
Nuttige en gezellige NLdoet-dag in Het Mierenreservaat: ‘Het is gewoon hartstikke leuk om te doen’
16 maart 2026 om 11:55 Natuur en milieuBENNEKOM Het was zaterdag weer eens zo’n typische ‘maart roert zijn staart’-dag. De regen kwam met bakken uit de hemel, niet echt een uitnodiging om bijvoorbeeld lekker de Bennekomse bossen op te zoeken. Maar gelukkig zijn er altijd echte diehards die zich van die omstandigheden weinig of niets aantrekken. Sportievelingen die gewoon hun hardloopschoenen hebben aangetrokken en hun rondje doen, paardenliefhebbers die weliswaar hoog, maar absoluut niet droog zitten en in galop over de paden trekken. Maar ook mensen met stevige schoenen en gekleurde regenjassen, die ploeterend op hun fiets richting ‘een keet’ rijden. Het zijn vrijwilligers die onder auspiciën van de Stichting Landschapsbeheer Zuidwest Veluwe gehoor hebben gegeven aan de oproep om in het kader van NLdoet een stukje van de Bennekomse heide, Het Mierenreservaat, te komen onderhouden.
door Dick Martens
Ondanks de troosteloze omstandigheden wordt er toch ‘gewoon’ een feestelijk NLdoet-tintje aan de samenkomst gegeven. Gekleurde vlaggetjes dragen in ieder geval nog meer bij aan het enthousiasme van de deelnemers. De stemming bij de inmiddels tot ruim vijftien personen uitgegroeide groep is prima. ,,In de regen hier naartoe fietsen is vaak het vervelendst”, aldus Jasper Jan de Konink, die zowel uitvoerend als organiserend actief is bij de Stichting Landschapsbeheer Zuidwest Veluwe.
,,Als je eenmaal bezig bent valt het allemaal wel weer mee. Wij werken in de natuurterreinen in Bennekom, Ede en in Wageningen. Ook knotten wij wilgen. Hier in het Mierenreservaat werken we als vrijwilligers in samenspraak met de gemeente Ede, met nog een aantal andere organisaties zoals Stichting De Moft en A Rocha Bennekom. We onderhouden dit gebied als vrijwilligers met allerlei kleine onderhoudswerkzaamheden.”
VRIJWILLIGER VAN HET EERSTE UUR
Eén van die vrijwilligers van het eerste uur is Aleid van der Kolk (66). ,,Ik ben in 1984 al met dit vrijwilligerswerk begonnen. Het is gewoon hartstikke leuk om te doen. Vooral als je de hele week achter je bureau hebt gezeten is het heerlijk om je weekend op deze manier in te vullen. Je ziet allerlei dingen groeien en bloeien. Onze werkzaamheden worden hier bij Het Mierenreservaat erg gewaardeerd. Ze vinden dat wij het goed doen. Boompjes en vooral bramenstruiken groeien enorm snel. Wij verwijderen die en graven de boompjes uit, zodat er een geschikt leefgebied voor de zandhagedis en diverse bijzondere mierensoorten ontstaat. Elk jaar proberen we daarvoor weer nieuwe mensen te enthousiasmeren, vandaar dat we meedoen met NLdoet. We maken het altijd gezellig, zodat de mensen het gevoel hebben hier welkom te zijn.”
(De tekst gaat verder onder de foto.)
![]()
Hazelworm gevonden. - Dick Martens
Die laatste woorden vangt Jennie op. ,,Ik ben er nu een jaartje bij, woon hier in de buurt, wandelde hier al veel, maar nu wandel ik er toch anders. Je weet meer over wat er zoal groeit en bloeit en hebt op die manier meer verbinding met de omgeving waar je woont. Ik had altijd het idee, dat je om je hier nuttig te kunnen maken technische en inhoudelijke kennis nodig had. Die heb ik weliswaar niet, maar ik hoorde dat er in dit gebied ook dit soort werkgroepen zijn, die heel praktisch te werk gaan. Daar hou ik zelf ook van, lekker in de tuin, lekker buiten. En wat ik helemaal leuk vind is dat er mensen zoals Jasper Jan zijn, die heel veel van dit gebied weten. Er alles over kunnen vertellen, dat is dat extra stukje, dat ‘ons’ werk ook zo leuk maakt. Je bent lekker met elkaar bezig, je hoort en ziet nog eens wat. En als ik dan hier ‘in mijn achtertuin’, met mijn kleindochter loop, kan ik haar ook meer vertellen over wat we zoal tegenkomen en zien.”
GROTE GROEP EN TIJD VOOR ACTIE
Ondertussen wordt de groep steeds groter en wordt het tijd voor actie. Gewapend met scheppen, grote snoeischaren en werkhandschoenen volgt er ‘een modderwandelingetje’ richting het Mierenreservaat. Daar geeft Jasper Jan nog een laatste toelichting en wat adviezen. Ook aan Demy (‘ik ben ecoloog’) en haar vriendin, die vanuit Wageningen zijn gekomen. ,,We kennen het gebied wel, want we lopen hier regelmatig hard.”
Al snel wordt door het duo, onder luid gejuich, de eerste stronk uit de grond getrokken. Ook knapt het weer al wat op en gaan de eerste jassen en truien uit. En ondertussen wordt er ook al gezellig met elkaar gesproken, over en weer wordt informatie uitgewisseld. Over het gebied, over wat er in het dagelijks leven wordt gedaan en hoe leuk het is om zelf een volkstuintje te hebben.
Voor Demy, die in Groningen woont, en haar vriendin wordt deze actie een éénmalige klus. ,,We gaan daar samenwonen en werken.” Het gesprek gaat vervolgens naar ‘de spork’, die Demy ter hand heeft genomen. Het is een kleine, handzame spade die voorzien is van kartels aan de zijkanten. ,,Wat een geweldig ding zeg!”, jubelt de Groningse. Maar dan volgt er een kreet, die het midden houdt tussen opwinding en verbazing. ,,Wauw! Een hazelworm!” Die overleefde wonderwel ‘de spork’. Van alle kanten komen de vrijwilligers de vondst bewonderen en worden er foto’s van gemaakt. Even wordt de hazelworm besproken, maar vervolgens wordt het werk weer even enthousiast hervat. Aan het begin van de middag mag het resultaat er zijn en is de warme kop soep een meer dan welkome ‘beloning’.
Voor meer informatie: www.landschapsbeheerzuidwestveluwe.nl



