Arjan Ros (links) van het Platform Militaire Historie Ede heet Arnold Walton welkom in onze gemeente. In het midden Amanda Slotboom.
Arjan Ros (links) van het Platform Militaire Historie Ede heet Arnold Walton welkom in onze gemeente. In het midden Amanda Slotboom. Lennard Pater

Britse bevrijder Arnold Walton (100) terug in Ede: ‘Het is geweldig om hier weer te zijn’

14 april 2026 om 11:15 Historie

EDE De Brit Arnold Walton (100) was in april 1945 één van de bevrijders van Ede en sliep in die periode enige tijd bij de Edese familie Van der Waal in huis. Afgelopen zaterdag keerde hij voor het eerst terug naar de plekken van toen en legde hij een krans bij het Bevrijdingsmonument. Aansluitend sprak de veteraan bij De Smederij met Ede Stad Plus over zijn oorlogsherinneringen en bijzondere terugkeer als 100-jarige naar de plaats die hij mede bevrijdde.

door Lennard Pater 

Als de Britse oorlogsveteraan Arnold Walton zaterdagmiddag binnenkomt in De Smederij en neerstrijkt voor een lekkere kop thee is één ding meteen duidelijk: hij is blij om terug in Ede te zijn. Met een stralend gezicht en twinkelende ogen vertelt de 100-jarige: „Het is geweldig om hier weer te zijn, heel bijzonder. En de mensen in Nederland zijn echt fantastisch.”

Om die hem dierbare Nederlanders opnieuw te kunnen ontmoeten moest de inmiddels een eeuw oude veteraan natuurlijk wel het Kanaal oversteken, maar hij zegt de reis goed verteerd te hebben en oogt fit. Haast iedereen die deze dag in Ede met hem praat, is onder de indruk van zijn aanstekelijke energie, typisch Britse gevoel voor humor en helderheid van geest.

EDESE FAMILIE 

Moeiteloos komen de herinneringen aan zijn Edese periode en verblijf bij de Edese familie Van der Waal dan ook bovendrijven. Zo weet hij nog precies hoe hij in april 1945 bij de familie terechtkwam. „Het was op dat moment erg koud, om eerlijk te zijn bloody cold, en de Nederlanders hadden medelijden met ons als soldaten en nodigden ons bij hen in huis uit. Dat was bijzonder, want vergeet niet: de mensen in Nederland hadden toen niets en waren aan het verhongeren.”

(De tekst gaat verder onder de foto.)


Na de kranslegging neemt Walton het applaus van de aanwezigen in ontvangst  - Lennard Pater

Dat de familie Van der Waal in die omstandigheden zo gastvrij was Walton en ook zijn collega-soldaat korporaal Strutt in huis te nemen, waardeert de Brit nog altijd enorm. Wel sliepen de twee soldaten op de keukenvloer, maar dat was, zegt Walton, hun eigen keuze. „Wij leefden buiten en waren heel vies. In zo’n smerige staat konden we niet door het huis lopen en dus zeiden we: we slapen wel in de keuken. Als we dan ’s avonds klaar waren met wat we die dag te doen hadden, kwamen we terug naar het huis van de familie Van der Waal en maakten we ons bed op de keukenvloer. Dat ging prima: we hadden zelf dekens bij ons en de familie ontving ons met open armen.”

EVA EN BINKY 

Al snel ontstond er daardoor een band tussen de Britse soldaten en het gezin Van der Waal, bestaande uit vader en marinier Jan-Dirk, zijn vrouw Fenna en de twee dochters Eva en Willy, die in hun late tienerjaren waren. Vooral met Eva en Willy, die Walton kende onder de bijnaam ‘Binky’, bleken de Britse soldaten goed overweg te kunnen. „We konden”, vertelt Walton, „uitstekend met elkaar opschieten. Eva en Binky waren slimme, leuke meiden.”

Eva en Binky waren slimme, leuke meiden

VERWATERD 

De klik die er was met de twee Edese zussen zorgde ervoor dat Waltons contact met hen niet eindigde toen hij en collega-soldaat Strutt in mei 1945 Ede voor Duitsland moesten verruilen. De Edese zussen, met name Eva, bleven een rol spelen in Waltons leven. „Eva had zich na de oorlog aangesloten bij de vrouwenafdeling van de Nederlandse marine en kwam in die tijd met die marine over naar Engeland. Toen heb ik haar meegenomen naar het huis van m’n ouders. Ze is er nog jarenlang teruggekomen om hen te bezoeken, maar toen was ik er zelf niet: ik ben na de oorlog in het leger gebleven en deed op dat moment dienst in het buitenland.”

Met de nodige zelfspot voegt hij eraan toe: „En ik was toen, en ben trouwens nog steeds, de slechtste brievenschrijver die er bestaat.” Dat niet uitblinken in brieven schrijven maakte dat Waltons contact met Eva, die inmiddels net als haar zus Willy niet meer leeft, en haar familie uiteindelijk verwaterde.

HUIS 

Maar de dierbare herinneringen aan zijn Edese tijd bleven en daarom wilde Walton op deze zaterdagmiddag het huis van de familie Van der Waal graag terugzien. Zo kwam hij bij een woning aan de Verlengde Maanderweg, waar hij de kinderen van Willy van der Waal ontmoette. Het werd een mooie ontmoeting, maar zeker weten of dit het juiste huis is, doet hij niet. „Dat huis riep wel herinneringen op, maar het was niet helemaal hetzelfde huis. Ik lette natuurlijk vooral op de keuken en het viel me meteen op dat ze die veranderd hebben: hij was kleiner dan vroeger. Je kon er nu maar net in rondlopen, terwijl het echt een grote keuken was toen wij er waren. Vandaar dat je er makkelijk in kon slapen.”


Ondersteund door Maikel en Amanda Slotboom legt Arnold Walton een krans bij het bevrijdingsmonument. - Lennard Pater

PAPEKOPLAAN 

De twijfel bij Walton over het huis komt doordat er eigenlijk twee huizen in Ede in aanmerking komen, zo vertelt Edenaar Jan-Dirk van der Waal, wiens grootvader een broer was van de Jan-Dirk bij wie Walton verbleef. „Het gezin Van der Waal dat Arnold Walton huisvestte, heeft rond die tijd zowel aan de Papekoplaan als aan de Verlengde Maanderweg gewoond en die twee huizen zijn nagenoeg hetzelfde. Wel ligt het huis aan de Papekoplaan iets meer voor de hand, want de woning aan de Verlengde Maanderweg was in april 1945 al zo zwaar beschadigd door een Duitse V1-bom dat Walton daar waarschijnlijk niet meer verbleven kan hebben.”

BEVRIJDING VAN EDE 

Welk huis in Ede het ook geweest is, zeker is dat Walton in 1945 bij de Edese familie Van der Waal onderdak vond en een rol speelde bij de bevrijding van het dorp. Wat weet de veteraan eigenlijk nog van de gevechten die aan die bevrijding voorafgingen? „Die waren niet heel hevig, want de Duitsers hadden er, gelukkig voor ons, genoeg van en waren zich aan het terugtrekken. Waren ze gebleven, dan zou het voor ons a bloody sight worse, een stuk onaangenamer, zijn geweest.”

Het is nooit leuk om beschoten te worden. Dat kon ik niet echt waarderen. Maar uiteindelijk hebben we de Duitsers hier verjaagd en dat was een goede zaak

Toch was, benadrukt de veteraan, het vechten bij Ede ook niet per se een pretje. Met gevoel voor understatement zegt hij daarover: „Het is nooit leuk om beschoten te worden. Dat kon ik niet echt waarderen. Maar uiteindelijk hebben we de Duitsers hier verjaagd en dat was een goede zaak.”

DIENSTPLICHTIG 

Toen Walton in 1945 deelnam aan de bevrijding van Ede had hij er al een behoorlijke militaire reis opzitten. Op zijn 18e was de uit Yorkshire in het noorden van Engeland afkomstige Walton opgeroepen voor militaire dienst. „Er kwam een bruine envelop door de brievenbus en daar zat een brief in waarop stond dat ik me moest melden.” Ervoer de in 1925 geboren Brit die oproep voor militaire dienst destijds als vervelend? „Nee, ik vond het niet erg om het leger in te moeten en ik heb ontzettend van het soldatenleven genoten. Het was fantastisch om soldaat te zijn.”

Wel herinnert Walton, die op dat moment als slager werkte, zich lachend dat hij als nieuwbakken soldaat niet met spullen werd overladen. „Ik kreeg een mok, een lepel, een vork en een mes en dat was het. Geen uniform.” Uiteindelijk kwam dat uniform er alsnog en na trainingen in Noord-Ierland en Engeland was kort na D-day Frankrijk de bestemming van de Brit. Walton maakte vanaf dat moment onderdeel uit van het York and Lancaster Regiment, dat behoorde tot de 49e West-Riding Infanteriedivisie, beter bekend als de Polar Bears, waar hij opklom tot de rang van sergeant.


Arnold Walton in gesprek met Ede Stad Plus bij De Smederij.  - Amanda Slotboom

DIEPTEPUNT 

Als onderdeel van dat regiment maakte Walton in Frankrijk in 1944 hevige gevechten met de Duitsers mee. Hij denkt dan vooral aan de strijd in de bossen bij de plaats Tessel. „Tessel was voor mij persoonlijk het dieptepunt van de oorlog. Daar zijn we de helft van ons bataljon kwijtgeraakt en werden we zelfs bijna helemaal uitgeroeid. Daarna ging het beter en verloren we steeds minder mannen en was het een fluitje van een cent.”

Het aantal medesoldaten dat overleed werd dus kleiner naarmate de oorlog vorderde, maar toch bleef de dood van strijdmakkers natuurlijk horen bij Waltons oorlogsbestaan. Hoe ging hij daarmee om? „Nou, je werd nooit te hecht, te intiem met je medesoldaten. We waren echt kameraden, we vochten samen en maakten veel plezier met elkaar, maar je hield ook een bepaalde afstand. Tenminste, ik. Want ik wist dat het me geestelijk zou kunnen breken als iemand met wie ik heel close was het niet zou redden.”

KOGEL MET MIJN NAAM EROP 

Ook bestond natuurlijk de mogelijkheid dat Walton zelf zou omkomen. Op dat punt was zijn houding vrij stoïcijns: „Ik zei altijd: als er een kogel komt met mijn naam erop, ongeacht waar ik ben, dan zal die mij niet missen, dus waarom zou ik er bijvoorbeeld over inzitten om op patrouille te gaan? Als we gaan en die kogel met mijn naam erop komt, dan is dat zo en zal ik het niet merken. Het deerde me dus niet zo veel dat ik zou kunnen sterven. Mijn houding was: if you are going, you are bloody going. Als het zo moet zijn dat je sterft, dan sterf je.”

Als er een kogel komt met mijn naam erop, ongeacht waar ik ben, dan zal die mij niet missen

GEDENKWAARDIG 

De kogel met Waltons naam erop kwam gelukkig niet en Walton haalde ongeschonden het einde van de oorlog. Dus is hij deze middag in Ede in staat de vele dankbetuigingen van jong en oud in ontvangst te nemen en de aanwezigen plezier te brengen met zijn gevoel voor humor. Als zijn steun en toeverlaat deze middag, de Arnhemse Amanda Slotboom, hem er bijvoorbeeld tegen het einde van het gesprek speels op wijst dat-ie een stukje cake op z’n uniform heeft geknoeid zegt hij droog: „Dat wilde ik graag bewaren voor later.” Gelach vult De Smederij en niet lang daarna vertrekt de aimabele Brit naar een volgende bestemming en komt een einde aan het gedenkwaardige bezoek van de 100-jarige bevrijder aan het oorlogsmuseum.


Na de kranslegging bij het Bevrijdingsmonument neemt de Brit het applaus van de aanwezigen in ontvangst, met links leden van de familie Van der Waal uit Ede. - Lennard Pater

Na de kranslegging bij het Bevrijdingsmonument neemt de Brit het applaus van de aanwezigen in ontvangst, met links leden van de familie Van der Waal uit Ede.
Arnold Walton in gesprek met Ede Stad Plus bij De Smederij.
Na de kranslegging neemt Walton het applaus van de aanwezigen in ontvangst.
Ondersteund door Maikel en Amanda Slotboom legt Arnold Walton een krans bij het bevrijdingsmonument.