De Nijkerkse student werd in het najaar gevraagd om in 2020 voor de ploeg A Bloc te komen rijden, een Nederlandse continentale ploeg. Continentaal is het derde niveau in het wielrennen, achter WorldTour (met ploegen als Jumbo-Visma en Sunweb) en ProContinentaal (met bijvoorbeeld de ploeg van Niki Terpstra). Luijk omschrijft het niveau als ‘semi-professioneel’. ,,Mensen vragen mij wel eens om het te vergelijken met voetbal, maar dat is eigenlijk niet te doen. Dan komt de Tweede Divisie misschien het dichtste bij. Maar een belangrijk verschil is dat wij ook wedstrijden rijden tussen de WorlTour-ploegen, zoals het Nederlands Kampioenschap en Veenendaal-Veenendaal. De vergelijking gaat dus niet helemaal op.''

Afgelopen jaar reed Luijk in het shirt van Wielervereniging Eemland, maar zijn eerste toertochten op de racefiets maakt hij als echte Nijkerker bij wielervereniging VOEK. ,,Ik ben in 2015 begonnen met wielrennen, puur voor mijn plezier. Ik vond het zo leuk, en het ging zo goed, dat ik me in 2017 bij WV Eemland heb aangemeld als amateur. Ik wilde wel wedstrijden gaan rijden.''

De redactie selecteert, voor u, wekelijks een aantal belangrijke en spraakmakende verhalen uit de regio.

Nederland kent een grote verscheidenheid aan wielerwedstrijden, ook voor amateurs. Van criteriums (de bekende ‘rondjes om de kerk’) tot echte amateurklassiekers. ,,Die grotere amateurwedstrijden vond ik gelijk mooi'', blikt Luijk terug op zijn eerste wedstrijdseizoen. ,,Ik won ook direct een wedstrijd in Rotterdam. Daarom heb ik in 2018 de overstap gemaakt naar de elite, toen ik daarvoor werd gevraagd.''

Sinds de winter van 2018-2019 train ik veel gerichterIn zijn eerste jaar bij de eliterenners rijdt Luijk ‘goed van voren’. Regelmatig top-10, maar geen winst. Zijn volgende stap, is het werken met een persoonlijke trainer. Luijk: ,,Ik was tevreden over mijn eerste jaar als eliterenner. Ik was klaar voor een nieuwe stap en daarom ben ik gaan werken met trainer Jim van den Berg. Sinds de winter van 2018-2019 train ik veel gerichter, met trainingsblokken en intervals. Daar heb je meer aan dan gewoon maar twee uur gaan fietsen.''

De nieuwe trainingsaanpak werpt in 2019 meteen zijn vruchten af. Tijdens de tweede wedstrijd van de clubcompetitie in Dronten, wordt hij nipt tweede. De volgende poging in diezelfde competitie is het wel raak voor Luijk. In Spijkenisse drukt hij zijn voorwiel als eerste over de meet. Ook op de Wageningse Berg weet Luijk te winnen, en het slotweekend van de clubcompetitie gaat hij als lijstaanvoerder in. ,,Die eerste plek raakte ik helaas in dat laatste weekend kwijt. Het weekend bestond uit een ploegentijdrit en een gewone wedstrijd en de ploeg van mijn concurrent was simpelweg beter dan die van mij, dus ik kon hem niet afhouden. Uiteindelijk eindigde ik als tweede in de eindstand. Een prima resultaat.''

Artikel gaat verder onder de foto. 

Zijn goede resultaten vallen ook op bij de continentale ploeg A Bloc. Na het vertrek van een snelle man uit die ploeg, denkt men direct aan Luijk, die zichzelf omschrijft als wielrenner met een sterke eindsprint (,,Ik zie mijzelf nog niet als pure sprinter als het op absolute snelheid aankomt, maar ik wil mij daar graag in ontwikkelen het komende seizoen.''). Voor de Nijkerker begint daarmee een nieuw hoofdstuk, dat op voorhand al klinkt als een avontuur, met wedstrijden door heel Europa en zelfs in China. ,,Ik begin volgende maand met de Ronde van Antalya, in Turkije. Dat wordt de eerste keer dat ik een meerdaagse wedstrijd ga rijden. Er staan wedstrijden in heel Europa op het programma en we gaan zelfs naar China. Dat vind ik heel gaaf.''Ik wil op het NK natuurlijk goed voor de dag komen, het liefst in beeld

Andere sportieve uitdagingen waar de jonge Nijkerker naar uitkijkt, zijn het Nederlands Kampioenschap voor profs en het traditionele begin van het Nederlandse wielerseizoen: de Ster van Zwolle. ,,Ik wil op het NK natuurlijk goed voor de dag komen, het liefst in beeld. En de Ster van Zwolle (die op 29 februari wordt verreden red.) heb ik tijdens mijn trainingen al vijf keer gewonnen.'' 

Luijk zit minimaal vijftien uur per week op zijn racefiets om te trainen. Richting de Veluwe trekt hij het liefst. ,,Ik ga het liefst richting Apeldoorn of Arnhem. De polder gebruik ik ook wel eens als trainingsgebied, maar vooral voor specifieke trainingen zoals een kwartier een bepaald wattage trappen.''

Gelukkig voor Luijk loopt zijn studie aan de Universiteit Utrecht op zijn einde. Hij moet alleen nog zijn scriptie schrijven en twee vakken afronden. Hij voorziet geen conflict tussen zijn professionele wielerleven en het afronden van zijn studie. ,,Ik krijg gelukkig van de universiteit wat privileges, ondanks dat ik niet officieel topsporter ben. Ze denken met me mee en daarom weet ik dat het goed gaat komen met de studie. Zo kan ik me, op de momenten dat dat nodig is, volledig focussen op het wielrennen.''

Door Paul Nolens