Samen met twee Wageningse bands oefende Blue Gillum in 1970 aan de Slagsteeg
Samen met twee Wageningse bands oefende Blue Gillum in 1970 aan de Slagsteeg Gert Jan Koster

'Achter het board zaten de varkens'

'Hoorzitting': Vijftig jaar Blue Gillum

EDE 'Muziek of toonkunst is de kunstzinnige combinatie van de klanken van muziekinstrumenten en de menselijke stem om schoonheid van vorm dan wel uitdrukking van emotie te bereiken', omschrijven woordenboeken. Het bijzondere is dat vrijwel ieder mens van muziek houdt. Maar de smaken lopen sterk uiteen. In een periode van thuis blijven vraagt de redactie Edenaren hoe zij die tijd doorbrengen en waar zij muzikaal hun hoop uit putten. Leden van de Edese bluesband Blue Gillum kwamen kortgeleden bij elkaar op de plek aan de Slagsteeg in Bennekom waar het vijftig jaar geleden allemaal begon.


Jan de Boer

De groep Blue Gillum, bestaande uit Ad van den Bent, Peter de Croon, Jan van den Hul en Anne Janse, was vernoemd naar de Amerikaanse muzikant Jazz Gillum. ,,Ad van den Bent kwam met deze naam", vertellen Peter de Croon en Jan van den Hul. ,,Eerst waren wij een bandje met de naam Why Not, dat alles speelde wat los en vast zat, van groepen als The Pretty Things en dat soort dingen", vertelt Jan van den Hul. ,,Daar kregen we genoeg van. Ad was toen onze manager, Ad en z’n broer Simon waren echte bluesjongens. Ze hadden een verzameling bluesplaten wat voor die tijd uniek was. Zij lieten ons hun verzameling horen, toen besloten we nadat we bluesmuziek via Ad hoorden om een bluesband te gaan worden.”

In die jaren was de Drentse groep Cuby & The Blizzards (C+B) in Nederland heel bekend als bluesgroep. Onder de jongeren was C+B met zanger Harry Muskee en sologitarist Eelco Gelling heel populair. ,,Groeten uit Grolloo van C+B was de eerste langspeelplaat die ik ooit kocht", herinnert Peter de Croon zich. ,,We speelden nummers van Elmore James, Otis Span, Muddy Waters, BB King, die gevestigde orde en nummers van een aantal onbekende muzikanten."


MUIZEN Blue Gillum was de eerste band die ging oefenen op de boerderij van Van Wagensveld aan de Slagsteeg. Een half jaar later kwamen Wageningse jongens daar achter en vroegen aan boer Van Wagensveld of zij er ook mochten oefenen. ,,Ook hebben we daar met z’n tweeën gewoond. Dat was niet lang, het was nogal spartaans. C+B woonden op een boerderij in Grolloo, zij leefden in vergelijking met ons in weelde. ’s Morgens moest je eerst in je laarzen kijken of er geen muizen in zaten. Je sliep tegen een achterwand, het waren twee tuinpalen tegen een stuk board en aan de andere kant zaten varkens. Water, stroom en een bijzondere gammele kachel hadden we wel. Er was zelfs een toilet, die de boer niet eens had.”

Peter de Croon haalde zijn inspiratie uit de muziek van C+B, terwijl Jan van den Hul werd geïnspireerd door wat hij te horen kreeg bij de verzameling van ‘The Van den Bent boys’. ,,Veel zwarte blues, dat was voor ons een eyeopener toen. We traden veel in Ede op, maar ook wel wat verder weg. In de begintijd veel in de buurt. In onze tweede periode, eind jaren zeventig, begin tachtig traden we door het hele land op.”

Blue Gillum maakte één langspeelplaat, met deels eigen nummers. De namen van Ad, Peter en mij staan als schrijver onder de nummers. Van de langspeelplaat werden vijfhonderd exemplaren geperst. Ik heb er laatst nog eentje op een rommelmarkt in Wageningen voor vijf euro verkocht. Ik heb er nog wel een paar. We hebben nooit een aanbieding van een platenmaatschappij gehad,” aldus Jan van den Hul.

In de tijd van het wonen op de boerderij aan de Slagsteeg was Peter de Croon bijrijder op een vrachtwagen bij het bedrijf Kok Ede en zat Jan van den Hul voor z’n dienstplicht bij de luchtmacht in Deelen. ,,Ad was in eerste instantie manager, maar hij zal al gauw in de band. En dat was ook niet verkeerd. John Schulte is ook een tijdje manager geweest. Maar wat die jongens nu precies deden weten wij niet. Meestal werd je gewoon gevraagd, je had je eigen kaartje van de band met foto en adressen en telefoonnummers er op. En je hoopte voor de bekendheid dat je af en toe in de krant kwam. Later kwamen we nog bij een organisatiebureau in Arnhem. Er waren weekenden, dat we niets deden, maar ook weekenden waar we veel te doen hadden. In de tweede periode traden we wel veel op. Dat kwam ook omdat wij de huisband waren van de kroeg De Tapperie aan de Parkweg.”

In die kroeg speelde Blue Gillum het laatste concert tijdens de Heideweek in aanwezigheid van de Heidekoningin. ,,Dat was vooraf bedacht en besproken.” In The Substitute, een van de kroegen van Peter de Croon, trad Blue Gillum later nog eens een half uurtje op. ,,Dat was niet in onze formele tijd. Er zijn geen plannen om weer op te treden. Een reünieconcert zit er niet in. Ik zou het wel leuk vinden, maar ik denk dat ik de enige ben,” zegt Peter de Croon. ,,Een reünie wordt heel lastig,” vult Jan van den Hul aan. ,,Er zijn wat blessures, en de bassist waar we onze beste periode mee gehad hebben, Randolph van der Kuy, is inmiddels overleden. Omdat we toen al gestopt waren, heeft niemand het van Randolph overgenomen. Alleen met de bassist hebben we daarvoor vaak gewisseld.”


BUSJE Terugkijkend vinden Peter de Croon en Jan van den Hul de Blue Gillum periode een fantastische tijd. ,,Het begon als een hobby, het was een gigantisch dure hobby. Apparatuur was in die tijd niet te betalen, het is niet te vergelijken met nu. De apparatuur was veel zwaarder, de boxen waren niet te tillen. Hoe je het deed? Je deed het gewoon, je leende wat links en rechts. Je scharrelde het bij elkaar. Je werd er niet rijk van, je was al blij dat het kostendekkend was. We hadden een Volkswagenbusje om overal naar toe te gaan, daar hebben we nooit op bezuinigd. De bandleden zelf kwamen met eigen vervoer, of met de motor of met de auto naar de optredens,” stelt het tweetal.

p [Een uitgebreide versie is als premiumartikel te lezen op EdeStad.nl

Boer Van Wagensveld met de bandleden Jan van den Hul, Anne Janse, Peter de Croon en Ad van den Bent in 2020