Jan van Haren (links) en Dick Eijgenraam zijn de ereleden van OBK Bennekom.
Jan van Haren (links) en Dick Eijgenraam zijn de ereleden van OBK Bennekom. Dick Martens

Ereleden verrast én ontroerd: Dick Eijgenraam en Jan van Haren al een leven lang ‘kinderen van OBK Bennekom’

3 februari 2026 om 11:55 Mensen

BENNEKOM Ook op deze druilerige dinsdagavond lijkt in het gebouw van muziekvereniging OBK de zon gewoon te schijnen. In de grote zaal wordt gerepeteerd door het grote harmonieorkest en in een van de leslokalen wordt slagwerkles gegeven. Zoetgevooisde klanken vullen het muziekcentrum, dat inmiddels voor veel muziekliefhebbers een tweede huis is geworden. Dat geldt zeker voor Dick Eijgenraam (73) en Jan van Haren (68) die onlangs tot hun eigen verrassing, voor hun jarenlange inzet en betrokkenheid op allerlei vlakken binnen OBK tot erelid, werden benoemd. Nog altijd niet helemaal bijgekomen van de verrassende blijk van waardering, laten zij de huldiging, maar zeker ook hun OBK-herinneringen en belevenissen nogmaals de revue passeren.

door Dick Martens

,,Ja, we zijn al ‘even’ lid”, lacht Jan die trompet speelt, met een fijn gevoel voor understatement. ,,Dick iets langer dan ik, maar je kunt zeker zeggen, dat wij ‘kinderen van OBK’ zijn. Ik ben nu 68 jaar en inmiddels al 57 jaar lid.” Die ‘dienstjaren’ worden door ‘trommelaar’ Dick nog wat overtroffen. ,,Ik ben inmiddels 60 jaar lid en trommelde al toen ik 5-6 jaar was. Op een blik waar drop in had gezeten en met twee pollepels die ik uit de keukenla had gehaald. Na verloop van tijd kwamen mijn ouders in contact met OBK-leden, juist op het moment dat ze daar een jeugddrumband wilden gaan oprichten. Toen ben ik het echte trommelen gaan leren.” 

Jan kwam toen hij als ‘jochie’ op de Oranjeschool zat, bij OBK terecht. ,,Als ik een trompet hoorde kreeg ik, zo jong als ik was, al rillingen over mijn lijf. Dat wilde ik ook. Maar toen ik bij OBK binnenstapte voor mijn eerste lessen kreeg ik een bugel in mijn handen gestopt. Maar ik wilde geen bugel ik wilde trompet leren spelen. Daarbij kreeg ik ‘een strookje’, waar noten en cijfers opstonden. ‘Neem je instrument en je strookje maar mee naar huis en ga maar oefenen’, was daarbij ‘de opdracht’.” 

Als ik een trompet hoorde, liepen de rillingen over mijn lijf. Dat wilde ik ook!

SINTERKLAAS

Vervolgens demonstreert Jan allerlei blaastechnieken om de moeilijkheid en de verschillen te duiden. De ruimte wordt gevuld met allerlei ‘blaasgeluiden’ waarbij zijn mond en lippen trillen. Dat is voor Dick het sein om uit te wijden over de trommeltechnieken die hij op een broodplank moest uitvoeren. ,,Zo moest je leren roffelen. Dat ging op het ritme ‘pannenkoeken, pannenkoeken’. Had je dat een beetje onder de knie, dan kreeg je je eerste trommeltje van de vereniging. Dat was natuurlijk een fantastisch moment.” 

Ook aan de uniformen hebben de ereleden wel de nodige hilarische herinneringen. ,,We droegen een soort van slagerspetje, met een gleuf in het midden”, aldus Jan en Dick lachend. Toch waren er in die beginfase ook wel wat moeilijke momenten. ,,Ik werd wel eens naar huis gestuurd”, weet Dick zich nog goed te herinneren. ,,Dan had ik mijn oefeningen niet goed geleerd en moest ik eerst thuis weer gaan oefenen voor ik de groepslessen mocht vervolgen.” Jan oefende heel veel tussen de middag. ,,Dan oefende ik zo fanatiek, dat ik een grote bult op mijn lip kreeg. Door het fanatieke persen.” 

Soms oefende ik zo fanatiek dat ik een grote bult op mijn lip kreeg.

Voor beiden werd het maken van muziek toch steeds serieuzer. Voor Dick betekende dat, dat hij naar de repetitieavonden van de tamboers mocht, een echt uniform kreeg en mocht gaan ‘meehuppelen’ op straat. ,,Mijn eerste officiële straatoptreden zou de Sinterklaasintocht in 1963 worden. Maar juist op de dag ervoor (vrijdag 22 november) was president John F. Kennedy vermoord. Daardoor ging de intocht niet door.” 

Ook Jans herinneringen hebben een link met Sinterklaas. ,,Dat waren de eerste liedjes die ik leerde spelen. Wij oefenden, ook het ‘marslopen’, dat deden we op een veldje bij kolenboer Wigman aan de Molenstraat. Als we dan terug naar huisliepen, dan hadden we allemaal zwarte voeten.”

AVONDVULLENDE ANEKDOTES 

De ene na de andere anekdote wordt als een avondvullend muziekprogramma de ruimte ingeblazen. Van de blauwe walm van de rokers tijdens de repetities (‘Dat kon toen nog’), tot het repeteren met de tamboers die met de rug tegen de bar aanstonden en dan tussendoor een slok bier uit hun glas namen. Van het samen een kaartje leggen tot ‘de non pressietechnieken’ voor het bespelen van de trompet en van allerlei veranderingen van het materiaal tot de concurrentiestrijd met het fanfareorkest Lunteren. 

,,We kunnen uren over OBK vertellen, dat merk je wel”, klinkt het. ,,OBK is een meer dan wezenlijk onderdeel van ons leven geworden en ook altijd gebleven.” De liefde voor OBK was voor Dick, toen hij verkering kreeg met zijn Greet, wel een reden haar daarvoor ‘te waarschuwen’. ,,Schat”, zei ik tegen haar. ,,Ik wil wel verkering met je, maar ik ben lid van OBK, dat betekent, dat ik elke donderdagavond weg ben en ook regelmatig in het weekend. Je krijgt verkering met ‘een trommelaar’. Maar het gaat gelukkig nog steeds en dat al meer dan 60 jaar, goed hoor.” 

Schat, je krijgt verkering met een trommelaar. Gelukkig gaat het al 60 jaar goed hoor.

DRUMBAND OPA

Naast het musiceren bekleedden Dick en Jan nog allerlei andere OBK-functies. Beiden waren bestuurslid, draaiden bardiensten, maakten schoon, verzorgden de jeugdkampen, maar misschien het meest bijzondere was waarschijnlijk wel het feit, dat ze jarenlang de OBK-danslessen verzorgden. ,,Dat was destijds eens spontaan geopperd, het leek ons wel leuk. En warempel, het sloeg aan. De lessen werden druk bezocht, ook werd er aan het einde van het dansjaar afgedanst en kregen de deelnemers een officieel certificaat. Tja, wat hebben we niet gedaan binnen de vereniging?” 

De vraag stellen is hem beantwoorden. ,,Echt van alles”, is de eensluidende conclusie. Toch is de OBK-liefde nog lang niet over, beiden zijn nog altijd actief binnen de vereniging. Jan speelt nog met heel veel plezier op zijn trompet in het grote harmonieorkest, en hoewel Dick zijn trommel aan de wilgen heeft gehangen en niet meer meespeelt met het slagwerk, is hij één van de drijvende krachten bij de slagwerkers. ,,Ik ben er altijd tijdens repetities, als er ergens wordt opgetreden en om de slagwerkers van adviezen te voorzien. Ze noemen mij dan ook ‘de drumband-opa’. De club maakt nog altijd een wezenlijk onderdeel van ons leven uit. En dat willen we liefst zo lang mogelijk ook zo houden. En dan is het geweldig, dat we als blijk van waardering nu erelidv an OBK zijn. Daar zijn we oprecht trots op. Het riep zeker de nodige emoties bij ons op.”