
Jan van Santen in de serie Krasse Knarren: ‘Ik spreek Russisch en Oekraïens, alleen verstaan ze me niet’
13 maart 2026 om 09:39 Mensen Krasse Knarren Nieuws uit EdeEDE Ze waren bekenden in Ede en omgeving, maar staan inmiddels veel minder in de schijnwerpers dan jaren geleden. In de serie Krasse Knarren interviewen we bekende Edenaren die uit het nieuws zijn verdwenen, maar zeker hun sporen hebben nagelaten. Deze keer: Jan van Santen.
door Jan de Boer
Jan van Santen (1953) werd geboren en groeide op in Rotterdam, in een gezin met zes zussen en één broer. Na de vijfjarige HBS-A, waar hij uiteindelijk zes jaar over deed, monsterde hij aan als ketelbinkie op een schip richting Hongkong. Daar woonden op dat moment een zus en zwager van hem. Het bezoek was kort.
„Ik was er maar één dag en moest de volgende dag alweer verder. Ik ben altijd omringd door vrouwen. Ik had zeven moeders, ik was de een-na-jongste. M’n oudste zus is zeven jaar ouder dan ik en m’n jongste zus zeven jaar jonger dan ik.”
Van Santen groeide op in de buurt van De Kuip, het stadion van Feyenoord. „Logisch is dat ik als Rotterdammer Feyenoord supporter ben.” Zelf voetbalde hij bij Zwart Wit ’28, waar later John de Wolf trainer werd. De club ging uiteindelijk failliet.
(De tekst gaat verder onder de foto.)
![]()
Voor veel mensen kan Jan van Santen niet kapot vanwege zijn optreden tijdens de problemen bij een editie van het internationale C1-toernooi van Blauw Geel ’55. - Wilco Willemse
Na een verhuizing naar de Rotterdamse Alexanderpolder – „de hongerput van Rotterdam noemden ze dat, vanwege zes meter onder NAP en een huur van 160 gulden per maand” – trouwde Van Santen en woonde hij een tijd in het centrum van Rotterdam. Daarna verhuisde hij naar Papendrecht.
Tussen die perioden door vervulde hij zijn dienstplicht. „Gezien m’n opleiding had ik officier moeten worden. Tijdens de keuring kreeg ik ruzie en ben ik tankbestuurder geworden.” Zijn opleiding volgde hij in de Prins Bernhardkazerne in Amersfoort, zijn parate diensttijd bracht hij door in Oirschot.
EMIGRERENDE BOEREN
De weg naar Ede verliep via verschillende banen in de transportsector. In Capelle aan den IJssel ging Van Santen werken bij een verhuisbedrijf met een vestiging in Emmen. Daar kwam hij terecht in een bijzondere niche: emigratieverhuizingen van boeren naar Canada.
„Ik ben begonnen met de verkoop van verhuizingen van boeren, die naar Canada gingen verhuizen. In 1980 waren wij het grootste verhuisbedrijf dat dat deed. We verhuisden 75 à 150 boeren per jaar naar Canada.”
Volgens Van Santen waren de omstandigheden daar destijds gunstig voor Nederlandse boeren. „Voor weinig geld konden boeren daar wat kopen. De vergunningen waren veel gemakkelijker te krijgen. Als je in Nederland een boerenschuur wilde bouwen, was je minimaal een jaar bezig om die uitbreiding voor elkaar te krijgen. In Canada ging je naar de wethouder in een dorp, maar die was er niet omdat hij zelf ook boer was. Die zei: ‘kom vrijdag terug en lever een tekeningetje in hoe je het wilt hebben’. Als je terugkwam kreeg je de vergunning toen.”
Het werk bestond uit meer dan verhuizen alleen. „Het was niet zozeer verhuizen, maar ook de logistiek en bedenken wat er allemaal komt kijken bij een verhuizing. Containers vol met tractoren, kunstmeststrooiers, silo’s en cyclomaaiers zijn daarheen vervoerd.” De meeste emigrerende boeren vestigden zich in de provincie Ontario.
Naast boeren verhuisden ook andere beroepsgroepen naar Canada. „Het waren niet alleen boeren, maar ook verplegend personeel. In Canada hebben ze lijsten van beroepen die ze daar graag willen hebben.”
TRANSPORT EN ONDERNEMERSCHAP
Later kwam Van Santen terecht in het internationale transport. Hij ging werken bij vervoersbedrijf Malenstein in Ede, dat inmiddels niet meer bestaat. Voor het bedrijf werkte hij een jaar in het Belgische Mechelen.„In Mechelen hadden ze maar één klant, dat was te kwetsbaar. Ik heb er nog wat meer bedrijven verworven. Al is het best lastig om als Nederlander in België zaken te doen. In België doen ze dat ’s middags in het café. Je moet daar lekker eten en drinken. Je kwam met drie, vier borrels weer thuis en dan was je niet veel meer waard.”
Malenstein werd later overgenomen door Vos uit Oss. Intussen was Van Santen terechtgekomen bij verhuisbedrijf Waaijenberg, dat eveneens tot de Malenstein-familie behoorde.
„Ik ging in 1989 werken bij Waaijenberg, dat twee auto’s en vijf personeelsleden had en rondjes om de kerk maakte. Ik heb bij Waaijenberg internationale verhuizingen en kantoorverhuizingen ingevoerd.”
Het bedrijf groeide in de jaren daarna. Onder meer waren er opdrachten voor de inrichting van HEMA-winkels door het hele land. In 1993 nam Van Santen het bedrijf over.„Waaijenberg was een goede naam, het bestaat al sinds 2 mei 1896. Sander Waaijenberg startte het bedrijf in Otterlo. Hij was daarvoor schaapsherder en begon met paard en wagen met het vervoer van stenen. Er zijn nog foto’s van het begin van de twintigste eeuw. Daarop zie je Sander Waaijenberg op een paard en dat ze vanuit Otterlo een bodedienst op Arnhem hadden.”
INTERNATIONAAL WERK
Na de overname breidde Van Santen de activiteiten verder uit. „De eerste ritten heb ik zelf gedaan met een chauffeur. Er was toen nog weinig ervaring binnen Waaijenberg.”
Het bedrijf vervoerde onder meer piano’s van de Edese pianofabriek Rippen en verzorgde verhuizingen naar verschillende Europese landen. Ook Oekraïne werd een werkgebied.
Ik spreek inmiddels goed Russisch en Oekraïens, alleen de mensen verstaan me niet
„Mensen van onze landelijke gereformeerde kerk gingen naar Oekraïne om daar hulp te bieden. Ik spreek inmiddels goed Russisch en Oekraïens, alleen de mensen verstaan me niet. Ik ben er al een keer of tien geweest.”
De reizen waren soms ingewikkeld. „Je staat er drie, vier dagen aan de grens. Wachten, wachten, wachten. Wachtrijen van negentig kilometer. Maar ze spreken tegenwoordig aan de Pools-Oekraïense grens ook Engels.”
Halverwege de jaren negentig nam Van Santen nog enkele bedrijven over. In die periode werd hij ook gekozen tot ondernemer van het jaar in Ede, bij een verkiezing van Ernst & Young en de Junior Kamer.
Via de Entrepreneur Society van Nyenrode bezocht hij in 2008 China tijdens de Olympische Spelen. Daar combineerde hij het bijwonen van wedstrijden met bezoeken aan verhuisbedrijven. „In Shanghai en Beijing ben ik geweest om wedstrijden te volgen. Ik had daar een beetje mijn eigen programmaatje. Dat vond men bij die club waar ik mee ging niet zo leuk, maar ik wilde verhuisbedrijven bezoeken. Ook de Chinese begeleiders vonden dat minder leuk. Ik werd geholpen door een Chinees meisje dat in Apeldoorn studeerde en bij een Chinees restaurant in Ede werkte. Ze was teruggegaan naar China en wij hadden contact gehouden. Ze sprak redelijk Nederlands, ze ving mij op in China. Met haar en een vriendin van haar ging ik naar de douane, de haven en twee verhuisbedrijven toe.”
„Verder heb ik niet veel gezien van de Olympische Spelen omdat ik bijna geen tijd daarvoor had. Wel naar een wedstrijd van het dames waterpoloteam geweest, die Olympisch kampioen werden.”
Tijdens die reis ontmoette hij ook presentator Humberto Tan. „Ik had Humberto Tan ooit ontmoet bij een uitreiking van een ondernemersprijs in Ede. Ik vertelde hem dat wij als Waaijenberg ook Polar Bears sponsorden. Ik vertelde hem dat in het Oranjezestal ook een paar speelsters van Polar Bears speelden.”
Hij vervolgt: ,,Tan vertelde mij dat hij prijzen in het Holland Heineken Huis ging uitreiken. ‘Wil je daar ook bij staan en mij helpen bij de prijzen.’ Op het podium stonden naast wat officials ook toen nog prins Willem-Alexander en prinses Máxima.”
BLAUW GEEL ’55
Naast zijn werk was Van Santen actief in het verenigingsleven. Van 1994 tot 2000 was hij voorzitter van zaterdagvoetbalclub Blauw Geel ’55.
„Ik stond daar langs de lijn voor m’n zoon Joop en dochter Marijke. Ik kwam er een keer in de bestuurskamer en hoorde dat de voorzitter ermee zou ophouden. Ik zei: ‘kan ik jullie helpen of zo of wat’. Ik wil altijd helpen, altijd dienen is zo’n beetje mijn lijfspreuk.”
Ik wil altijd helpen. Altijd dienen is zo’n beetje mijn lijfspreuk
In dezelfde periode was hij ook voorzitter van de Edese afdeling van het GPV, de partij die later samen met de RPF opging in de ChristenUnie. ,,Het voorzitterschap zou me één avondje in de week en de zaterdag bij het voetbal kosten. In de praktijk was dat iets meer.”
Tijdens zijn voorzitterschap speelde de privatisering van de Edese voetbalvelden. „Voor de Belangenvereniging Edese Veldvoetbalverenigingen legde ik op verzoek van hun voorzitter Jan Randewijk de contacten met de politiek. Ik kon lezen en schrijven met die mensen, ook omdat ik ook nog een tijdje fractievolger was geweest voor het GPV. Mijn eigen partij keek er wel wat anders tegenaan. Op een goede manier is de privatisering tot stand gekomen.”
Voor veel mensen kan Jan van Santen niet kapot vanwege zijn optreden tijdens de problemen bij een editie van het internationale C1-toernooi van Blauw Geel ’55. ,,Dat was een emotionele tijd, ook voor mij. Ik had die woensdag een contract gesloten met de SNS-bank in Den Bosch. Ik zat om een uur of vier in de auto op de terugweg en werd gebeld door Marijke of Adrie Slotboom. We waren al een jaar bezig met het organiseren van het toernooi, Elke vergadering werd er gevraagd ‘hoe gaat het ermee, gaat alles goed’. Alles was voor elkaar. Twee dagen voor het toernooi bleek dat degene die de contacten met de deelnemende clubs zou verzorgen niets had gedaan. Hij had geen enkele club benaderd. Ik dacht: ‘wat moeten we doen?’. En zei ‘vanavond hebben we een bestuursvergadering en gaan we bekijken wat we kunnen doen’. We kwamen ’s avonds bij elkaar en ik bedacht om alle veertien voetbalclubs in Ede te gaan benaderen. Op één avond is dat gelukt, iedereen was bereid om met een C-elftal aan het toernooi mee te gaan doen. Het toernooi is die zaterdag daarop toch doorgegaan. Alleen trokken een paar sponsors zich terug. Mede met behulp van veel mensen werd het een geslaagd toernooi. Het klopt dat je wel op het idee moet komen.”
VRIJWILLIGERSWERK
In 2019 verkocht Van Santen Waaijenberg. Daarna bleef hij nog twee jaar, twee dagen per week, bij het bedrijf betrokken. In 2023 verkocht hij ook zijn bedrijven in Groningen. Zijn dagen zien er inmiddels anders uit. „Lekker uitslapen tot een uur of negen. Half tien m’n bed uit. Op m’n gemakkie met een kopje koffie m’n krantje lezen.”
Toch blijft hij actief. In Amerongen, waar hij tegenwoordig woont, is hij betrokken bij de VoorleesExpress van de bibliotheek. „Dat is kinderen met een achterstand helpen met lezen. Het zijn meestal kinderen van asielzoekers die al een status hebben en in Nederland op school zitten. Ik lees hen voor, doe spelletjes met ze en zing met hen liedjes als ‘Hop, Marjanneke, stroop in ’t kanneke’.”
Daarnaast is hij aangesloten bij de organisatie Mobiel Maatje, die ouderen vervoert naar bijvoorbeeld het ziekenhuis of de kapper. Ook begeleidt hij vluchtelingen. „Bij het AZC in Leersum begeleid ik vluchtelingen. Daar begeleid ik een Syriër, die door de taal moeilijk aan werk kan komen.”
Samen met zijn vrouw zorgt hij bovendien voor een kleinkind met een stofwisselingsziekte. „Elke woensdag of zoveel als het nodig is gaan we daar naartoe.”
Verder geeft hij Nederlandse les op een asielzoekerscentrum in Leusden. En thuis pakt hij zijn rol als huisman op. „Ik houd de benedenverdieping van ons huis schoon. En het toilet en de douche boven houd ik ook schoon.”
Meer verhalen over ‘Krasse Knarren’ lezen? Je vindt hier alle reeds gepubliceerde artikelen in de serie ‘Krasse Knarren’.

