Rumah Maluku (Moluks Huis) staat er op de gevel van het gebouw. Binnen staat hij al op de uitkijk. Als de voordeur in zijn appartement achter me dicht gaat, hoor ik het geklingel van de chimes (metalen staafjes) die aan de klink hangen. Zijn woning ademt muziek; overal zie ik instrumenten en bonte artiestenkleding. Noya beschildert zelf ook jasjes met een conga op de rug. Hij is een kleurrijk figuur en dat blijkt ook uit zijn lange carrière. Hij werkte met een grote diversiteit aan muzikanten samen. Of ik van bio-producten houd, vraagt hij gastvrij. De bamboe-koffie smaakt goed.

Het ijs is gebroken als ik een oude elpee uit mijn collectie laat zien van Volker Kriegel & Mild Maniac Orchestra. Nippy was vergeten dat hij als percussionist in 1977 op 'Octember variations' had gespeeld bij deze Duitse gitarist. Hij weet nog wel dat de stijl doet denken aan die van de Amerikaan Pat Metheny. Hij tourde drie jaar lang met Kriegels band om fusion/jazzrock te laten horen.

TOCHTIG EN KOUD ,,Met die band zou ik ook naar Zuid-Afrika gaan, maar toen vroeg Jan Akkerman of ik met hem mee wilde doen, de bekende Nederlandse gitarist van Focus, een fijne ervaring. Hij is echt een open Amsterdammer, met het hart op de tong."

De redactie selecteert, voor u, wekelijks een aantal belangrijke en spraakmakende verhalen uit de regio.

Noya woonde ook jarenlang in onze hoofdstad, maar als klein ventje arriveerde hij in 1951 met zijn Molukse babysitters in Nederland, die vervolgens zijn pleegouders werden. Biologisch gezien is hij van Japans-Indonesische komaf, maar de Molukse cultuur heeft hij volledig omarmd. Met een grote groep kwam Nippy terecht in het piepkleine dorpje Brijdorpe in de provincie Zeeland.

We zouden er zes weken blijven, maar dat werd dertien jaarNa twee jaar verhuisde hij naar woonoord Schattenberg, voormalig concentratiekamp Westerbork. Hier verbleven zo'n drieduizend KNIL-militairen met hun gezin. ,,We zouden er zes weken blijven, maar dat werd dertien jaar. De barakken waren tochtig en koud. Later realiseerde ik me dat we op stro-matrassen hadden geslapen van de joden. Maar ik heb daar een fantastische jeugd gehad, want je kon er prachtig buiten spelen."

PERCUSSIECAPRIOLEN Hij woonde dertien jaar op die plek. Daarna verhuisden Noya's ouders naar een woning vlakbij Winterswijk. Nippy was de oudste, er volgden nog tien kinderen. Een zusje overleed op vijfjarige leeftijd aan tuberculose. Hij woonde later nog in Moordrecht en woonoord Snodenhoek in Elst (bij Arnhem). Als volwassene toog de muzikant naar Amsterdam, waar hij 35 jaar bleef.

Op vierjarige leeftijd bouwde Nippy al zijn eerste trommel van een koekblik, om bij een kerstfeest de drie wijzen uit het oosten te begeleiden. 'En we komen volgend jaar terug', moest hij tot slot nog zeggen. Een tekst die blijkbaar niet tegen dovemansoren werd gezegd, want als trommelaar kwam Nippy in zijn leven op ontelbare locaties terug om zijn percussiecapriolen te laten horen.

De ouders van Nippy waren ook muzikaal. Ze hielden van Molukse smartlappen, rond het thema 'afscheid nemen van wat je dierbaar is'. ,,Die muziek is me bijgebleven. In elk Moluks gezin vind je wel een gitaar en een trommel. Ik ging op vuilnisemmers trommelen, zodat we soms om elf uur 's avonds nog muziek maakten. Het was altijd feest." Hij groeide op met muziek van Elvis, Sinatra, Hawaïaanse liedjes, country & westernmuziek.

BOEKHOUDER Tijdens zijn hbs-tijd zwelde Nippy's interesse voor muziek aan. Hij ontwikkelde zich als autodidact wonderbaarlijk ritmisch. ,,Het zit in mijn genen. Ik kan ontzettend fantaseren met ritmes. Een antropoloog zei dat ik op één conga melodieën maak." De gastheer kruipt direct achter deze trommel, versmelt met zijn instrument en laat horen wat hij bedoelt. De swing is opzienbarend en barst van het gevoel. Hij lacht.

Toch werd Noya eerst boekhouder bij een bank en werkte hij 's avonds in de horeca, terwijl de muziek nooit ver weg was. ,,Die liep parallel aan mijn werk. Ik kwam in Amsterdam in contact met allerlei bands. De stap van amateurtjes naar beroeps leek vanzelfsprekend. Voordat ik het wist mocht ik namen als Golden Earring, Herman Brood, Livin' Blues, Anita Meijer, Sandra Reemer, Rob de Nijs, Jan Akkerman, Dolly Dots en Pussycat in de studio begeleiden. Ik was 'hired gun' geworden!"

Met als gevolg dat Noya ook in 1978 op het debuutalbum Astaganaga van Massada meedeed. ,,Daarna heb ik niet meer meegedaan, omdat ik met andere bands op tournee ging naar het buitenland. Oprichter Johnny Manuhutu begreep dat wel. Zo kwam ik in alle Europese landen en in Amerika, Canada en Japan. In Indonesië speelde ik met zangeres en saxofoniste Rosa King."

Massada's muziek wordt vaak vergeleken met die van de wereldberoemde band Santana, vanwege de ritmes en het gitaarspel. Noya legt fijntjes uit dat de Molukse Nederlanders de inspiratie vonden in de ritmiek uit Cuba en de sfeer uit de Molukken. Hij zegt dat hij goed luistert naar de drummer en op percussie lardering toevoegt. ,,Ik zwem er tussenin."

Het ritme van de natuur, waar een soort spiritueel gevoel bij komt kijken, spreekt hem bijzonder aan. ,,Ieder mens is religieus, ook een atheïst. Het zit in elk mens. Godsdienst of filosofie ontstaan in ons brein. Het bidden wordt op allerlei manieren gedaan, in vele godsdiensten. Uiteindelijk zitten deze emoties in elk mens. Zo heb ik mezelf opgevoed, dat ik anders denk dan anderen, zonder anders te zijn dan anderen. Maar dat is best moeilijk, want je komt gauw in de verleiding om te rebelleren en dan te beweren dat jij precies weet hoe het zit. Het is allemaal te groot om als klein mensje te bevatten, terwijl we erg arrogant kunnen zijn. Overal zijn mensen aan het wedijveren en dat maakt het leven moeilijk. Doe zelf alles met overtuiging, zonder mensen pijn te doen."De trauma's van onze ouders sloegen over op de volgende generatie

In dat licht moest Noya huilen toen hij in München hoorde over de gewelddadige acties die in de jaren zeventig in ons land met Molukkers plaatsvonden. ,,Ik voel me als één van hen, maar dat was vreselijk. Dan moet ik verwijzen naar de trauma's van onze ouders. Zij sloegen letterlijk en figuurlijk op hun kinderen. Zij kregen slaag en ik ook. Maar eindelijk is dit voorbij, omdat de tijd is verstreken." Noya merkt dat sommige mensen hem om zijn visie als een soort goeroe zien, maar hij wil dat zelf relativeren. De getatoeëerde veer in zijn hals symboliseert voor hem vrede.

Moed en trots zijn belangrijke woorden voor Molukkers, onderkent Noya. Hij wijst erop dat zijn volk, verdeeld over veel eilandjes, hecht aan het nakomen van beloftes. ,,Als je je daar niet aan houdt, word je bestraft in het hiernamaals. Daarom zijn we voorzichtig met beloven. Maar we waren er ons in de vorige eeuw niet zo politiek van bewust wat het is om spelletjes te spelen. Toen hen dat overkwam, voelden ze zich destijds vernederd, teleurgesteld en verlaten."

ALS TROMMELAAR GEBOREN Juist in de jaren zeventig waren het de hoogtijdagen van Massada. De overwegend vrolijke, opgetogen muziek vormde een schril contrast met de gijzelingsacties in die tijd. ,,De trauma's van onze ouders sloegen over op de volgende generatie. Wat erg allemaal; ik ken hun verdriet. Daardoor vielen veel jongeren in de jaren zestig en zeventig tussen wal en schip. Hierdoor raakte een aantal aan de drank en de drugs. Anderen hadden geluk. Ze maakten de keuze voor de kunst, zoals de muziek. Ik was als trommelaar geboren, dus was dat voor mij niet zo moeilijk."

Met Massada speelde Noya in 1979 tijdens het Pinkpop Festival voor ruim 45.000 mensen, een hoogtepunt in zijn carrière. ,,Het kwam op het Polygoonjournaal, maar ik had direct een dubbel gevoel, want tegelijkertijd vond een gijzelingsactie plaats." Het Molukse liedje Sajang é werd een jaar later een mega nummer-één-hit, waarvan de opbrengst naar arme kinderen ging. Noya speelde hier een grote trom.

Noya verlangt weleens terug naar zijn geboorteland, maar hij zou er niet tegen kunnen om in een land te wonen waar militairen iedereen streng onder de duim houden. Daarom bleef hij in Nederland. De percussionist reisde ook met vele artiesten de wereld over om te musiceren.

Doordat Noya in Duitsland bekend was in de muziekscene kon hij spelen in gerenommeerde bigbands, zoals van Peter Herbolzheimer. Hier speelden muzikanten als Art Blakey, Grady Tate, Stan Getz en Jerry Mulligan. ,,Man man, zoveel goede muzikanten. Die ervaring was voor mij een conservatorium in de praktijk. Van allerlei mensen heb ik technieken geleerd (laat tamboerijn horen). Daar heb ik mijn leerschool gehad."

Er volgt een anekdote over een jamsessie op een Amsterdams podium, waar plotseling een buitenlandse gitarist bij kwam. De Amerikaan vroeg of Noya wilde meedoen met zijn band, en dat sloeg hij niet af. Naderhand kwam de percussionist erachter dat hij had gespeeld met de wereldberoemde John McLaughlin. Drumlegende Billy Cobham deed in 1986 ook een beroep op Noya en hij stond ook met de Brecker Brothers op een podium. ,,Ik heb tot op de dag van vandaag nog steeds contact met Cobham. Zo is het allemaal gaan rollen. Met Toots Thielemans heb ik ook gespeeld."

Hij noemt beroemde buitenlandse percussionisten als Alex Acuna, Paulinho da Costa en Lenny Castro, met wie hij contact onderhoudt. ,,Ik heb ook samen met Sheila E gespeeld. Ze nodigde me uit om te jammen in haar kelder. Het viel haar op dat ik ook 'slap' op de diepe conga. Dat kende ze niet (laat het even horen)." Via haar kwam Nippy net niet in contact met Prince, wat Candy Dulfer wel overkwam. Met deze Nederlandse saxofoniste speelde Noya veel samen, net als met haar vader Hans. ,,Met hem hoef ik nooit te repeteren. Dat gaat meteen goed."

DRIE DUITSE STERREN De Nederlander begeleidde ook soulzangeres Chaka Khan. ,,Ik had nog lang haar. Het eerste wat ze mij vroeg: 'Are you married Nippy?'. Erg lief, dat zal ik nooit vergeten (lacht)." Paul Acket vroeg hem vaak om bekende artiesten te begeleiden tijdens het North Sea Jazz Festival, zoals Eartha Kitt. ,,Een norse zangeres, maar ik heb haar aan het lachen gemaakt."

Via Eric Burden (van The Animals) kwam de Barnevelder bij de band van Udo Lindenberg, de 'Bob Dylan van Duitsland'. Met hem speelde hij drie jaar lang. Daarna kon hij ook zes jaar bij Peter Maffay spelen, die na de smartlap 'Du' stevige rock ging maken. Vervolgens mocht hij nog met Herbert Grönemeyer mee op tournee. ,,Dat waren drie Duitse sterren."

Noya vindt alle muziekstijlen even leuk om te maken. Hij gaf twintig jaar les aan het conservatorium in Enschede en hield zijn studenten altijd voor dat er geen slechte muziek bestaat. ,,Je kunt wel van sommige muziek houden en van andere niet. Als dat laatste het geval is, moet je het de rug toekeren, maar er geen commentaar op geven, zodat je een vriendelijke muzikant wordt. Kunst is emotie, maar als je muziek begint te vergelijken wordt het sport. Een kind is net zo goed als Rembrandt, dat is mijn overtuiging. Zo benader ik ook mijn studenten, want ze kijken nogal eens teveel naar mij op."

De verschillende kwaliteiten van drummers relativeert Noya ook. ,,Weet je wat? Ze hebben allemaal gelijk. Dat is ook een manier om staande te blijven in de showbizz, want dat is een jungle hoor. Als je niet uitkijkt word je er zo door verslonden."

Noya legt uit dat er drie soorten maten zijn, gebaseerd op een mechanisch, gevoels of -natuurritme. Hij laat één hele lange maat van die laatste horen en demonstreert de verschillen met een grote koebel bij een willekeurig popdeuntje van de radio. ,,Je moet de maat voelen. Dat kan eerst nog weleens duren. En als je dat te pakken hebt, is het fijn om samen te spelen. Slechte muzikanten bestaan niet. Je kunt wel fout bezig zijn, als je je niet aan de afspraken houdt."

Hij kent de formatie Snarky Puppy, een New Yorkse fusionband die de laatste jaren furore maakt en die samen een enorme chemie laat horen. ,,Ja, hun groove is heel erg lekker! Dat komt ook doordat ze veel samenspelen."

Nog steeds maakte Noya graag muziek. Tegenwoordig speelt hij veel met muzikanten die de helft van zijn leeftijd zijn. ,,Ze komen me ophalen, want ze willen niet dat ik met al mijn instrumenten ga slepen. Er ontstond ook een tribute-Massadaband, waarmee Johnny Manuhutu wel verder wilde. Zo is Massada nieuw leven in geblazen. Als ik vrij ben, doe ik soms mee. Er komt een tijd dat ik ook achter de geraniums zit, maar als ik omkieper, val ik in elk geval tussen mijn instrumenten."

Door Freek Wolff

NTR
Foto: NTR
Freek Wolff
Foto: Freek Wolff
Nippy Noya: ,,Kunst is emotie, geen sport. Je moet niet gaan vergelijken."
NTR
Foto: NTR
De jaren zeventig waren de hoogtijdagen van Massada.
NTR
Foto: NTR