Gisteren, woensdag 20 mei, vierde Henk Mohr, de bekende manueel therapeut, zijn negentigste verjaardag.
Gisteren, woensdag 20 mei, vierde Henk Mohr, de bekende manueel therapeut, zijn negentigste verjaardag. Theo Beumer

Henk Mohr in de serie Krasse Knarren: ‘Die armoede wilde ik nooit meer meemaken’

21 mei 2026 om 09:33 Mensen

EDE Ze waren bekenden in Ede en omgeving, maar staan inmiddels veel minder in de schijnwerpers dan jaren geleden. In de serie Krasse Knarren interviewen we bekende Edenaren die uit het nieuws zijn verdwenen, maar zeker hun sporen hebben nagelaten. Vandaag: Henk Mohr.

door Jan de Boer

Gisteren, woensdag 20 mei, vierde Henk Mohr, de bekende manueel therapeut, zijn negentigste verjaardag. Mohr ziet er niet zo ‘oud’ uit en beschikt nog steeds over veel energie. Als je hem vraagt wie zijn grote tuin bijhoudt, kijkt hij je verbaasd aan. Dat doet Mohr natuurlijk zelf, samen met de robotgrasmaaier, die voor hem het grasveld bijhoudt. Pas op zijn vierentachtigste stopte Henk Mohr, in de coronatijd, met zijn praktijk. ,,Elke dag ben ik verwonderd, negentig jaar vind ik nog wel wat”, zegt de in Rotterdam geboren Mohr, die uit een groot gezin met zes kinderen komt.

TWEEDE WERELDOORLOG IN ROTTERDAM

De Tweede Wereldoorlog maakte hij mee in Rotterdam. ,,Daar heb ik op de lagere school gezeten. Tijdens het bombardement stond ons huis te schudden van de luchtdruk. De bommen vielen tweehonderd meter verderop. Het huis bleef wel staan. De hongerwinter die ik meemaakte, tekent je leven. Ik heb mazzel gehad, heb een turbulent leven achter de rug. Mijn levensmotief is altijd geweest: die armoede nooit meer. Ik heb de uiterste armoede meegemaakt. Als je je realiseert dat je ouders geen matras kunnen kopen, maar dat je op een strozak slaapt. Daar moest je het mee doen in een groot gezin van vijf jongens en één meisje.”

(De tekst gaat verder onder de foto.)


De KISS-behandeling leverde Henk Mohr de naam ‘dokter Nek’ op.  - Theo Beumer

Mijn levensmotief is altijd geweest: die armoede nooit meer. Ik heb de uiterste armoede meegemaakt

,,Ik was de middelste. Ik had twee broers die ouder waren dan ik. Die zijn bijvoorbeeld in de hongerwinter op de fiets vanuit Rotterdam naar Drenthe gegaan om daar bij een boer eten te kunnen krijgen. Dat is een drijfveer geworden om me verder te ontwikkelen. Dat je denkt: die ellende, die armoede wil ik nooit meer meemaken.”

Aan het einde van de oorlog was Henk Mohr negen jaar oud. ,,Na de oorlog was er nog steeds armoede. Ik had een werkloze vader. Ons gezin had minimale steun. Dan moet je een heel lange weg afleggen om je daaraan te ontworstelen. Gelukkig heb ik de eigenschap om niet stil te zitten. Ik heb tot m’n vierentachtigste gewerkt. Na de lagere school deed ik de driejarige mulo. Eerst had ik een kantoorbaantje. Daarna ben ik in de haven gaan werken als controleur. In Rotterdam heet dat tallyman. Je moest ladingen meten, wegen of monsters maken. Noem maar op. Het was heel boeiend. Ik heb nog op stoomschepen gewerkt. Zo lang is het geleden.”

HAVENPERIODE

,,In de havenperiode ben ik fysiotherapie in de avonduren gaan studeren. Overdag werkte ik in de haven. En drie avonden in de week ging ik van Rotterdam naar Den Haag voor de opleiding. Op fysiotherapie kwam ik omdat ik in die tijd zes dagen in de week bij een atletiekclub trainde, ook in regen- en sneeuwbuien. Mijn atletiektrainer was de vader van kunstschilder Klaas Gubbels. Hij zei tegen mij: ‘Jij moet sportmassage gaan doen en als je dat leuk vindt, ga je verder met fysiotherapie.’ Zo ben ik erin gerold. In die jaren heb ik leren afzien en vooral leren doorzetten.”

,,Deze instelling kwam mijn avondstudie ten goede. Werken en studeren kostten veel tijd en energie. Na de studie van drie jaar ben ik meteen fysiotherapeut geworden. Je moest hard werken. Er was genoeg werk. Na de oorlog had je veel invaliden. Je had fysiotherapeuten die gespecialiseerd waren in mensen met oorlogsverwondingen. Er is altijd veel werk geweest. Het vak is echt in de jaren zestig tot ontwikkeling gekomen. Vroeger was het heilgymnastiek en massage, en nu is het fysiotherapie.”

Van huis uit kreeg ik geen enkele stimulans om te studeren; ik heb mijn weg alleen moeten zoeken

KISS-SYNDROOM

,,Van huis uit kreeg ik geen enkele stimulans om te studeren; ik heb mijn weg alleen moeten zoeken. Het verbaast me nog steeds dat een jongen uit een erg armoedig gezin al zoekend deze weg opging om te eindigen als docent manuele therapie. Maar vooral omdat ik in Nederland de manueel therapeut ben geworden die de behandeling van baby’s met het KISS-syndroom introduceerde. Ook heb ik vierhonderd manueel therapeuten opgeleid om deze kleine huilbaby’s te begeleiden.”

,,Fysiotherapie was heel erg boeiend”, zegt Henk Mohr terugkijkend. ,,Ook omdat het vak in ontwikkeling was. Je hebt nu fysiotherapie voor bejaarden, sportfysiotherapie, bekkenbodemtherapie, noem maar op. Het vak is heel breed geworden. Als fysiotherapeut ben ik naar Ede vertrokken. Ik wilde weg uit Rotterdam, omdat ik het toen al een verschrikkelijk drukke stad vond. Ik wilde rust. In november 1967 kwamen we hiernaartoe. En ik miste iets. In november regende het, de bomen waren kaal, het was saai. Toen zag ik een vrachtwagen staan met een kraantje dat stenen moest lossen. Dat lawaai van die vrachtwagen en dat kraantje miste ik: het lawaai van de stad Rotterdam, terwijl ik er juist weg wilde.”

EDE

In Ede startte Henk Mohr meteen als zelfstandig fysiotherapeut. ,,Later had ik tien man personeel en had ik een grote praktijk opgebouwd. Aan het einde van m’n carrière ben ik alleen verder gegaan. Ede beviel me meteen. Ik geniet er nog elke dag. Ik heb heel veel huilbaby’s behandeld, ik heb dat in Nederland geïntroduceerd. In Keulen maakte ik kennis met een Duitse arts, dr. Biedermann. Hij hield een lezing in Denemarken. Na afloop ben ik naar hem toegegaan en zei ik tegen hem: ‘U hebt gesproken over de kinderen, de schoolkinderen die ik oefen: kinderen met problemen met de motoriek. De ellende begint tijdens de geboorte, met de nek.’ Ik vroeg hem in het Duits: ‘U moet in Nederland een lezing houden.’ Hij antwoordde in het Vlaams; hij was getrouwd met een Vlaamse vrouw. Het was gelijk een heel goed contact.”

Ik heb heel veel huilbaby’s behandeld, ik heb dat in Nederland geïntroduceerd

TEGENWERKING VAN KINDERARTSEN

In Amersfoort hield dr. Biedermann een lezing. ,,Die kennis heb ik van hem opgedaan. Hij hield ook congressen en gaf cursussen. Ik heb drie jaar voorbereiding gehad voordat ik het eerste kind behandelde. Tot dan toe was het totaal onbekend in Nederland. Ik heb in het begin veel tegenwerking gehad van kinderartsen, omdat de therapie niet onderwezen wordt op universiteiten en dan is het niet wetenschappelijk. Het was succesvol. Ik heb tientallen, misschien wel meer dan honderd dankbrieven gekregen van ouders. De kinderen hadden nekpijn en hoofdpijn. Je had kinderen die dag en nacht huilden en na een of twee behandelingen was het voorbij. Gelijk. Ik maakte heel zacht een paar gewrichtjes in de nek los. De kinderen kwamen overal vandaan.”

‘DOKTER NEK’ 

De behandeling leverde Henk Mohr de naam ‘dokter Nek’ op. ,,Ik ben acht jaar docent manuele therapie geweest. M’n ervaring heb ik gebruikt om vierhonderd collega’s op te leiden om kinderen te behandelen. Via een Duits artikel over huilbaby’s heb ik me daarin verdiept en leerde ik dat in de wieg de ellende zit voor baby’s. Zo ben ik mij erin gaan verdiepen. In oktober 2002 heb ik in De Reehorst een congres georganiseerd. Meerdere artsen hebben daar gesproken. Op dat congres kreeg ik uit handen van locoburgemeester Rob Spiegelenberg een lintje. Dat was een verrassing, tjonge jonge. Daar was ik zeer verguld mee. Ik had toen ook een stichting om Ethiopische meisjes te steunen met hun studie. Iemand had toen aangevraagd om mij een onderscheiding uit te reiken.”

Op zijn zevenenzeventigste overwoog Mohr te stoppen. Dat kwam er toen niet van. ,,Kinderen behandelen is zo’n mooi werk. In de coronatijd ben ik uiteindelijk gestopt. Alle praktijken moesten toen sluiten. En ik dacht: dit is een goed moment. Op zich heb ik daar geen spijt van gehad. Wel ben ik in de rouw geweest, omdat ik de kinderen miste. Kinderen kijken zo heerlijk. Het mooiste is het oogcontact tussen moeder en kind. Daar is niets tussen te krijgen. Mooi om te zien.”

Het mooiste is het oogcontact tussen moeder en kind. Daar is niets tussen te krijgen. Mooi om te zien

BOEK SCHRIJVEN

Het lukte hem na zijn pensioen om een boek te schrijven over het behandelen van kinderen. ,,Het boek gaat over asymmetrie. Kinderen liggen scheef in de wieg. Een kind moet recht liggen. Dat is de basis. Als ze gaan staan, zit er wat vast in de nek. Ze gaan dat horizontaal zetten met de evenwichtsorganen en de ogen. Hier begint de ellende.”

Momenteel werkt Henk Mohr aan een boek over Israël. ,,Ik ben heel erg met Israël begaan. Dat komt door de Tweede Wereldoorlog. Ik heb Joden zien lopen met de gele sterren. Ik ben bezig om voor mezelf een artikel te schrijven over wat ik allemaal heb meegemaakt met Joden in het algemeen hier in Nederland. Ik heb het laten lezen aan een aantal mensen, die allemaal zeiden: ‘Hier moet je een boek van maken.’ Daar ben ik mee bezig geweest.”

,,Het is het verhaal van een jongetje uit 1943, zeven jaar oud. Het boek is panklaar. Ik zag de Joden lopen, die moeder met haar twee kinderen die opeens weg was. Ik heb me ook ingezet voor Auschwitz, waar ik overigens nooit als bezoeker ben geweest. Het gaat om de ellende die de mensen hebben meegemaakt. In de Tweede Wereldoorlog zijn er zomaar zes miljoen mensen vermoord. Dat heeft me nooit losgelaten. Twee rode draden lopen door mijn leven: de fysiotherapie en het Jodendom. Het stuk dat ik heb geschreven, eindigt met de komst van de Messias. Joden leven met de hoop dat de Messias komt om vrede te brengen. Ik denk wel dat het boek wordt uitgegeven.”

Meer verhalen over ‘Krasse Knarren’ lezen? Je vindt alle reeds gepubliceerde artikelen in ons dossier.

Afbeelding