Afbeelding
Theo Beumer

Kille Holocaust Herdenking Ede: ‘Antisemitisme is een smeulende veenbrand’

26 januari 2026 om 11:55 Herdenkingen

EDE Na de bevrijding van concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz, 81 jaar geleden, is ook in Ede stilgestaan bij de zes miljoen Joden, Roma en Sinti die zijn omgebracht in de Tweede Wereldoorlog. Bijna 200 mensen luisterden zondag bij het Joods Monument Ede naar het verhaal van Edese kampoverlevende Micha Gelber. Burgemeester Verhulst schetste het verhaal van de familie Overberg uit Ede. Bij het opnoemen van de 186 namen legde Frank Overberg een steentje bij de namen van zijn vermoorde broer en zus.

door Diana Kervel 

Het is koud deze zondag 25 januari. Hoewel de temperatuur rond het vriespunt is, maakt de stevige oostenwind de gevoelstemperatuur lager. Voor de aanwezigen staat een witte stoel met blauw dekentje klaar. De namen worden door leerlingen nog even geoefend op uitspraak. Accordeonist Juul Beerda speelt klezmer melodieën. 

(Tekst gaat verder onder de foto)


Noor Hellman van Stichting Joods Monument Ede verwelkomt de aanwezigen. Leden van de scouting vormen de erewacht - Theo Beumer

Noor Hellman van Stichting Joods Monument Ede start de herdenking met het verwelkomen van de aanwezigen. Ze begint met een blik naar het verleden, de Joden die vanuit de gemeente Ede zijn gedeporteerd en werden omgebracht in concentratie- en vernietigingskampen. ,,Na de oorlog ontstond het bewustzijn dat we de wereld anders moeten inrichten. Nooit meer Auschwitz. Maar het antisemitisme is niet verdwenen. Telkens stellen we vast dat het een smeulende veenbrand is die soms weer hoog oplaait. Daar moeten we tegenop staan en daarom is het van belang dat wij hier zijn en persoonlijke verhalen over de oorlog blijven vertellen.” 

MICHA GELBER

Het persoonlijke verhaal deelt de nu 90-jarige Micha Gelber. Hij is geboren op de Burgemeester Prinslaan in Ede, in een Joods gezin. Hij overleefde concentratiekamp Bergen-Belsen. Op de recent aangepaste monument zijn nu ook de namen van zijn oma en tante vermeld, die in Ede waren ondergedoken. ,,Ons gezin is in 1942 tweemaal uit ons huis gegooid en het derde adres is niet eens vermeld in de gemeentelijke archieven. Vanaf de Sportlaan zijn wij op 30 juli 1943 weggevoerd door de Nederlandse politie naar Westerbork.” 

(Tekst gaat verder onder de foto)


Kampoverlevende Micha Gelder spreekt bij de herdenking van de Holocaust in Ede. - Theo Beumer

Gelber wijt het overleven van zijn gezin mede aan het verkrijgen van een zogenaamd ‘Palestina-certificaat’ waardoor men aanvankelijk van deportatie werd vrijgesteld. In januari 1944 werden ze toch overgebracht naar Westerbork waar ze vijf maanden hebben gezeten waarna ze tot aan de bevrijding in Bergen-Belsen hebben gezeten. De familieleden vermeld op het monument zijn destijds verraden door Abraham Kipp en omgekomen Sobibor. ,,Na de oorlog zijn we opgevangen in Ede door vrienden en medewerkers van de Enka.” Zijn ouders zijn uiteindelijk geëmigreerd naar Israël. Voor zijn werk is Gelber naar Rotterdam verhuisd waarover hij nog een bijzondere ontmoeting weet te melden: ,,De dame in mijn serviceflat bleek nog een foto te hebben uit 1941 waarop mijn familie staat tijdens een Sinterklaasviering.” 

FAMILIE OVERBERG OP ZONNEOORDLAAN EDE

Burgemeester René Verhulst praat op zijn beurt over de familie Overberg. ,,Op het nachtkastje van de ouders van Margret en Frank Overweg stond altijd de foto van hun broertje en zusje. Een vrolijke foto van twee kinderen, Nolles en Emma, spelend met een hondje. Margret en Frank zouden ze nooit leren kennen. Op 25 oktober 1944 werden zij in Auschwitz vermoord door de nazi’s. Ze werden slechts 9 en 6 jaar oud.” Ouders Bertus en Bertha Overweg vestigen zich in Dordrecht. ,,Vanaf 1942 zorgen grootschalige razzia’s voor massale deportatie van Joodse medeburgers. De familie Overweg wacht het niet af. En in augustus 1942 duiken ze onder in Den Haag. De eerste week is het gezin nog samen. Maar daarna gaan de ouders naar Willem en Sjus Gunther aan de Laan van Medevoort. En daar zullen zij tot aan het einde van de oorlog blijven.” Nolles en Emma, de kinderen dus, worden toevertrouwd aan de zorg van het kinderloze echtpaar Wim en To Ras. En in februari 1943 gaan Wim en To met de kinderen Nolles en Emma naar Ede. Ze gaan wonen aan de Zonneoordlaan. Een prachtige plek. Het is ook de plek waar de foto op het nachtkastje is gemaakt. Blije kinderen samen met het hondje van de buren. Maar het is ook de plek waar Abraham Kipp woont. Een politieman, een fanatieke NSB’er met een slechte reputatie. En vrijdag 7 januari 1944 gaat het mis als Kipp opeens voor de deur staat. Hij vertrouwt het niet, de situatie, en vraagt informatie op over het echtpaar Ras en de kinderen in Den Haag. En zo komt Kipp erachter dat Nolles en Emma van Joodse afkomst zijn. Wreed als hij is, laat hij de kinderen oppakken en geboeid afvoeren. Via kamp Westerbork en Theresienstadt komen Nolles en Emma in oktober 1944 in Auschwitz aan waar ze op 25 oktober worden vermoord.” 

(Tekst gaat verder onder de foto)


Burgemeester Verhulst vertelt een van de 6 miljoen verhalen van de holocaust - Theo Beumer

Via het Rode Kruis krijgen Bertus en Bertha toch het bericht dat de kinderen terugkeren met de trein naar Nederland en dus nog leven. Ze zullen hun kinderen nooit meer in de armen sluiten. ,,Bertus en Bertha Overweg verdwijnen in hun enorme verdriet. Toch krabbelen ze weer op en besluiten een ‘nieuw’ gezin te starten, ze krijgen twee kinderen waarvan Frank vandaag aanwezig is.” Verhulst bewondert de veerkracht van de familie Overberg. ,,In het diepst van hun verdriet vonden zij kracht om opnieuw te beginnen. Zij vonden de kracht om de oorlog en alle rampspoed achter zich te laten. En hun nieuwe kinderen, zo noem ik het maar even, in liefde op te voeden. De foto van Nolles en Emma op hun nachtkastje. Een stille getuige van hun blijvende verdriet en de vreedheden van de nazi’s. Op dat wij nooit vergeten.”

186 NAMEN

Dan volgt het oplezen van alle namen op het monument. ‘Een mens sterft twee keer: de eerste keer wanneer hij echt sterft, de tweede keer wanneer zijn naam voor het laatst wordt genoemd.’ Naast gemeenteraadslid Ardin van Emmerik (GemeenteBelangen), Cora Otter (Christen Unie) en Hans Plaat van Jan Hilgersschouting en leden uit de Jongerenraad wordt dit gedaan door leerlingen van Marnix College. Het jongste slachtoffer is niet ouder geworden dan één jaar. De oudste gedeporteerde was 83. Het complete overzicht staat op de digitale archief van de gemeente Ede. Nijmeegse rabbi Mandel Levine spreekt vervolgens twee gebeden uit, afgesloten met het blazen van de sjofar. ,,Het symboliseert de roeping vanuit onze hart, onze ziel, voor de situatie van verleden. Hopelijk niet voor de toekomst.” 

(Tekst gaat verder onder de foto)


Rabbi Mendel Levine uit Nijmegen - Theo Beumer

Daarna volgt een minuut stilte en de kranslegging door de gemeente en Stichting Joods Monument Ede. Op de gedenkplaat staat ‘Vergeten is ballingschap, herinneren verlossing’. De aanwezigen worden vervolgens uitgenodigd om steentjes te leggen op de gedenkplaat. Elianne Rookmaker is bestuurslid van Stichting Joods Monument Ede en licht dit gebruik toe: ,,Je zou de stenen kunnen zien als ‘versteende tranen’. Je hoeft niet Joods of een familielid te zijn om dit te doen. Het gaat om de symboliek. Dat je even dacht aan de overledene.” Alle aanwezigen maken van de gelegenheid gebruik om een steentje te plaatsen. Daarna volgt een stille tocht richting het gemeentehuis om na te praten en met een warme koffie even op te warmen.


Frank Overweg plaatst steentjes bij de namen van zijn broer en zus - Theo Beumer

Burgemeester Verhulst en wethouder Versteeg leggen bloemen bij het Joods Monument Ede.