
Edenaar Jan Siebelink schrijft boek ‘Rouwjournaal’ na dood echtgenote: ‘We laten elkaar nooit los’
27 december 2025 om 16:00 Kunst Nieuws uit EdeEDE Twee maanden na het overlijden van zijn echtgenote was de Edese schrijver Jan Siebelink naar eigen zeggen ,,ontredderd. Het hoefde voor mij eigenlijk ook niet zo meer." Het schrijven van het boek kwam na aandringen van collega en goede vriend Pieter Frans Thomése: ,,Schrijf over jouw liefde voor haar. De wond is nog lang niet heel, er sijpelt nog bloed. De lezer zal daardoor aanvoelen dat het oprecht is.” Zo gezegd, zo gedaan. Een verhaal vol herkenning bij een emotie zo universeel als rouw.
door Diana Kervel
Overal liggen stapeltjes boeken in het huis van Jan Siebelink in Ede, ook de schrijfsels van zoon en dochter liggen erbij. ,,Mooi dat ik dat nog mee mag maken!” Hond Sarah ligt in haar mand te slapen. Na het lezen van het boek ‘Rouwjournaal’ heb je het idee het huis van voor naar achter te kennen. Het laatste jaar in het leven van Gerda vond daar plaats, het heeft min of meer een bijrol in het boek. Het is één jaar en drie maanden geleden dat ze is overleden. Gerda Siebelink had kanker aan de galwegen met uitzaaiingen in de lever.
BEGANE GROND
Op de vraag hoe het met hem gaat, reageert Siebelink dat hij dankbaar is dat het fysiek mogelijk is om in zijn huis te kunnen blijven wonen. Hij geeft aan dat hij de beneden verdieping weer terugveroverd heeft: ,,Vlak na het overlijden is alles vreemd en vervreemd. Je dwaalt in je eigen huis rond. In mijn studeerkamer op de eerste verdieping kan ik nog steeds niet zijn. Ik hoorde haar altijd beneden pianospelen.”
Het is de reden dat hij het manuscript aan zijn eetkamertafel heeft geschreven, gewoon met de hand, op een pak printpapier. Op een avond is hij er voor gaan zitten, elke dag, vaak een hoofdstuk, soms maar een regel. ,,Het voelde bevrijdend dat het lukte.”
KENNISMAKING
Jan en Gerda hebben elkaar leren kennen op de kweekschool (voorloper Pabo) in Arnhem. Hij zat in de derde klas, zij in de eerste. ,,Het verschil van leeftijd was te groot. Het viel me wel op hoe mooi ze was.” Bij de ‘Gelderse Leergangen (nu opgegaan in de HAN) in Arnhem kwamen ze elkaar weer tegen. ,,Ik heb in de rij een beetje moeten voordringen, maar kreeg het voor elkaar naast haar te komen zitten. Zo is het contact ontstaan.”
Het echtpaar is bijna 60 jaar (op 3 maanden na) getrouwd geweest. In het boek heeft hij nooit getwijfeld om dingen weg te laten. ,,Nee, het is geen roman. Het is een subjectief verhaal, maar ik heb geprobeerd objectief te zijn.” Siebelink geeft aan dat er dingen gebeurden die niet in de burgerlijke moraal passen. ,,Natuurlijk is er onmin geweest en spanningen, maar het is een verhaal over de liefde tussen twee mensen. We wisten dat we elkaar nooit los zouden laten.”
Na bijna anderhalf jaar heeft de weduwnaar een manier gevonden om met het verlies van zijn vrouw om te gaan. Toch zijn sommige intimiteiten in het dagelijks leven geamputeerd sinds het overlijden. De piano wordt niet meer in het voorbijgaan aangeraakt, de haring in de vishandel in Ede-Zuid wordt niet meer wekelijks gehaald. ,,Het is sacraal-achtig geworden, omdat het er niet meer is.” Steun helpt, maar neemt het verdriet niet weg. ,,Het gemis overvalt je soms. Ik heb geleerd niet te ver vooruit te kijken, anders word ik onrustig. Ik ben blij als ik de dag weer aardig door ben gekomen.” Veel troost ontleent hij aan zijn hond. ,,Ze voelt haarfijn aan als ik het moeilijk heb, dan komt ze bij mij zitten.”
VOLGEND BOEK
De 87-jarige is altijd wel bezig geweest met sterfelijkheid, ook in zijn boeken. ,,Ik ben zelf ook een keer aan de beurt. De tijd die mij rest is kostbaar. Ik probeer nu zo intens mogelijk te leven. Intens in zintuiglijke zin. Lopen met de hond over de Ginkelse hei, de reflectie zien van licht in de vijver,. maar ook een gesprekje met vrienden en kennissen en genieten van het bezoek van kinderen en kleinkinderen.”
Gerda redigeerde zijn boeken en was grote steun: ,,Zij was ook handiger met de computer dan ik.” De schrijver herinnert zich nog haar tranen bij het lezen van het verhaal ‘Witte chrysanten‘ dat zich in het Edese huis afspeelt waar hij al 50 jaar woont. Na zijn bestseller ‘Knielen op een bed violen’ was Siebelink veel in het land om lezingen te geven. ,,Ook al werd het laat, ze zat altijd op mij te wachten.”
De Edenaar is al met een volgend boek bezig. ,,Geen vervolg hierop, maar het gaat wel over een man alleen die zijn leven overdenkt.” Over ‘Rouwjournaal’: ,,Ik denk wel dat Gerda blij is met het boek.” Glimlachend: ,,Ze kon altijd zo boos worden op recensenten wanneer ze niet de juiste woorden gebruikten.”
(Tekst gaat verder onder de foto)
![]()
Boekomslag ‘Rouwjournaal’ van Edese schrijver Jan Siebelink. - Diana Kervel
OVER ‘ROUWJOURNAAL’ Het is door de kracht van het schrijven dat Jan Siebelink zijn vrouw Gerda in de maanden na haar overlijden nog even bij zich kan houden en hijzelf overeind blijft. Even helder en teder, met de even sensitieve als beeldende pen zoals hij die hanteert in zijn romans, ontstaat dag na dag in fragmenten het weergaloze portret van een intens leven samen. Het is een allerpersoonlijkst boek, door de lichte schrijvershand van Jan Siebelink zowel krachtig als troostrijk. Review op Hebban.nl: ,,Rouwjournaal bestaat uit 125 korte hoofdstukjes. Sommige hoofdstukjes zijn maar één zin en meer is niet nodig en meer is niet nodig om bij je binnen te komen. Jan Siebelink schreef Rouwjournaal in de periode september-december 2024. Het is geen afgerond verhaal, het zijn gedachten en associaties van een schrijver die na 59 jaar samenzijn de helft van zichzelf heeft verloren. Iedere dag schreef Jan Siebelink een paar zinnen, niet op zijn werkkamer maar in de woonkamer naast de piano waar Gerda zo mooi op kon spelen. Hij herlas niet, streepte geen woord door. De stapel notities heeft hij opgestuurd. Hij heeft zijn boek herlezen toen de drukproef er was. In Rouwjournaal keren bepaalde gebeurtenissen herhaaldelijk terug, worden ze weer opnieuw beschreven maar met een iets andere toets. Iedere keer komen dezelfde herinneringen terug, als een leven waarvan je iedere keer weer in je hoofd dezelfde scenes afspeelt. Jan Siebelink beschrijft hoe Gerda hem koos, zij was toen 18 jaar oud, hij 20 jaar. Hij beschrijft de passie die ze hadden, maar ook de moeilijke momenten in hun huwelijk, waarbij niet alles werd uitgesproken, komen bijna terloops voorbij. Op een tedere toon vertelt Jan Siebelink over de laatste dagen, dat hij haar in een rolstoel de tuin in rijdt, hoe hij worstelt met de vraag dat hij boven slaapt en beneden, dat hij naast naar bij het bed in woonkamer zit, haar hand vast houdt en met een peren ijsje haar lippen nat maakt. Rouwjournaal is een teder en liefdevol boek over verlies, afscheid nemen en missen."