
De geschiedenis van Ede, onderwijs
27 februari 2026 om 17:42 Historie Geschiedenis van Ede Nieuws uit EdeEDE ‘Ede heeft geen geschiedenis’ of ‘voor de komst van de ENKA-fabriek leefden mensen hier in een hutje op de hei’. Het zijn kreten die gemeentearchivaris Rob Urban en Peter van Beek, schrijver van het boek ‘Verhaal van Ede’, niet onderstrepen. Op basis van hun kennis duiken we in deze rubriek elke aflevering in onze Edese geschiedenis. Vandaag: Onderwijs.
door Denise Hoek
Het is vroeg in de ochtend wanneer Lotte haar broertjes en zusjes ziet vertrekken naar de school verderop in het dorp. Ze mag eigenlijk niet mee, want haar vader zou zeggen dat ze moest helpen in de stal, maar ze kan het niet laten. Ze sluipt achter de andere kinderen aan.
Ze blijft achter het hek in de bosjes staan en ziet hoe de meester de bel luidt en de vele kinderen langzaam naar binnen stromen. Een paar maanden geleden maakte ze daar zelf ook nog deel van uit, maar nu is Lotte te oud om naar school te gaan en dat vindt ze jammer. Lotte houdt van leren en ging altijd met plezier naar het oude schooltje bij de kerk. Nu moet ze haar ouders helpen op het erf.
Lotte vangt een glimp op van het klaslokaal binnen: het geknars van krijt op het bord en de stemmen die in koor de letters en cijfers herhalen, die de schoolmeester op het groene schoolbord had geschreven. Ze ziet hoe een jongen worstelt met zijn sommen, hoe een meisje met een strik in haar haar voorzichtig haar letters probeert te vormen en hoe de meester af en toe een hand omhoog steekt om het te corrigeren. Alles is klein, knus, en toch vol regels en ritme.
De kerkklok laat Lotte opschrikken uit haar gedachten. Ze draait zich vliegensvlug om en holt weer richting de boerderij van haar ouders.
Feiten achter het verhaal
Vandaag bespreken we in ‘De geschiedenis van Ede’ de geschiedenis van de Edese scholen. Een leuk onderwerp, vinden Urban en Van Beek. ,,Eigenlijk is het een beetje hetzelfde als wat je hier in Gambia hebt”, benoemt Van Beek, die daar op het moment van het interview verblijft.
Zijn vrouw doet in Gambia vrijwilligerswerk zodat kinderen naar school kunnen. ,,Zonder onderwijs kom je niet ver. Dat is in Gambia zo en vroeger in Nederland speelde dat ook. In het verleden kon een hele kleine groep mensen echt serieus onderwijs volgen. Kinderen hadden veel geluk, zeker in de dorpen, als ze een aantal jaar naar school konden. De schoolmeester was ook de koster van de kerk, de custos zoals dat toen heette. Of hij bevoegd was om ook onderwijs te geven, dat maakte toen niet uit.”
Het is niet voor niks de kenniscampus
Deze vorm van onderwijs kun je vergelijken met het basisonderwijs. ,,Kinderen gingen daar maar een paar jaar naartoe en dan moesten ze in veel gevallen op het bedrijf van hun ouders meewerken. Slechts een beperkt aantal kinderen kon doorleren, omdat de ouders dit konden betalen. Je had nog geen leerplichtwet en dat is het mooie wat je tegenwoordig ziet: er zijn zoveel verschillende vormen van onderwijs ontstaan. Dat is in Ede langzaam gegroeid. Van schooltjes onder de toren van de kerk naar echte scholen vanuit de gemeente en later aangevuld met scholen met een levensbeschouwelijke achtergrond, tot en met voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs. Daar zit Ede vol mee; het is niet voor niks de kenniscampus.” Daarover later meer.
VERZUILING
In de vorige eeuw bestond onze samenleving uit vier groepen, oftewel vier zuilen: protestanten, katholieken, liberalen en socialisten. ,,Die verzuiling zag je door de hele samenleving, van school tot politieke partijen. Als katholiek trouwde je bijvoorbeeld niet met een protestant of andersom. Dat was echt not done in die tijd”, zegt Van Beek. ,,In de Eerste Wereldoorlog kwam door de komst van de Belgen en militairen het katholieke geloof naar Ede. Daardoor ontstond op een gegeven moment ook de eerste katholieke school.”
Tegenwoordig heb je als leerling keuze in de school waar je naartoe gaat. Vroeger had je die keuze niet; je ging naar de school van de kerk waarvan je lid was. ,,Tegenwoordig kiest iedereen meestal de school het dichtst bij huis, maar vroeger was dat niet aan de orde. Als er maar één gereformeerde school in het dorp was, dan ging je daarheen. Dan kwam je de kinderen tegen die bij diezelfde kerk zaten, vaak bij dezelfde sportvereniging. Dat was gewoon standaard.”
Uiteindelijk kwam die samenwerking er wel. ,,Levensbeschouwelijk onderwijs werd vaak vanuit de kerken en de gemeente bekostigd. Als op een gegeven moment de verzuiling minder belangrijk wordt, nemen ook de fondsen af. Er wordt meer samenwerking gezocht.”