Afbeelding
Theo Beumer

JiMy Glasmacher in de serie Krasse Knarren: ‘Ik ben geen bijzonder mens, maar heb door de muziek wel bijzondere dingen meegemaakt’

29 mei 2026 om 09:49 Mensen Krasse Knarren Nieuws uit Ede

EDE Ze waren bekenden in Ede en omgeving, maar staan inmiddels veel minder in de schijnwerpers dan jaren geleden. In de serie Krasse Knarren interviewen we bekende Edenaren die uit het nieuws zijn verdwenen, maar zeker hun sporen hebben nagelaten. Vandaag: JiMy Glasmacher, de artiest die eerst bekend stond als Jimmy Glasmacher.

door Jan de Boer

Als vierjarig jongetje kwam muzikant JiMy Glasmacher, geboren op 17 juli 1954, vanuit Indonesië naar Nederland. De meeste Indische mensen vertrokken in het begin van de jaren vijftig als oud-militairen met hun gezin naar Nederland na de twee politionele acties. Niet de vader van de in Bogor op Java geboren JiMy. ,,M’n vader John was grafisch ontwerper. M’n beide ouders zijn Indisch. Ik ben er later achter gekomen dat m’n oma Ina van Molukse afkomst is. Het vermoeden had ik al. Ik merk dat aan de reacties als ik Molukkers tegenkom.”

ZUIDERKRUIS

In 1958 kwam de familie Glasmacher met de Zuiderkruis, na een maand op zee te zijn geweest, naar Nederland. De Nederlandse staat kocht het schip in 1947 en gaf het onder de naam Zuiderkruis in beheer bij de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd te Rotterdam, om het te kunnen inzetten als troepentransportschip voor het vervoer naar Nederlands-Indië en later naar Nieuw-Guinea. In haar militaire functie verzorgde de Zuiderkruis ook een van de transporten van Molukse militairen en hun gezinnen naar Nederland.

(De tekst gaat verder onder de foto.)

De komst naar Nederland had een grote impact op JiMy. ,,1958 was de tijd dat velen moesten gaan. Iedereen mocht wel in Indonesië blijven, m’n ouders wilden dat ook wel. Maar dan moest je afstand doen van alles wat je had opgebouwd en helemaal opnieuw beginnen. Je mocht wel blijven, maar je moest wel afstand doen van al je rechten. Van beide kanten, de Nederlandse en de Indonesische, kreeg je geen enkele steun.”

(De tekst gaat verder onder de foto.)

,,Met best veel gezinnen zijn wij vertrokken naar Nederland. De Zuiderkruis zat vol. Bij aankomst werd ik als enige met een ambulance afgevoerd naar een sanatorium in Blaricum, omdat ik astmatische bronchitis had opgelopen. Bijna een half jaar heb ik in het sanatorium gezeten. Gelukkig heb ik geen last meer van die astmatische bronchitis; het is beter geworden.’’

,,De scheepsreis heeft veel impact op mij gehad. Ik zie dat nog steeds voor me. Als je vanaf het dek naar buiten keek, zag je dolfijnen en haaien, en verder niks. Je zat er alleen maar met al die mensen aan boord. Daarnaast speelden mijn vader en mijn ooms Noek en Miel muziek op het schip.”

De scheepsreis heeft veel impact op mij gehad. Ik zie dat nog steeds voor me

De familie woonde na aankomst in Nederland op veel verschillende plaatsen. ,,In Bennekom zaten we in een heel vochtig huis. Dat had ook impact op mij en ik werd opgenomen in het ziekenhuis in Wageningen. Het zal er ook mee te maken hebben gehad dat ik niet gewend was aan het klimaat in Nederland.”

VICTORIA VESTA

Omstreeks 1961 kwam de familie aan de Ooststeeg 91 in Wageningen terecht. ,,Daar heb ik op de lagere school gezeten. Door m’n werk bij het verzekeringskantoor van Victoria Vesta kwam ik in Ede terecht. Daar leerde ik mijn vrouw Berna kennen. Voor mijn komst bij Victoria Vesta moest je bij Hotel De Witte Hinde aan de Stationsweg solliciteren, ja. Via het werk kwam je aan woonruimte; je had daar veel voordelen.”

,,In 1992 ben ik bij Victoria Vesta gestopt. Ik ben niet altijd alleen maar muzikant geweest, nee. Ik speelde in die tijd veel in Amsterdam met Rosa King, Hans en Candy Dulfer en Trijntje Oosterhuis, en trad ook veel op met Jan Akkerman, die mij nu nog dagelijks appt. Dat is echt top. Muziek heeft mij altijd geïnteresseerd. In Wageningen speelde ik, toen ik een jaar of negen, tien oud was, al mee op de tamboerijn met onze familieband. Mijn eerste gitaar kreeg ik toen ik twaalf was. Die gitaar heb ik nog altijd. Ik lette altijd goed op tijdens de repetities op zaterdag en zondag van de familieband. Vooral op wat een van mijn ooms, Noek, deed; die speelde basgitaar. Ik nam dat later van hem over en hij ging altsaxofoon spelen. Mijn vader kwam overigens met het idee dat ik bas moest gaan spelen. Ik ben blij dat hij daar toen mee kwam.”

Ik speelde in die tijd veel in Amsterdam met Rosa King, Hans en Candy Dulfer en Trijntje Oosterhuis, en trad ook veel op met Jan Akkerman, die mij nu nog dagelijks appt

,,Wat ik van mijn oom Noek opnam, ben ik later zelf gaan spelen. Dat ben ik na m’n dertiende, veertiende gaan doen. Ik heb nooit les gehad. Je hoeft bij mij ook niet met noten te komen. Dat zegt mij niets. Muziek lezen kan ik niet. Het gitaarspelen komt helemaal uit m’n hart. Als ik bijvoorbeeld geërgerd ben of iets anders voel, speel ik het weg. Ik kan met m’n gitaar praten.”

,,Ik ontmoette in de tussentijd overal andere muzikanten. Je kunt ze wel ontmoeten, maar je moet er wel wat mee doen. Dat heb ik ook gedaan. Op een gegeven moment werd ik steeds vaker gevraagd. Ik kwam in contact met Spooky & Sue en de Swinging Soul Machine. Ook heb ik de bekende Amerikaanse soulzanger Percy Sledge, bekend van de liedjes ‘When a Man Loves a Woman’ en ‘My Special Prayer’, begeleid. Ook The Trammps en Tavares. Het ging toen rollen. Percy Sledge vroeg mij nog of ik hem vast wilde begeleiden. Ik heb nooit overwogen om met hem mee te gaan naar Amerika. Ik was getrouwd en had een gezin. Dat was voor mij het belangrijkste. Ik heb daar wel familie, maar om in Amerika te gaan wonen, werd me te gek. Dat heb ik Percy ook verteld. Wat voor man was hij? Een heel aardige persoon, een gevoelige man. Je kon over alles met hem praten. Hij was niet iemand van: ‘Huh, ik ben Percy Sledge.’ Een heel lieve man.”

REGELAAR

,,Ik regelde dat veel bekende muzikanten in Ede kwamen spelen. Ze zeiden nooit nee. Als ze vrij waren, deden ze mee. Velen deden mee aan het Concert voor Azië, dat ik met Berna organiseerde naar aanleiding van de tsunami. Ook speelde ik mee bij allerlei televisieprogramma’s, zoals Voetballer van het Jaar en De Vijf Uur Show. Ik heb best veel van dat soort dingen meegemaakt. Ook heb ik op ambassades gespeeld. Van het een kwam het ander. Je raakt in de picture bij mensen. Ik word gesponsord met gitaren, versterkers, kleding en brillen.”

De Elton John van Ede wordt JiMy Glasmacher, ondanks al z’n brillen, nog niet genoemd. Favoriete muziek heeft hij nooit gehad. ,,Dat heb ik niet; blues is dat ook niet voor mij. Wel heb ik met veel bluesmuzikanten gespeeld. Waar ik vroeger wel wat mee deed, was soulmuziek: Otis Redding, Aretha Franklin, Sam & Dave en Joe Tex. Ik ben blij dat ik met deze muziek ben opgegroeid. Dat heeft mij gebracht tot wat ik op muziekgebied ben. Die muziek heeft een speciaal plekje bij mij.”

MOLUKSE MUZIKANTEN

Ook speelde JiMy met Molukse muzikanten als Johnny Manuhutu van Massada, Daniel Sahuleka, Jan en Nippy Noya. ,,Ik ben tegenwoordig nog wel actief. Ik speel nog elke week in Landhotel Voshövel in Schermbeck in Duitsland. Dat ben ik een beetje aan het afbouwen. Minder spelen komt niet alleen door het ouder worden. Op een gegeven moment heb je het ook wel gehad. Je hebt zo lang in het vak gezeten. Ik voel me nog steeds als het jochie van negen, tien jaar dat in het Volkswagenbusje van m’n vader zat. Hij had het busje zo ingedeeld dat er, met de instrumenten erbij, negen personen in konden. Dat was gaaf. Ook m’n broers zijn muzikaal. M’n broer Bob is nog steeds gitarist en m’n helaas overleden broer Ed was een goede drummer. Van de oudere muzikanten leeft m’n oom Noek, die zesentachtig is, nog, en m’n zus Linda natuurlijk. Noek doet nu veel jazz. Binnenkort speel ik samen met m’n oom, m’n zus en m’n broer in zorgcentrum voor ouderen Rumah Kita in Wageningen.”

Minder spelen komt niet alleen door het ouder worden. Op een gegeven moment heb je het ook wel gehad

,,Ik ben geen bijzonder mens, maar heb door de muziek wel bijzondere dingen meegemaakt. Enkele hoogtepunten zijn het optreden op het Java Jazz Festival in Jakarta, Indonesië, in 2014. Daar heb ik zelf ook gespeeld. Met een groep Molukkers en Indische mensen vormden we een band. Lois Lane hebben we daar begeleid. Het Java Jazz Festival is groter dan het North Sea Jazz Festival in Rotterdam. Ook het bezoek aan de Mississippi-delta in 2018 was geweldig. Als bassist moet je samen met de drummer de muziek maken om een groep te dragen. Door heel veel dingen heb ik mij op muziekgebied ontwikkeld, maar als ik terugdenk, had ik dat gevoel al van binnen. Dat gevoel was heel sterk. Met muziek maken kan ik heel veel dingen combineren. Ook kan ik heel veel dingen wegspelen.”

JiMy bouwt zijn optredens af. ,,Ik ben al wat aan het minderen, maar ik wil wel ergens blijven spelen. De rest doe ik niet als een soort liefdadigheid. Ik wil wat terugdoen voor mensen. Mijn muziek en mijn kennis wil ik combineren met familie, maar ook met vrienden. Een tijdje geleden ontmoette ik toevallig een oude vriend: Richard Leimena, een bluesgitarist uit Wageningen. Hij zat vroeger bij mij op school. Binnenkort gaan we samen wat spelen. Ook met andere muzikanten.”

Meer verhalen over ‘Krasse Knarren’ lezen? Je vindt alle reeds gepubliceerde artikelen in ons dossier.

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding