Er waren al edelherten voordat er mensen waren in de Lage Landen. Door bejaging en verlies van leefgebied waren ze echter zo goed als verdwenen. Tot koning Willem I edelherten uitzette op de Veluwe. In nationaal park De Hoge Veluwe leven er nu zo’n tweehonderd.

De Hoge Veluwe verken je per witte fiets. Er staan honderden van klaar bij de ingang Otterlo. In het bos zijn de bermen omgewroet door wilde zwijnen, het eerste teken van wild. De vele Aziatische toeristen lijken daar echter niet voor gekomen, want zodra het bos rond de Wildbaanweg plaatsmaakt voor open veld, zijn er vooral Nederlanders te zien, aangevuld met enkele Belgen en Duitsers.

Rechts ligt een vrij smalle strook heide, links strekt het zich honderden meters uit. Al snel komt de bosrand weer in zicht en daar staan ze, vele tientallen auto's, fietsen en vooral wildliefhebbers, velen gewapend met een professioneel fototoestel. De grote lenzen zijn gericht op één punt dicht bij de bosrand.

Daar staat hij, de koning van het woud. Elke geweistang van het edelhert is voorzien van zeven takken oftewel enden: een veertienender. Hij graaft met zijn hoef in de grond, beurt het hoofd op, kijkt rond, ontwaart geen soortgenoot en gaat dan liggen om zich eens lekker te wentelen in een modderpoel, de enige waterbron in de omtrek. Dan komt hij overeind, kijkt nog eens rond en… draaft ervandoor.

Nee, hij was toch maar een onderdaan. De werkelijke koning betreedt het toneel, een achttienender. ,,Zou het Hubertus zijn?”, vragen mensen zich hardop af. Hij lijkt er sterk op: het beroemdste hert van De Hoge Veluwe, genoemd naar de heilige Hubertus, is gewapend met een even zwaar gewei, waarvan de linkse stang halverwege een gevorkte tak draagt. Hij schijnt nergens voor op de loop te gaan.

De redactie selecteert, voor u, wekelijks een aantal belangrijke en spraakmakende verhalen uit de regio.

Het beest drinkt uit de poel, gaat er dan uitgebreid in rollen, loopt wat rond, stoeit met een paar heidestruiken en keert ten slotte terug naar waar hij vandaan kwam.

,,Wat zou hij gaan doen? Misschien naar de hinden, die lopen op 'veld twee'. Kijk, het andere hert staat daarginds nog aan de bosrand”, zegt een toeschouwer. Inderdaad, de veertienender is op een afstand blijven staan.

Een paar mensen maken aanstalten om naar huis te gaan te gaan. Dat roept (geveinsde?) verbazing op: ,,Ga je nu alweer weg?” Ja, ze hebben nog een verjaardag. Konden ze die niet afzeggen? ,,Volgende week zijn we weer present.”

[TEGENSTANDER] Op 'veld twee' grazen een stuk of tien hinden, vergezeld van bijna evenveel jonge dieren. En één hert, een achttienender. Zou het Hubertus weer zijn? Even zwaar gebouwd, maar nauwkeurige bestudering van het gewei wijst uit dat dit toch een ander dier is. Dit moet een geduchte tegenstander voor Hubertus zijn.

Klokslag zes uur, als om de avond aan te kondigen, laat het hert geburl horen. Als enkele hinden zich richting het eerste veld bewegen volgt hij hun voorbeeld, gevolgd door de rest van de roedel. Bij de poel aangekomen wordt die meteen door de leider, het plaatshert, bezet. Water drinken, een modderbad nemen, graven in de zandige oever, af en toe burlen… de herten barsten deze maand van de testosteron en zijn veel te rusteloos om te eten. Alleen drinken moeten ze regelmatig, want al dat geïmponeer maakt dorstig.

,,Kijk, hij heeft gevochten, hij heeft krassen op z’n bast.” Zou hij Hubertus verslagen hebben? Dan komt de veertienender voorzichtig naderbij, maar hij maakt dat hij wegkomt als het plaatshert een paar stappen in zijn richting doet. Het is duidelijk wie hier de baas is.

Langzaam maar zeker verplaatst het roedel zich naar een grasveldje om uitgebreid te gaan eten. Het plaatshert loopt rusteloos heen en weer en gaat zich dan afreageren op de laaghangende takken van een den. Er is nog geen uitdager te zien, wie weet een volgende keer.

Door Kees van Reenen

Kees van Reenen
Foto: Kees van Reenen
Een burlende achttienender.
Kees van Reenen
Foto: Kees van Reenen
Een hinde en een kalf in nationaal park De Hoge Veluwe.