De Postduif bestaat 90 jaar
27 juli 2011 om 00:00 NieuwsMet elkaar gaan de leden het 90-jarige bestaan vieren via een thema-avond. Ook wordt er zaterdag 26 november van 14.00 tot 18.00 uur een tentoonstelling gehouden in het eigen inkorflokaal aan de Waterloweg. De Postduif heeft nu nog zesentwintig leden, weet secretaris Ben Egbertsen. In 1980 waren dat er nog zestig. ,,De jeugd begint er eigenlijk niet meer aan. Het heeft met het kostenplaatje te maken. Je moet de ruimte hebben en hokken bouwen. En het voer natuurlijk.”
door Jan de Boer
Marco Egbertsen, de zoon van Ben, en Marcel Bruis, allebei rond de veertig jaar, zijn de twee jongste leden van De Postduif. Via z’n vader werd Bern Egbertsen als jongetje besmet met het duivenvirus. ,,Later ben ik voor mezelf begonnen.’’
Vanaf april tot september zijn de leden van De Postduif op donderdag, vrijdag en zaterdag vaak aanwezig in het inkorflokaal. Het eigen gebouw is vroeger door de leden opgebouwd. Het houden van posduiven is een leuke hobby, vindt Egbertsen. ,,Je bent met vogels bezig en probeert het zo goed mogelijk te doen tijdens de wedstrijden. Je wilt allemaal de top behalen. Verder is het verzorgen mooi en om er voor te zorgen dat je goede stamduiven krijgt. Bij de vluchten krijg je altijd een stukje spanning, later als de duiven na een wedstrijd thuis komen. Je hebt een bakje voer bij de hand of je roept ze om de duiven zou gauw mogelijk in je hok te krijgen.’’
Ben Egbertsen heeft thuis rond de veertig jonge duiven. ,,En verder dertig kweekduiven.” Duiven worden meestal in de maand januari geboren. ,,Nu in de maand juli beginnen we met vliegen. Na de vluchten ga je duiven selecteren. Je hebt zes, zeven vluchten. Voor die tijd ga je de duiven opleren. Dat doen we trouwens met de vereniging. Elke keer breng je ze iets verder weg. De training is ook altijd leuk onder elkaar.’’
De oudste postduivenvereniging van Ede heeft zelf een duivenwagen, waar 24 manden en 750 duiven in vervoerd kunnen worden. ,,Afgelopen woensdag zijn we in het Brabantse plaatsje Hank geweest. Daar zijn alle duiven opgelaten. Ze weten nog steeds niet hoe het komt dat een duif terugkeert in zijn eigen hok. Dat is wonderbaarlijk. Het blijft spannend. Je rekent vaak die of die duif zal wel als eerste binnen komen. En dan komt er een duif van wie je dat niet verwacht. Niet alle duiven ken ik. Daar zijn er te veel voor.”












