
Dick Andree bergt waterzak en spons op: ‘Het is mooi geweest na 35 jaar’
10 juni 2022 om 15:04 VoetbalEDE Kapotte enkels, een tong ingeslikt, kniebanden die het begaven, maar ook gewoon spierpijn of helemaal niets. Op de massagetafel of in het veld legde Dick Andree altijd als eerste de pleister op de wond. Na vijfendertig jaar houdt de verzorger van Veenendaal het voor gezien. „Daar zijn twee goede redenen voor. In de eerste plaats mijn gezondheid. Die is zodanig dat ik niet meer beter wordt. Ik lijd aan de zo gevreesde ziekte, en is dus gewoon tijd om te stoppen.”
door Eip Janssen
Dick Andree heeft zijn taak als verzorger niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk genomen. ,,Ik was niet alleen de persoon die met een waterzak en/of spons de pijn op het veld verzachtte. Nee, de spelers van het eerste team van Veenendaal zagen mij eerst als een vaderfiguur. Nu noemen ze zelfs ‘opa’. Ik heb op de massagetafel veel gehoord. Spelers, die niet geblesseerd waren, kwamen weleens op de tafel liggen en wilden hun verhaal kwijt als ze niet lekker in hun vel zaten. Ik was de persoon in wie zij vertrouwen hadden. Dat heeft me wel gestreeld en heb ik nooit verkeerd gebruikt. Ja, de verhalen dat ik weleens mensen het leven heb gered zijn inmiddels wel bekend”, lacht de inwoner van Ede.
RELATIE GERED De ene na de andere anekdote volgt. ,,Ik heb hier bij Veenendaal ook een relatie gered. Nee, ik ga zijn naam niet noemen. Hij speelde bij ons in het eerste. Zijn vriendin kwam vaak bij de wedstrijden kijken. Op een gegeven moment kregen zij op een avond zo’n bonje. Ik zag dat even aan. Het liep bijna faliekant verkeerd af. Wat ik toen heb gedaan? Ik riep ze beiden bij mij. Het werd uitgepraat en het is nog een fantastisch stel. Ze hebben weleens toevertrouwd dat ik hun redding ben geweest”, vertelt Andree.
Bij mij was een pupil net zo welkom als een speler van het eerste
Hij omschrijft Veenendaal als de mooiste club waar hij ooit heeft gewerkt. ,,Gewerkt is eigenlijk niet het goede woord. Ik heb nooit op en uurtje meer of minder gekeken. Het werd meer een uit de hand gelopen hobby bij een zeer sociale familieclub. Ik heb ook nooit onderscheid gemaakt in spelers die ik mocht behandelen. Bij mij was een pupil net zo welkom als een speler van het eerste. Het enige onderscheid was dat ik eerst degenen hielp die snel naar de training moest”, legt de verzorger uit.
Voor Dick Andree, nu terugkijkende op decennialang mooie jaren als verzorger is er maar één conclusie denkbaar. ,,Dienstbaar zijn voor en aan mensen, is mij meer waard dan de vele derby’s die zijn gespeeld. Ik was zelf een aardige voetballer. In de hoofdklasse heb ik gespeeld bij vv Ede. Dat waren gouden tijden waarin net naast het landskampioenschap werd gegrepen”, weet hij zich nog.
IN DE VINGERS De wijze waarop en waarom Dick verzorger werd was kenmerkend voor zijn karakter. ,,Ik was trainer bij vv Ede 2. De toenmalige verzorger Dik Wouters kon die avond niet. Een speler raakte op de training geblesseerd en daar sta je dan. Ik heb geen moment geaarzeld, ondanks dat mij werd geadviseerd te wachten, om in te grijpen. ‘We hebben Wouters al gebeld, hij komt eraan’ hoorde ik. Maar ik was al begonnen en heb de blessurebehandeling afgemaakt”, gaat Andree onverstoorbaar verder.
Achteraf zou ik nooit trainer zijn geworden, maar was ik gelijk als verzorger begonnen
Dik Wouters, een autoriteit in de Edese sportwereld vroeg wie die speler had behandeld. ,,Ik zag al de gezichten van velen dat zij onweer verwachten. Maar niets was minder waar. Dik Wouters was verbaasd over de deskundige behandeling. Jij hebt het in de vingers voegde hij mij toe.” Andree bleek het vak van verzorger leuk te vinden en heeft zich daarin bekwaamd. ,,Nee, nooit een seconde spijt van gehad. Achteraf, maar dat is met de wetenschap van nu, zou ik nooit trainer zijn geworden. Dan was ik gelijk als verzorger begonnen”, stelt de Veenendaal-verzorger vast.
WARMTE EN HUMOR Hij was verzorger bij onder andere vv Ede, Lunteren, SDS’55, Blauw Geel’55, hoofdklasser Lienden en nu Veenendaal. ,,Ik ben één keer tussentijds bij deze mooie club weggegaan. Een trainer met wie ik het totaal niet kon vinden. Dan kan, maar ik ben een mensen-mens. Als dat niet klikt kies ik ervoor mij terug te trekken”, oordeelt Andree. Bij Veenendaal vond de sympathieke verzorger wat niet overal aantrof. Warmte en humor. ,,Met de huidige trainer (Tom Gesgarz, red.) had ik vaak dolletjes. Dat zetten we voort na afloop in de bestuurskamer. Dan riep de trainer, tot volgende week zaterdag. Doordeweeks hebben we toch niets aan je”, schatert Andree. ,,In het begin dachten mensen wat is dat nu? Wij wisten wel beter. Met Tom heb ik geweldige gesprekken gevoerd als mens tot mens.”
ADVIES De vraag is altijd wat een verzorger moet doen op het moment dat een speler in zijn ogen niet speelklaar is. En de trainer de speler eigenlijk niet kan missen. ,,Mijn advies is altijd eerst met de speler in gesprek te gaan. Hij beslist uiteindelijk zelf wat hij wil. Laat ik als voorbeeld een enkelblessure nemen. Dan leg ik uit dat een week rust genoeg is om daarna er weer voor de volle honderd procent tegen aan te gaan. Wel spelen de eerstvolgende competitiewedstrijd kan betekenen dat het herstel aanzienlijk langer duurt. De speler en trainer zijn gewaarschuwd en het is aan hen een juist besluit te nemen. Ik durf in alle bescheidenheid overigens wel vast te stellen dat in 99 van de 100 gevallen mijn advies werd gevolgd”, stelt Andree bescheiden vast.
Kijk, jij kunt nu wel onze goede verzorger zijn, maar als je deed wat ik net deed had je klap op je kanis gekregen
HANS KRAAIJ Zoals gezegd maakte hij op en rond het veld veel mee. ,,Nee, ik klap niet te veel uit de school. Maar een voorbeeld moet kunnen. Iedereen kent het bekende jasjes gooien van Hans Kraaij bij Lienden. Wilfred Genee en zijn kornuiten hebben dit jarenlang tot vervelens toe laten zien. Maar Hans Kraaij had meer kanten. Als je zijn vertrouwen had gewonnen was hij ‘goudeerlijk’ tegen je. Lienden trainde op een zaterdagmiddag bij meer den 30 graden. Hij kwam bij mij en zei daar eigenlijk geen ervaring mee te hebben. Wat zou jij doen? Ga gewoon trainen en las na twintig minuten een drinkpauze in. Zogezegd zo gedaan. Er zaten twee bloedmooie dames te kijken en in de pauze gebeurde er wat bijzonders. Hij liep naar ze toe en kusten beide voor hem onbekende vrouwen. Kijk, jij kunt nu wel onze goede verzorger zijn, maar als je deed wat ik net deed had je klap op je kanis gekregen. Dat is het verschil schaterde Kraaij. Dat soort humor ga ik echt missen”, vreest Dick Andree.
KUNSTJE Ja, hij had er nog wel even mee door willen gaan. Maar het gaat niet meer. De gevreesde ziekte houdt hem en zijn lichaam dagelijks bezig. De zo kenmerkende snelheid op het veld is ook minder geworden. ,,Ik zie gelijk of een speler echt geblesseerd is of fake gedrag vertoont. Soms hadden we dat weleens afgesproken, zodat de trainer even tactisch iets kon omzetten. Nu doet Henk Fraser (ex Sparta, red.) dat met zijn doelman. Wij hadden dat ‘kunstje’ al eerder uitgevonden. Wel liep ik even hard in zo’n geval. Je moet een scheidsrechter nooit de indruk geven dat er niets aan de hand is”, oordeelt Andree.
Nu doet Henk Fraser dat met zijn doelman. Wij hadden dat ‘kunstje’ al eerder uitgevonden.
Over scheidsrechters gesproken waardeert hij de mannen in het gekleurde pak zeer. ,,Ga er maar aanstaan. Iedereen weet het altijd beter. De enige keer dat ik het met een scheidsrechter minder eens ben, is als hij mij vertelt dat er niets aan de hand is. Dan denk ik: ‘schoenmaker blijf bij je leest’.”
SMARTLAPPEN Het wordt tijd om te stoppen met de verhalen. De laatste vraag aan Dick Andree kan alleen maar zijn of het vroeger beter of anders was? ,,Dat is lastig vergelijkbaar. Ik weet ook meer van blessures dan toen ik net begon. Bij een club zijn meer faciliteiten dan in het verleden. Wat er wel erg is veranderd is de muziek in het verzorgingshok en/of kleedkamer. Vroeger draaide ik smartlappen, nu is dat rap of beat. Dan denk ik: Het is mooi geweest. Deze 35 jaar neemt niemand mij meer af. En als de nood aan de man komt, en ik ben er nog, mag men bellen. Ik ben sowieso nog aan het nadenken of en wat ik nog bij mijn geliefde Veenendaal kan doen”, sluit Dick Andree hoopvol maar ook realistisch af.
Bij de deur merkt hij nog op: ,,Er is een tijd van gaan en een tijd van komen. Wanneer weten we niet. Maar het mag nog even duren.” Het kenmerkt de verzorger die een mensen-mensen is.

















