleesoefeningen liep je half Brabant door.”

Dat Fockens nog zo kras is, schrijft hij toe aan een gezonde levensstijl, met groente uit eigen tuin, niet roken en niet drinken. ,,Ik lust wel een biertje, maar drink met mate.” Ook flink werken, hield hem in goede conditie. Aan één oor is hij een beetje doof, doordat er ooit een granaat vlak naast hem ontplofte. De laatste jaren kreeg hij te maken met kanker, maar dit bagatelliseert hij, omdat deze ziekte op zijn leeftijd minder hard groeit.

Toen ze werden beschoten, werden de kisten geraakt, waardoor de lichaamsdelen overal lagenDe veteraan reisde veel in zijn leven. Zo bezocht hij China, Vietnam en Indonesië. ,,Daar bezocht ik het graf van die doodgeschoten kapitein. Toen was ik helemaal kapot.” Zijn dochter Astrid verklaart dat haar vader nooit veel over de moeilijke dingen uit zijn militaire leven vertelde, maar dat hier de laatste jaren verandering in kwam. ,,In Indonesië moest hij zijn kameraden begraven, maar toen werden ze beschoten en werden de kisten geraakt, waardoor de lichaamsdelen overal lagen. Die moesten ze opruimen. Als je zoiets meemaakt, valt daarna heel veel in het niet. Dat is heel heftig en daar schrok ik wel van.”

Fockens zegt dat hij er geen nachtmerries aan overhield, ook al typeert hij zijn Indonesische tijd als zeer spannend. ,,Je moet proberen goed te slapen.”

Dat er nog steeds militairen op missies naar het buitenland worden uitgezonden, ziet Fockens als automatisch gevolg van het lidmaatschap van de NAVO. ,,Je kunt niet anders, het is een contract. Daar zijn wij ook de dupe van.” Dat Nederlandse soldaten ook naar landen als Afghanistan af moesten reizen, vindt de Edenaar de schuld van de Verenigde Staten. ,,Amerika ging zich ermee bemoeien en nu staat het hele Midden-Oosten in brand. Ze hadden de mensen daar met rust moeten laten. Dat zag je al in Vietnam, daar zijn ze in de jaren zestig al begonnen. Het is een hele rare wereld, want je hebt er niks aan als mensen sneuvelen. De mensen die achter blijven zijn de dupe. Het woord vrede bestaat niet meer.”

Op zijn verjaardag krijgt Hendrik Fockens de Edese burgemeester René Verhulst op bezoek. Dat is een traditie geworden.

Eigen foto
Foto: Eigen foto