Afbeelding
Lennard Pater

Edese Marianne Zwart maakt zich sterk voor hoogbegaafden: ‘Er is te weinig oog voor de keerzijden’

3 juni 2026 om 17:55 Maatschappelijk Nieuws uit Ede

EDE Iets meer dan twee procent van de Nederlanders is hoogbegaafd. Marianne Zwart (56) uit Ede heeft twee hoogbegaafde dochters en zit al meer dan twintig jaar in de wereld van hoogbegaafdheid. Sinds enkele jaren zet ze zich ervoor in de samenleving meer ‘hoogbegaafdenproof’ te maken en meer begrip te kweken voor de schaduwzijden van hoogbegaafdheid. Ede Stad Plus sprak met haar over hoogbegaafd-zijn, de verschillende activiteiten die ze met haar stichting organiseert voor hoogbegaafde kinderen en haar droom een maatschappij te doen ontstaan die beter met hoogbegaafdheid omgaat. 

door Lennard Pater

Het thema hoogbegaafdheid loopt inmiddels al meer dan twee decennia als een rode draad door het leven van Marianne Zwart uit Ede. Hoe is haar betrokkenheid bij dat onderwerp precies ontstaan? „Nou, m’n man en ik hebben twee dochters en die zijn allebei hoogbegaafd. Ze zijn inmiddels 25 en 18 jaar, maar op de middelbare school kregen ze beide allemaal problemen: ze waren ongelukkig op school en liepen vast. Dat bleek door hun hoogbegaafdheid te komen. Onze oudste hebben we kunnen, zoals ik dat noem, ‘redden’ door haar op haar veertiende al een mbo-opleiding te laten doen, maar bij onze jongste was het allemaal een stuk ingewikkelder.” 

EENZAAM EN ONBEGREPEN 

Wat ging er bij die jongste dochter door haar hoogbegaafdheid precies mis op school? „Ze voelde zich heel eenzaam en niet begrepen. Bij thuiskomst van school hoefde ik maar naar haar te kijken om te weten dat er weer iets gebeurd was en vaak kwam er dan een explosie aan frustraties uit.” Als gevolg van haar hoogbegaafdheid hoorde ze er, zegt Marianne, niet echt bij in de klas en was er wederzijds onbegrip tussen haar en de andere kinderen. „Wanneer iemand in de klas bijvoorbeeld een grapje maakte en iedereen lag in een deuk, dan kon zij daar niet om lachen. En omgekeerd: als zij een grapje maakte, keken de andere kinderen haar allemaal aan met een blik van ‘ben je wel helemaal lekker?’ Dat was lastig.”

Marianne en haar man besloten hulp in te schakelen. „We hebben toen een hulpverlener geraadpleegd en die zei: ‘Wat jullie dochter nodig heeft is contact met gelijkgestemden, kinderen die net als zij op een andere manier denken en misschien dezelfde grapjes leuk vinden.’ Op school probeerde ze wel vriendinnetjes te maken en zich aan te passen aan haar klasgenoten, maar dat is best heel zwaar. Het was beter voor haar contact maken met leeftijdsgenoten bij wie ze zichzelf kon zijn.” 

SUPPEN

Op dat moment woonde het gezin in het noorden van Nederland en Marianne, die zelf ook de kenmerken van hoogbegaafdheid heeft maar nooit getest is, ging daar op zoek naar plekken waar haar dochter andere hoogbegaafden zou kunnen ontmoeten. „Dat bleek een beetje tegen te vallen en daarom dacht ik: waarom ga ik zelf geen dingen organiseren? Dus toen ben ik begonnen activiteiten voor hoogbegaafden op te zetten. Het eerste wat we deden was suppen met achttien kinderen. Dat was ontzettend leuk.” 

Marianne merkte tijdens dat suppen dat de kinderen ervan opknapten contact met medehoogbegaafden te hebben. „Ze zochten elkaar allemaal op en hielpen elkaar. Je zag dat er veel chemie is tussen de kinderen en ze elkaar aanvoelen. Er viel ook geen onvertogen woord: ze werden nooit boos op de ander en iedereen werd in z’n waarde gelaten. Er waren ook ouders bij en die zeiden: ‘Ik heb m’n kind al jaren niet meer zo vrij gezien, want hier kan hij of zij gewoon zichzelf zijn.’ Dus dat was eigenlijk wel een succes.” 

FESTIVAL 

Op het suppen volgden meerdere activiteiten, de oprichting van stichting Hoogbegaafd Actief en uiteindelijk in 2023 een drukbezocht festival over hoogbegaafdheid. De eerste editie van dat festival vond plaats in Friesland en ook de editie van dit jaar werd daar onlangs gehouden, maar Marianne hoopt het in de toekomst naar Ede te kunnen brengen. „Volgend jaar wil ik het graag in Ede, waar ik zelf ben opgegroeid en tegenwoordig weer woon, gaan organiseren en ik ben nu aan het kijken naar een locatie. Maar de gemeente heeft ons subsidieverzoek afgewezen, dus we moeten zelf financiering vinden om een plek in Ede te huren. Het zou mooi zijn als dat lukt, want ik denk dat we er veel kinderen en hun ouders hier in Ede, en ook daarbuiten, blij mee kunnen maken.”  

Tijdens zo’n festival gaat het, vertelt Marianne, ook veel over wat hoogbegaafdheid precies inhoudt. Kan ze uitleggen wanneer iemand hoogbegaafd is? „Er wordt altijd gezegd dat een IQ van 130 de grens is, dat is het magische cijfer. Alleen dan zeg ik: stel nu dat een kind 127 haalt, maar verder alle kenmerken heeft van hoogbegaafdheid? Wat mij betreft gaat het uiteindelijk vooral om die kenmerken: hoogbegaafde mensen zijn snelle denkers, kunnen complexe dingen aan en hebben een andere kijk op zaken. Ook zijn veel hoogbegaafden hoogsensitief en gevoelig voor prikkels.”

MISVERSTAND

Een misverstand over hoogbegaafdheid is volgens Marianne dat een hoogbegaafd iemand overal in uitblinkt. „Er wordt vaak gedacht dat een hoogbegaafde alles kan, maar dat is niet zo. Hoogbegaafdheid is vooral een andere manier van zijn en denken. Ik zeg altijd: een gemiddeld mens kijkt plat tegen een scherm aan en een hoogbegaafd persoon kijkt er bijna doorheen; bekijkt het eigenlijk van alle kanten. Het gaat vooral om snel verbindingen kunnen leggen en het hebben van een brein dat anders werkt dan dat van anderen. Dat hebben van zo’n ander brein heeft natuurlijk ook keerzijden en voor die keerzijden is vaak maatschappelijk te weinig oog.”  

De misvattingen die er zijn over hoogbegaafdheid zorgen ervoor dat waarschijnlijk bijna de helft van de hoogbegaafde kinderen niet als zodanig erkend worden. Hoe komt dat volgens Marianne? „Vaak wordt hoogbegaafdheid verkeerd geïnterpreteerd en krijgen kinderen bijvoorbeeld ten onrechte het stempel autisme of ADHD. Dat is ook bij onze jongste dochter gebeurd. Lastig is alleen dat er soms wel overlap is tussen hoogbegaafdheid en autisme of ADHD, wat het moeilijker maakt goed vast te stellen of een kind daadwerkelijk hoogbegaafd is.”  

NEERSLACHTIGHEID 

Gevolg van het niet herkend en soms ook niet erkend worden van de hoogbegaafdheid is, vertelt Marianne, dat veel hoogbegaafde kinderen te maken krijgen met depressiviteit en gepest worden op school. „Onze jongste werd op een gegeven moment zodanig gepest dat ze niet langer wilde leven, zodat ze niet meer naar school hoefde. Zo neerslachtig was ze door het op school niet begrepen worden en de pesterijen.” 

Volgens Marianne hangt die neerslachtigheid nauw met de hoogbegaafdheid samen: „Als je zoals veel hoogbegaafden continu vecht om maar begrepen te worden en steeds tegen een muur aanloopt, dan word je eenzaam en dus vaak depressief.” Bij Marianne’s eigen dochter is dit gelukkig wel overgegaan. „Het gaat nu goed met haar en ze is er helemaal overheen gegroeid, over die somberheid en zelfmoordneigingen. Dat vind ik echt knap, want ik heb het daar als ouder best nog weleens moeilijk mee. En als ik iets lees over een kind dat gepest wordt of door pesten zelfmoord pleegt, dan kookt m’n bloed.”  

EDESE SITUATIE 

Vanuit die woede ontstond mede Marianne’s inzet om het leven van hoogbegaafde kinderen, maar eigenlijk hoogbegaafden in het algemeen, beter te maken. Dat wil ze nu dus ook in Ede gaan doen. Hoe staat het er in onze gemeente voor qua omgang met hoogbegaafdheid? „Dat ben ik nu in kaart aan het brengen. Ik weet dat sommige instanties er iets aan doen en dat er twee scholen zijn die hoogbegaafdenonderwijs aanbieden. Dat laatste is al heel mooi. Een groot probleem is namelijk dat best veel hoogbegaafden thuisblijven omdat ze niet naar school kunnen. Die scholen zijn er hier dus wel, al vermoed ik dat ook in Ede nog kinderen thuiszitten.” 

Wat hoopt Marianne dat er met het oog op de toekomst verder nog komt in Ede voor hoogbegaafden? „Ik zeg altijd: ik heb een droom en dat is een gebouw waar meerdere disciplines aan hulp voor deze kinderen te vinden zijn. Denk bijvoorbeeld aan indicatiestelling dat iemand hoogbegaafd is, maar ook de verschillende hulpen die er zijn om een kind zichzelf te leren begrijpen. Tegelijkertijd zou dat een plek moeten zijn waar ze elkaar kunnen ontmoeten, zeker als ze thuisonderwijs krijgen en niet in een klas zitten. Alleen zo’n gebouw kost natuurlijk geld en dat is een hindernis. Maar als ik morgen de Staatsloterij win, ga ik die plek meteen hier in Ede creëren. En zolang dat niet zo is, blijf ik in elk geval met de stichting activiteiten organiseren in deze gemeente en dus hopelijk volgend jaar het festival.”