Dat meldt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld in een memo aan de gemeenteraad over jeugdhulp. ,,De gemiddelde wachttijd bij bijvoorbeeld Karakter (kinder- en jeugdpsychiatrie in Ede, red.) is nu 15,5 weken'', stelt het college. Bij Eleos, met locaties in onder meer Ede, Garderen en Barneveld, lopen de gemiddelde wachttijden in sommige gevallen op tot elf weken, meldt het college verder. Bij Pro Persona, met locaties in onder meer Lunteren, Ede en Veenendaal, blijven de wachttijden wel binnen de streefnormen zoals opgesteld door aanbieders en verzekeraars om onacceptabele wachttijden tegen te gaan. Volgens die normen zou de maximale wachttijd voor GGZ tussen het moment van aanmelding en beoordeling vier weken moeten zijn.Gemiddelde wachttijd bij Karakter jeugdpsychiatrie in Ede is 15,5 weken

Ook moeten kinderen die uit huis geplaatst worden vaak lang wachten op een geschikte plaats via pleegzorg of een gezinshuis. ,,Alleen in crisissituaties is direct een (tijdelijke) plek beschikbaar'', aldus het college. 

MAATREGELEN Om de situatie te verbeteren, is door de zogeheten regionale 'Taskforce Wachtlijsten' al een aantal maatregelen ingezet. ,,Die zijn vooral gericht op het dragelijk maken van de wachttijd, door bijvoorbeeld inzet van overbruggingshulp en de beschikbaarheid van de juiste expertise in het gezin, tijdens het wachten.'' Verder is er aandacht voor het werven van nieuwe pleeggezinnen en voor plannen om gezinnen te ondersteunen wanneer uitplaatsing van een kind dreigt.

Dat de ingezette maatregelen echter nog niet voldoende soelaas bieden, erkent het college. Op onderdelen wordt wel resultaat geboekt, maar dat is nog niet voldoende. Om op korte termijn kinderen te helpen die op de wachtlijsten van Karakter, Eleos en Pro Persona staan, zijn de afgelopen maanden gesprekken gevoerd met drie kleinere aanbieders zónder wachttijden maar met een kinder- en jeugdpsychiater in huis, om eventueel behandelingen over te nemen. Ook daar zit nog niet direct de oplossing. ,,Dit blijkt om privacyredenen een grote uitdaging te zijn.''

VEEL FOUTEN In de memo gaat het college ook in op de kritiek uit een landelijk inspectierapport over jeugdzorg. Volgens dat rapport gaat er op het vlak van jeugdzorg landelijk - sinds dit in 2015 een taak van gemeenten is geworden - veel fout, nog los van de problemen rondom wachtlijsten. Zo zouden kinderen met complexe problematiek of met meerdere problemen - bijvoorbeeld eetstoornissen in combinatie met autisme - volgens de inspectie niet snel genoeg geholpen worden. En kinderen die volgens de rechter ter bescherming uit huis geplaatst moeten worden, worden volgens de inspectie soms te laat of helemaal niet uit huis geplaatst.

Ministers Hugo de Jonge en Sander Dekker reageerden daarop door te stellen dat gemeenten meer in regioverband moeten samenwerken. Volgens de Barneveldse wethouder Hans van Daalen gebeurt dit in de regio Foodvalley juist al heel goed. Dat signaal wordt in de memo herhaald. ,,Met zeven gemeenten kopen we alle vormen van specialistische jeugdhulp gezamenlijk in'', aldus het college. ,,Die samenwerking verloopt erg goed.'' Minder goed loopt volgens het college de samenwerking op bovenregionaal niveau als het gaat om de inkoop van hoogspecialistische vormen van jeugdhulp. ,,Meerdere jeugdhulpregio's hebben zich uit deze samenwerking teruggetrokken.''

TOENEMENDE WERKDRUK Wat betreft het harde oordeel van de inspectie over fouten in de jeugdzorg, stelt het Barneveldse college: ,,We herkennen het beeld van toenemende werkdruk, onverminderd hoge administratieve lasten en steeds complexere en intensieve behandelingstrajecten.'' Het signaal van de inspectie over het terzijde leggen van rechterlijke uitspraken bij uithuisplaatsingen, herkent Barneveld niet. ,,Dit beeld wordt ook door Jeugdbescherming Gelderland niet herkend.'' Binnen de pilot 'Jeugdbescherming Dichterbij' werken regiogemeenten volgens het college samen, met alle partijen aan verbetering, met als doel een optimale bescherming van kwetsbare kinderen.

Bepaalde knelpunten die vanuit het Rijk nu worden benoemd richting gemeenten, komen voort uit het feit dat gemeenten te weinig geld ontvangen voor jeugdzorg, kaatst het college verder in de memo de bal terug. Zo verplicht het Rijk gemeenten reële tarieven te hanteren, maar is de minister tegelijkertijd niet bereid structureel geld voor jeugdzorg op te hogen om deze tarieven mogelijk te maken, stelt het college. 

Door Wouter van Dijk