Henk van den Oever (1954) heeft iets meegemaakt wat maar weinig inwoners van de gemeente Ede kunnen zeggen: hij woonde jarenlang in een voormalig ziekenhuis.
Henk van den Oever (1954) heeft iets meegemaakt wat maar weinig inwoners van de gemeente Ede kunnen zeggen: hij woonde jarenlang in een voormalig ziekenhuis. TheoBeumer

Henk van den Oever in de serie Krasse Knarren: ‘Ik was die gek uiteindelijk, die het pand wilde kopen’

7 februari 2026 om 06:49 Mensen Krasse Knarren Nieuws uit Bennekom Nieuws uit Ede

EDE Ze waren bekenden in Ede en omgeving, maar staan inmiddels veel minder in de schijnwerpers dan jaren geleden. In de serie Krasse Knarren interviewen we bekende Edenaren die uit het nieuws zijn verdwenen, maar zeker hun sporen hebben nagelaten. Deze keer: Henk van den Oever.

door Jan de Boer

Henk van den Oever (1954) woonde bijna 35 jaar op een plek waar maar weinig Edenaren ooit hebben gewoond: in een voormalig ziekenhuis. Tot zijn verhuizing, drie jaar geleden, was Oud Vossenhol aan de Edeseweg in Bennekom zijn huis en werkplek. Het gebouw verloor in 1957 zijn functie als ziekenhuis met de komst van het Streekziekenhuis. Daarna kreeg het pand een ander leven.

‘RUSTIG ORIËNTEREN’

Van den Oever werd geboren aan de Oude Arnhemseweg 3 in Ede, tegenover de Zonnenberg en vlak bij de Sterrenberg, het oude gemeentehuis. „Daar heb ik eenentwintig jaar gewoond. Aan de Bitterstraat heb ik op de mavo gezeten. Het was precies in de periode van het begin van de Mammoetwet. Mijn vader had in de Grotestraat samen met z’n zwager en schoonzuster ijzerwinkel Van Zoelen. Na de mavo deed ik de meao in Oosterbeek. Nadien ben ik gaan werken bij Tombe-Melse Accountants aan de Stationsweg. Ik wist niet wat ik wilde worden en dacht: ‘daar kan ik rustig oriënteren wat ik wil gaan doen.’”

Je kon nooit te laat komen, want de compagnies- en de bataljonscommandant reden ook elke dag mee in de auto

Werk en leren tegelijk was in die jaren niets bijzonders. „Studeren deed je in de avonduren, overdag werkte je.” Tijdens zijn diensttijd was Van den Oever sergeant-foerier op de WGF-kazerne in Harderwijk. Hij zorgde ervoor dat het de militairen aan niets ontbrak. „Samen met beroepsmilitairen carpoolde ik elke dag met de auto naar Harderwijk. Ik heb er een heerlijke tijd gehad. Je kon nooit te laat komen, want de compagnies- en de bataljonscommandant reden ook elke dag mee in de auto.”

Na zijn diensttijd ging hij werken bij bouwbedrijf Van Elst, een naam die in Ede veel voorkomt. „Ik denk dat Van Elst in die tijd in Ede wel vier- à vijfduizend woningen heeft gebouwd.” In 1983 vertrok hij, rond de geboorte van dochter Jolande. „Een kleine acht jaar heb ik daar gewerkt.”

HUISMAN

Zijn vrouw Rennie werkte in het onderwijs in Veenendaal. Van den Oever nam een aantal jaren de zorg voor het gezin op zich. „Ik werd huisman. Dat heb ik een aantal jaren gedaan. En ben ik aan huis zelf een administratiekantoor begonnen.” Toen zijn vrouw parttime wilde gaan werken en dat in Veenendaal niet mogelijk bleek, stapte zij over naar de Jan Tulpschool in Ede. Dat gaf Van den Oever ruimte om zijn kantoor verder uit te bouwen. In de avonduren studeerde hij door om accountant te worden.

In 1988 begon hij zijn kantoor in Bennekom. Niet veel later kwam Oud Vossenhol in beeld. Het pand had na 1957 verschillende functies gehad, onder meer als zusterhuis en als gezinsvervangend tehuis voor jonge gehandicapte vrouwen van de Johanniter Orde. Van den Oever werkte in die tijd op drie verschillende locaties. „Niet ideaal.” 

Een vriend, werkzaam bij Woonstede, wees hem erop dat Oud Vossenhol te koop stond. „Ik zocht een kantoor annex woning waar ik, omdat ik net een piano had gekregen, ook een muziekkamer in wilde hebben. En in Oud Vossenhol was een muziekkamer, die overigens later onze huiskamer werd.”

Ik was die gek uiteindelijk, die het pand wilde kopen. Te groot voor het servet, te klein voor het tafellaken

Dat het gebouw behouden bleef, was geen uitgemaakte zaak. Bouwbedrijf Kuin, toen eigenaar, wilde slopen. In Bennekom leidde dat tot veel onrust. Wethouder Henny Alberts kreeg van de gemeenteraad een jaar de tijd om een koper te vinden die het gemeentelijk monument wilde behouden. „Het was een rechtszaak geworden tussen de gemeente Ede en Kuin. Als het niet verkocht werd binnen een jaar, zou Oud Vossenhol toch gesloopt mogen worden. Ik was die gek uiteindelijk, die het pand wilde kopen. Te groot voor het servet, te klein voor het tafellaken.” De tijd werkte niet mee. „De sfeer was heel negatief toen in 1987. De prijzen van woningen gingen naar beneden en je betaalde een hoge hypotheekrente.”

Wie Van den Oever hoort praten over Oud Vossenhol, merkt hoe diep hij zich in de geschiedenis van het pand heeft vastgebeten. „Ik ben inderdaad één van de weinige mensen in de gemeente Ede die kan zeggen dat hij in een ziekenhuis heeft gewoond. En wij zijn ook de langste bewoners daarin geweest.”

Bijna 35 jaar woonden hij en zijn gezin in het gebouw. „Een hele mooie tijd, geen dag spijt van gehad.” De eerste twaalf jaar stonden vooral in het teken van restaureren. In de avonduren, met eigen handen, en met hulp van familie, kennissen en vrienden. Stap voor stap.

GESCHIEDENIS BOVEN WATER

Onderweg kwam steeds meer geschiedenis boven water. Zo bleek een glas-in-loodgravure in de hal een afbeelding te zijn van de Union Buildings in Pretoria, het regeringsgebouw van Zuid-Afrika. Van den Oever ontdekte dat tijdens een open monumentendag. Een eerdere bewoner, aannemer Matthé Meischke, had daar nauwe banden mee. Meischke was als zestienjarige naar Zuid-Afrika vertrokken en bouwde daar onder meer het stadhuis van Johannesburg en de Union Buildings. Toen hij 65 werd, keerde hij terug naar Nederland en ging hij in Oud Vossenhol wonen.

De eerste bewoner van het pand was bankier Nachenius, verbonden aan Bank Nachenius aan de Herengracht in Amsterdam. Ook hij vertrok later naar Zuid-Afrika en verkocht het huis aan Meischke. Van den Oever ontdekte bovendien dat de vrouw van Meischke Van Zoelen heette. „Voor mij was het een logische verklaring dat hij waarschijnlijk familie van mijn opa was.”

MUURSJABLONEN

In het pand bevonden zich ook muursjablonen van de Haagse kunstenaar Gerrit Willem Dijsselhof. Die zijn later overgestuct. De Rijksdienst voor Monumentenzorg deed nog onderzoek, maar niet alles kon worden behouden. Een muurschildering in de voormalige muziekkamer bleef intact. Boven de schouw bevindt zich daarnaast een tableau van zestien tegels. Dat wilde Van den Oever aanvankelijk verwijderen, tot bleek dat de tegels dateren uit het Twaalfjarig Bestand, tussen 1609 en 1621. Een latere bewoonster, mevrouw Zur Mühlen, kwam nog eens langs en schrok van de kleiner geworden tuin.

Oud Vossenhol staat inmiddels leeg en wordt verbouwd. Op termijn krijgt het pand opnieuw een zorgfunctie.

ACTIEF

Oud Vossenhol nam veel tijd in beslag, maar Van den Oever bleef ook buiten het pand actief. Hij was voorzitter van het Kijk- en Luistermuseum. „Ik ben dankbaar dat ik het mocht doen, het was ook leuk werk. Het Kijk- en Luistermuseum is één grote familie.” 

We gaan komend jaar het wedstrijdbad helemaal renoveren

Samen met Hans Kuin en Palko Benedek richtte hij de Vereniging Edese Monumenten op. Tegenwoordig is hij voorzitter van Stichting Erfgoed Ede, penningmeester van de Muziektent in Bennekom en was hij ruim twintig jaar betrokken bij de inmiddels opgeheven stedenband Stichting Ede–Chrudim.

Daarnaast is hij voorzitter van zwembad De Vrije Slag in Bennekom. „We gaan komend jaar het wedstrijdbad helemaal renoveren.” Na het overlijden van Wout Schotsman nam hij het secretariaat van Stichting Idee in Uitvoering over. Ook houdt hij zich bezig met de praktijkopleiding van accountants. „Dat zijn leuke dingen, ik zit zeker niet achter de geraniums.”

Lees de eerder gepubliceerde artikelen van de serie Krasse Knarren in ons dossier.