Jan en Betty Demmink vertellen over hun (schoon)ouders die gedecoreerd zijn als 'Rechtvaardigen onder de Volkeren' in Yad Vashem
Jan en Betty Demmink vertellen over hun (schoon)ouders die gedecoreerd zijn als 'Rechtvaardigen onder de Volkeren' in Yad Vashem Diana Kervel

Verzetshelden Jan en Dina Demmink gedecoreerd in Yad Vashem: ‘Levenslang een hekel aan Duitsers’

14 december 2022 om 11:30 Mensen

BENNEKOM De ouders van Jan Demmink hebben tijdens een ceremonie in Kamp Vught de onderscheiding ‘Rechtvaardigen onder de Volkeren’ gekregen voor hun moed en inzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. ,,In aanwezigheid van de Joodse jongen die destijds bij ons was ondergedoken, hij is nu 84 jaar!”

Families van elf verzetsstrijders waren getuige van de uitreiking. De historie van het kamp gaf extra lading aan de toekenning door Staat Israël, vertegenwoordigd door de Israëlische ambassadeur. De eretitel gaat gepaard met een medaille, oorkonde met de vermelding van zijn of haar naam. Verder wordt de naam in Jeruzalem in een muur gebeiteld, in een park gewijd aan de ‘Rechtvaardigen onder de Volkeren’.

UIT TWEEDE HAND Jan Demmink is dankbaar dat zowel zijn vader als moeder zijn gedecoreerd. Geboren in 1941 heeft hij de verhalen alleen uit de tweede hand. Niet van zijn ouders maar van zijn dertien jaar oudere broer, ver na de oorlog. ,,Vader had hem op het hart gedrukt om voor het gezin te zorgen wanneer hem iets zou overkomen. Dat is nogal wat voor een 15-jarige jongen.” Helaas heeft de oudste broer de erkenning niet mee kunnen maken, hij overleed tien jaar geleden. Middelste broer Ab was wel aanwezig.

(tekst gaat verder onder de foto)


Jan Demmink, joodse onderduiker Erik Meijler en Ab Demmink - Familiearchief Demmink

VERZET BEEKBERGEN Ouders Jan en Dien Demmink woonden in de dienstwoning van villa Rauwenhul in Beekbergen, waar hij tuinman was. Op 500 meter daarvandaan was een sanatorium voor tbc-patiënten. ,,In de verwarmingskelder van dat sanatorium heeft mijn vader nachten doorgebracht, samen met collega’s uit de verzetsgroep. Na een risicovolle actie was het soms nodig om even uit het zicht te verdwijnen.” De geneesheer-directeur van het sanatorium heeft na de oorlog verklaard nooit iets van de nachtelijke activiteiten binnen de locatie af te hebben geweten. ,,Mijn moeder ging dan met een pannetje soep door het bos om ze eten te brengen.” Achteraf gezien een hachelijke onderneming waarop ze laconiek reageerde met de opmerking dat ze nooit betrapt is. Daarbij voor de buitenwereld voorbij gaand aan de angsten die ze onvermijdelijk moet hebben doorstaan. Daarnaast is ze voor de Joodse onderduikers van onschatbare waarde geweest.”

Een razzia was op handen om de familie Kaempfer op te pakken

VOORGEDRAGEN Voor de eretitel van Jan en Dina Demmink zijn twee voordrachten gedaan. De eerste door Erik Meijler en de tweede door Raymond Kaempfer. In de herfst van 1942 werd het de ouders van Erik Meijler te heet onder voeten in Groningen. Na verschillende onderduikadressen te hebben gehad, kwamen ze uiteindelijk bij het sanatorium in Beekbergen terecht en dus bij de familie Demmink. ,,Tot na de bevrijding heeft hij bij ons gewoond.” De tweede voordracht voor de onderscheiding is geschreven door Raymond Kaempfer. ,,Hij is in 1940 geboren en heeft van de oorlog zelf niet veel meegekregen. Zijn ouders des te meer, die voerden een pension in Beekbergen. Zij zouden bij een razzia opgepakt worden. Het kwam mijn vader ter ore en hij heeft ze gewaarschuwd. Ook heeft hij een onderduikadres geregeld voor ze, helaas niet allemaal bij elkaar.” Na de oorlog is Raymond pas herenigd met zijn ouders. Kaempfer leeft ook nog maar vanwege zijn drukke agenda op de Universiteit in Jeruzalem kon hij niet bij de ceremonie aanwezig zijn. ,,Als hij in Nederland is, komt hij altijd nog even langs.”

RELATIE DUITSLAND Zoon Jan Demmink is in 1941 geboren: ,,Mijn herinneringen beginnen bij de bevrijding van Beekbergen door de Canadezen. Ik zie de grote witte boterhammen met jam nog zo voor mij, die ze uitdeelden.” Als gezegd heeft vader Jan heeft nooit willen vertellen over zijn rol tijdens de Tweede Wereldoorlog. De leden van de verzetsgroep zijn allemaal opgepakt en naar concentratiekampen afgevoerd. Waarom Jan Demmink de dans is ontsprongen is niet bekend. ,,Achteraf denken we zijn bazin en eigenaresse van landgoed Rauwenhul, Mathilde Knappertsbusch, daar een rol in heeft gespeeld. We weten niet van de hoed en de rand.” Hij heeft wel de rest van zijn leven een hekel aan Duitsland en zijn inwoners gehad en weigerde een voet over de grens te zetten. ,,Bij zijn 25-jarig jubileum kreeg hij een reisje naar Luxemburg aangeboden waar ook een uitstapje naar Trier bij hoorde. Daar hebben we dus niet aan meegedaan. Later ben ik er met mijn vrouw nog eens geweest, was er eigenlijk best mooi!” Demmink vervolgt verder: ,,Zijn aversie ging zo ver dat hij zelfs, jaren na de oorlog, Duitse toeristen bewust de verkeerde kant op stuurde. Kwam hij helemaal opgetogen thuis.”

Tot aan dood in dienstwoning kunnen blijven wonen

HOOFD POSTKAMER Na de dood van Knappertsbusch is het landgoed in Beekbergen verkocht aan Stichting Hoogeland, daarmee zou de functie van tuinman Demmink vervallen. Omdat de familie graag in de dienstwoning wilde blijven wonen is hij aangesteld als ‘hoofd postkamer’, waardoor ze gewoon konden blijven wonen. Vader Jan is in 1972 overleden aan een hartstilstand, moeder Dina in 1974 aan de gevolgen van Alzheimer. Zoon Jan Demmink wilde altijd tuinman worden, dus in zijn vaders voetsporen treden. Met belangstelling voor alles wat groeit en bloeit heeft hij tot aan zijn pensioen bij Instituut voor de Veredeling van Tuinbouwgewassen (IVT) in Wageningen gewerkt. Samen met zijn vrouw Betty woont hij al 57 jaar in Bennekom.

Door Diana Kervel