Met Servië begon het eigenlijk, vertelt Heleen. ,,Ik doe al een tijdje vrijwilligerswerk, vaak met vluchtelingen. Samen met nog wat mensen heb ik in Barneveld een tienerclub voor meisjes opgericht. Toen mijn collega Mirjam een keer zei dat ze graag nog eens wilde vliegen – dat had ze nog nooit gedaan – zei ik: ik wil wel met je mee, maar laten we dan een interessante reis uitzoeken.''

Al googelend kwamen ze uit op de website van stichting Gain, een Nederlandse vrijwilligersorganisatie die hulpreizen organiseert naar vluchtelingenkampen in Europa, waaronder Servië. ,,We vertelden aan Eléanne, een vriendin van ons, dat we zo'n reis wilden gaan maken. Zij wilde ook wel mee.'' In januari 2017 vlogen de drie naar Belgrado, de hoofdstad van Servië. De situatie waarin ze terechtkwamen was heftig. ,,Het was er overdag min negentien en de mensen liepen er in dunne kleren en op slippers zonder sokken'', vertelt Eléanne, rillend bij de herinnering. ,,Sommigen leefden op straat, midden tussen het vuilnis'', vult Mirjam aan. ,,Als er al eten was, dan werd dat uitgedeeld in een oude fabriekshal. Er stond dan een enórme rij. Er waren dagen dat de mensen maar één keer per dag eten kregen.''

De situatie was letterlijk hopeloos voor de mensen

De kinderen in het kamp verveelden zich en maakten veel ruzie. ,,We hadden wel wat spulletjes meegenomen voor hen, maar hadden geen idee waar behoefte aan was'', vertelt Mirjam. ,,De situatie was letterlijk hopeloos voor de mensen'', zegt Eléanne. ,,In hun land van herkomst, Syrië, Iran of Afghanistan, hadden ze een leven, een beroep, ze wáren iemand. Na hun vlucht hadden ze geen enkel idee hoe het leven verder zou gaan. Als je dat van dichtbij meemaakt, zet het je aan het denken: wat als jou zoiets zou overkomen?''

SCHOENENDOZEN ,,Toen we na een week helpen weer thuis waren, bleven we vooral aan de kinderen denken'', zegt Heleen. ,,We besloten een schoenendoosactie op te zetten. Vrienden, bekenden, scholen, we hebben zo ongeveer iedereen benaderd met de vraag een doos te vullen met dingen als een tandenborstel, een knuffel, zeep, enzovoort. Uiteindelijk hebben we een paar maanden na onze eerste reis 1379 schoenendozen naar Belgrado kunnen brengen. Dat gebeurde met een wegtransport. Eléanne, Mirjam en ik zijn met het vliegtuig naar Servië gegaan om te helpen bij het uitdelen.''

,,We hebben ook aan de tieners gedacht, want dit is een leeftijdsgroep die vaak vergeten wordt'', zegt Eléanne, die veel organisatiewerk voor haar rekening nam. ,,Voor hen hebben we tasjes gemaakt, met wat toiletartikelen erin: onder andere een geurtje en gel voor de jongens.''

CONTAINER Vorig jaar maakten Heleen en Mirjam opnieuw een reis naar een vluchtelingenkamp. Ze kozen dit keer voor het Griekse eiland Lesbos. ,,We hadden hierover gehoord van de stichting Gain'', vertelt Heleen. ,,De situatie in Moria vind ik eigenlijk nog heftiger dan die in Servië.''

De redactie selecteert, voor u, wekelijks een aantal belangrijke en spraakmakende verhalen uit de regio.

Het kamp is geregeld in het nieuws vanwege de erbarmelijke omstandigheden waarin vluchtelingen er leven. Er is plek voor maximaal drieduizend mensen, maar op dit moment zouden er al meer dan vijftienduizend wonen. ,,Toen wij er de eerste keer waren, in mei 2018, waren het 'nog maar' achtduizend mensen'', zegt Heleen. ,,Als je als vluchteling geluk hebt, woon je in een soort container, maar anders zit je in een tent of leef je in de open lucht. Een groot verschil met Servië is dat dáár het Rode Kruis actief was. Er was dus nog enige organisatie. Kamp Moria op Lesbos draait alleen op vrijwilligers. Die doen hun best, maar er is altijd te weinig mankracht. Op de dag dat wij aankwamen, kregen we meteen een oranje hesje aan en moesten we vragen van de bewoners beantwoorden. We waren dus direct aanspreekpunt, terwijl we nog van niets wisten.''

ZINDELIJK Eten uitdelen, helpen tenten opzetten, het bewaken van de poort, de juffen hielpen bij alles wat nodig was. Na thuiskomst bleven de ervaringen opnieuw door hun hoofden spoken. ,,We hebben besloten om in juli nog een keer te gaan en dan zoveel mogelijk pampers mee te nemen. Die waren niet alleen bedoeld voor de baby's, maar ook voor de grotere kinderen. Sommigen zijn zo getraumatiseerd dat ze pas heel laat zindelijk worden. Of ze waren al zindelijk maar door alle gebeurtenissen veranderde dat weer. We hebben wel kinderen van acht meegemaakt die nog een luier nodig hadden.''

De pamperactie van 2018 was een groot succes, vertelt Mirjam. ,,De afspraak was dat we minimaal honderd pakken per persoon zouden proberen in te zamelen. Scholen, bekenden, familie, iedereen hebben we gevraagd om wegwerpluiers te doneren. Ook billendoekjes hebben we gevraagd. Stukjes in verschillende kranten, kerkblaadjes en flyers op allerlei plekken hielpen om bekendheid voor de actie te krijgen. Verder werden we gesponsord door allerlei bedrijven; zo mochten we een ballonvaart verloten onder de mensen die meer dan vijf pakken luiers hadden gegeven.''

De juffen zamelden uiteindelijk 1260 pakken pampers en 645 pakken billendoekjes in. Daar bleef het niet bij. Een anonieme stichting verdubbelde het totaal, zodat er 2500 pakken naar het kamp gingen. ,,De 1260 pakken die de stichting voor rekening nam, werden gekocht in Griekenland, om zo ook iets bij te dragen aan de economie in het land'', vertelt Eléanne.

De pampers gingen per wegtransport naar Griekenland, Heleen en Mirjam vlogen naar Lesbos om te helpen bij het uitdelen.

VERWERKEN Dit jaar hebben de juffen geen reis gemaakt. ,,We hebben nog wel een paar keer het plan gehad om terug te gaan naar Lesbos'', vertelt Mirjam. ,,Maar om eerlijk te zijn is het heel zwaar, zowel geestelijk als lichamelijk. Je rent je een week lang de benen uit het lijf en daarna moet je echt verwerken wat je hebt meegemaakt.''

Ook op afstand kun je veel voor mensen op Lesbos doen, zegt Heleen. ,,We hebben nog contact met de vrijwilligers daar en zijn dus op de hoogte van de situatie. De nood is nu heel hoog aan het worden, omdat het aantal vluchtelingen blijft toenemen. Los van het ruimtegebrek en de slechte hygiënische omstandigheden neemt ook de onveiligheid toe: er wordt geregeld gevochten en vrouwen worden verkracht. Voor de meest kwetsbare mensen is er beveiliging, maar die units zitten overvol en daar is voor nieuwkomers nauwelijks plek meer. Bovendien is de beveiliging minimaal, waardoor er ook daar nog weleens wat misgaat.''

De drie vrijwilligers hebben de hulporganisatie Christian Refugee Relief (CRR), actief op Lesbos, gevraagd wat op dit moment nodig is in Moria. Het antwoord was: wegwerpluiers. ,,Zowel voor de directe nood, als voor de algemene hygiëne in het kamp'', legt Eléanne uit. ,,We hopen dat zoveel mogelijk mensen weer willen doneren. Vooral grotere maten luiers, 4 en 5, zijn welkom.''

b Op de vraag of de drie het idee hebben dat ze ter plekke wat hebben kunnen betekenen voor de mensen, blijft het even stil. ,,Iemand zei een keer dat hij blij was dat er toch nog mensen waren die naar hen omzagen'', vertelt Eléanne. ,,Dat er toch nog mensen waren die toekomst voor hen zien'', knikt Mirjam. ,,'Want anders waren jullie hier toch niet?' Je helpt om de situatie draaglijk te houden zowel voor de vluchtelingen als voor de lange-termijnvrijwilligers, die het ook zwaar hebben.''

De drie meiden zien hun hulp als een Bijbelse opdracht. ,,Je moet voor je naaste zorgen. Of, zoals het in het verhaal van de barmhartige Samaritaan staat: loop niet met een boog om mensen in nood heen maar help, ongeacht wie ze zijn. We wilden letterlijk dicht bij de mensen staan.''

Door Fija Nijenhuis

Privébezit
Foto: Privébezit
Mirjam Dijs (l.), Heleen Baan en Loftan, bewoonster van kamp Moria op Lesbos.