
Natuurcolumnist Michael de Vries: ‘April is kiezen uit verwondering’
14 april 2026 om 10:22 Natuur en milieuEDE Bij het schrijven van een column is het vaak alles of niets. Het ene moment heb je nauwelijks een onderwerp om over te schrijven en moet je heel diep in je geheugen en je creativiteit graven om ook maar enigszins íets op papier te krijgen en het andere moment heb je de keuze uit wel tien onderwerpen.
De maanden april en mei zijn voor mij altijd maanden waarin ik echt keuzes moet maken. Alleen afgelopen week al had ik bijna dagelijks een column kunnen schrijven. De bomen en planten die nu ineens hard uitlopen en prachtige bloesem laten zien, de eerste zwartkop die ik in de straat hoorde en de eerste zwarte roodstaarten die ik in het centrum hun krassende liedje hoorde zingen. Ook over de zeldzame hop, een bijna tropische vogel, die ik tegenkwam had ik een column kunnen schrijven. Net als over de verschillende spechten tijdens mijn wandelingen. Vanochtend nog, ontdekte ik het nest van een middelste bonte specht.
En zoals altijd had ik ook weer een column kunnen schrijven over de wolf. Als ik iedere keer als de wolf in het nieuws is er in een column op zou reageren, dan zou ik ook daadwerkelijk dagelijks een column kunnen hebben. Dit keer ging het erover dat het aantal aanvallen de eerste maanden van het jaar is afgenomen terwijl er wél meer wolven zijn. Reden is een toename van het aantal wolfwerende rasters, eindelijk. Later verscheen er een artikel dat in Lunteren het aantal aanvallen op vee is toegenomen. Een goede columnist laat zijn lezers zelf nadenken, dus lees het laatste stukje nogmaals en trek zelf uw conclusie.
Maar het meest bijzondere deze week was toch echt mijn ontmoeting met twee edelherten. Toen ik aan kwam fietsen, stonden deze rustig langs de kant van de weg en wilden het fietspad oversteken. Ik stapte af, maakte wat opnames en tot mijn verbazing bleven de dieren rustig hun ding doen. Het zat bijna tegen het onnatuurlijke aan, of waren ze wellicht gewoon helemaal op hun gemak omdat ze wisten dat ik geen gevaar vormde? Een paar minuten graasden de dieren wat en uiteindelijk staken ze voor mij het pad over. Door een hek aan de overkant, konden ze niet anders dan weer terug te gaan.
Toen ze weg waren, telde ik met grote stappen de afstand tussen mij en de dieren. Precies dertien meter. Wat een bizarre ontmoeting.
door Michael de Vries
Meer columns op Ede Stad.nl lezen? Je vindt ze in dit dossier.