Afbeelding
Theo Beumer

Geeske Telgen in de serie Krasse Knarren: ‘Als ik gezond mag blijven, blijf ik actief’

6 maart 2026 om 09:07 Mensen Krasse Knarren Nieuws uit Ede

LUNTEREN Ze waren bekenden in Ede en omgeving, maar staan inmiddels veel minder in de schijnwerpers dan jaren geleden. In de serie Krasse Knarren interviewen we bekende Edenaren die uit het nieuws zijn verdwenen, maar zeker hun sporen hebben nagelaten. Deze keer: Geeske Telgen.  

door Jan de Boer

Geeske Telgen (1956) groeide op in Hoogeveen. Ze kijkt terug op een jeugd waarin muziek en sport een belangrijke rol speelden. „Ik ben de oudste van vijf kinderen. Thuis speelden alle kinderen een instrument. Ik ben begonnen met blokfluit te spelen, daarna dwarsfluit en piano. Muziek heeft in mijn leven altijd een rol gespeeld. Daarnaast speelde ik hockey. Daar begon je vroeger pas mee als je een jaar of elf, twaalf was. Er was bij de club maar één meisjesteam en één jongensteam. Je trainde met elkaar en ging met de bus naar Drenthe, Friesland en Groningen om wedstrijden te spelen.”

Ook thuis was er genoeg te doen. Haar ouders hadden een schildersbedrijf. „Op zaterdagmorgen bracht ik de rekeningen rond, waar ik van m’n vader zakgeld voor kreeg. Dat deed ik op de fiets; daardoor ken ik alle straten in Hoogeveen wel uit m’n hoofd. Van onze ouders moesten wij in de vakantie allemaal vakantiewerk doen. Dat hoorde erbij.”

CONSERVATORIUM 

Na het vwo ging Telgen naar het conservatorium in Zwolle. „In die tijd leerde ik ook mijn latere echtgenoot Jan kennen. Nee, niet in Zwolle. Jan woonde in Rotterdam. Ik maakte samen met een vriendin een fietsvakantie in Engeland. Op de boot terug raakte ik aan de praat met Jan. We wisselden adressen uit en een jaar daarna waren we getrouwd. Ik was toen 21 jaar.”

Na hun huwelijk woonde het paar in Rotterdam, waar Telgen nog een jaar conservatorium volgde en daarnaast muziekles gaf op een middelbare school. Voor het werk van haar man vertrok het gezin daarna naar de Verenigde Staten.

„Daar hebben we een fantastische tijd gehad, Jan gaf er les. Een paar weken voor het vertrek werd ons eerste kind geboren. We woonden daar in Knoxville, Tennessee, en Buffalo, in het westen van de staat New York, dicht bij de Niagara Falls. Alles bij elkaar hebben we een jaar in Amerika gewoond.”

Na hun verblijf in de Verenigde Staten verhuisden de Telgens naar Louvain-la-Neuve, in het Franstalige deel van België. Een jaar later keerde het gezin terug naar Nederland. Jan Telgen werkte toen in Zeist.

SNEL THUIS IN LUNTEREN

„We gingen in Lunteren wonen, omdat wij daar een betaalbare woning konden vinden en het een station had. Jan had voor Zeist een auto nodig, toen een oranje Lada. De trein was voor mij belangrijk, omdat ik verdere lessen in de muziek wilde volgen. Ik kon met de trein weg en had hier al mensen leren kennen, zodat we op elkaars kinderen konden passen.”

Hoewel het in het begin wennen was, voelde Telgen zich al snel thuis in Lunteren. „Ik ben wel altijd iemand geweest die dingen aanpakte. Dus ik ben naar een volleybalvereniging gegaan om mensen te leren kennen. Op de muziekschool waar de kinderen heen gingen, kwam ik in de oudercommissie. Zo ging het balletje wat rollen.”

(De tekst gaat verder onder de foto.)


Geeske Telgen was vijftien jaar actief in de lokale politiek. - Theo Beumer

Eén keer overwoog het gezin nog te verhuizen. „We zouden naar Bennekom verhuizen, maar toen ik van de slager in Lunteren een biefstukje kreeg voor de geboorte van onze jongste, zei ik: ‘Ik wil niet meer verhuizen.’”

De mensen op de Veluwe vond ik wat harder dan noordelingen. In Drenthe is het een beetje van ‘zwiegen en jao knikken’ als ze het er niet mee eens zijn. Hier zeggen ze het recht voor zijn raap

LOKALE POLITIEK

Later leerde zij het dorp nog beter kennen door haar werk in de lokale politiek. „De mensen op de Veluwe vond ik wat harder dan noordelingen. In Drenthe is het een beetje van ‘zwiegen en jao knikken’ als ze het er niet mee eens zijn. Hier zeggen ze het recht voor zijn raap. Het mooie aan Drenthe is dat Drenten wars zijn van hiërarchieën. Ze praten overal, dat miste ik in het begin in Lunteren. Je kreeg moeilijk aansluiting, maar doordat ik allerlei dingen ging doen, is die aansluiting wel gekomen. Vaak ligt het ook aan jezelf hoe je dingen oppakt. Ik woon hier al zo lang, ik ben hier gelukkig en voel me echt opgenomen in het dorp.”

Via oud-wethouder Gijp van Soest werd Telgen gevraagd actief te worden voor het CDA in Ede. Na enkele vergaderingen kwam ze op de kandidatenlijst voor de gemeenteraad. Uiteindelijk was zij vijftien jaar raadslid.

„De laatste periode heb ik niet helemaal afgemaakt. Iemand zei eens tegen mij, ik was toen vijftig: ‘Je kunt mijn moeder zijn.’ Toen dacht ik dat het tijd is dat ik ruimte maak. En als ik wat anders wil, dan moet ik het nu doen.”

OPELLA

Niet lang daarna ging zij aan de slag bij zorgorganisatie Opella, waar zij een nieuwe vorm van medezeggenschap hielp opzetten. „Dat kostte veel tijd en ik heb de nieuwe structuur zes jaar als voorzitter helpen vormgeven. Het is gelukt om de families meer inspraak te geven. Het werken bij Opella was een warm bad voor mij. Toen ik daar binnenkwam op kantoor hoorde ik iemand zeggen: ‘Wil je een kopje koffie?’ Ik had dat bij werk niet eerder meegemaakt. De acht jaren dat ik daar ben geweest zijn onvergetelijk.”

In dezelfde periode ontstond het idee voor een koorproject met jongeren en ouderen. „De directeur vond het best en zei: ‘Geeske, ga dat maar doen.’ Hendrik Jan van Schothorst was de dirigent. Samen gingen we scholen langs om schoolkinderen met de bewoners van de huizen van Opella te laten zingen. We zongen liedjes van Annie M.G. Schmidt.”

Landelijk was Telgen actief in het bestuur van de protestants-christelijke ouderenbond PCOB. Vanuit die functie was zij betrokken bij pogingen om een fusie tot stand te brengen met de katholieke ouderenbond. „Helaas is dat toch niet gelukt. Nu is de PCOB samen gegaan met de ANBO.”

MUZIEK CONSTANTE FACTOR

Muziek bleef in al die jaren een constante factor. Telgen was onder meer bestuurslid van het Benelux Fluitconcours, dat in Ittervoort wordt gehouden bij Adams Muziekcentrale.

„Dat is een concours voor zowel amateurfluitisten als beroepsmatige en conservatoriumfluitisten. Voorrondes werden door het hele land georganiseerd. We hadden docenten uit België, Luxemburg en Nederland die in de jury zaten. Het kostte veel tijd, maar was een prachtige periode. Zeker acht jaar heb ik aan het concours meegewerkt.”

Op dit moment geef ik nog dwarsfluitles en beginnende muzikale vormingslessen bij de Edesche Harmonie

Nog altijd geeft zij muziekles. „Op dit moment geef ik nog dwarsfluitles en beginnende muzikale vormingslessen bij de Edesche Harmonie. Zelf luister ik alleen naar muziek als ik tijd heb. Ik kom er bijna niet meer aan toe, maar ga wel naar concerten. Ik houd van klassieke muziek, niet van hardrock. Ik speel ook nog fluit in de kerk in Lunteren. Daar hebben we een combo, dat is voor mij ook iets nieuws. In de groep met slagwerk en een gitaar fluit ik zo mee.”

Daarnaast is Telgen nog steeds actief in verschillende organisaties. Zij is voorzitter van PCOB Ede/Lunteren, trouwambtenaar en bestuurslid van CDA Senioren Internationaal.

„Van huis uit heb ik meegekregen dat je je voor anderen moet inzetten. Ontmoetingen met anderen kunnen je inspireren. Ook is het mooi dat je verschillende mensen ontmoet. Ik zou ook niet zonder kunnen.”

FAMILIE BELANGRIJKE ROL

Ook haar familie speelt een belangrijke rol. „De kinderen en kleinkinderen kosten ook tijd, maar geven ons heel veel terug. Wij hebben dertien kleinkinderen.”

Ik deel ons leven soms in als de tijd vóór 2013 en na 2013. We hebben ons leven wel weer kunnen oppakken. Er blijft altijd een schaduw, een verdriet in je zitten

Daarbij hoort ook een ingrijpend verlies. „Een kleindochter van drie is verongelukt toen wij ons 35-jarig huwelijk in Frankrijk vierden. Dat heeft veel gedaan. Ik deel ons leven soms in als de tijd vóór 2013 en na 2013. We hebben ons leven wel weer kunnen oppakken. Er blijft altijd een schaduw, een verdriet in je zitten.”

Toch blijft zij vooruitkijken. „Als ik gezond mag blijven, en dat is natuurlijk een eerste voorwaarde, blijf ik actief. Het mooiste is dat je onder de mensen in de samenleving actief blijft. Zelf moet je de drang in je hebben om wat te doen. Ik houd meer van het bestuurlijke werk. Ik ben er blij mee dat me die kans wordt gegeven.”

Meer verhalen over ‘Krasse Knarren’ lezen? Je vindt hier alle reeds gepubliceerde artikelen in de serie ‘Krasse Knarren’.