
Advocaten Edese verdachte genocide Rwanda pleiten voor volledige vrijspraak
24 juni 2026 om 17:12 RechtbankEDE De advocaten van Eugène N., verdacht van betrokkenheid bij genocide in Rwanda in 1994, hebben woensdag volledige vrijspraak bepleit. Volgens raadslieden Frederieke Dölle en Barbara van Straaten was N. er niet bij toen in het voetbalstadion Byiza in Mbazi, een gemeente in het zuiden van het land, zo’n 3.000 Tutsi’s op zeer gewelddadige wijze werden gedood.
Betrouwbaar bewijs voor het tegendeel is er niet, stelden de advocaten in het pleidooi. Dinsdag eiste het Openbaar Ministerie een levenslange gevangenisstraf tegen de 66-jarige N.
PLEIDOOI
De advocaten hebben in hun pleidooi betoogd dat de verdenkingen tegen de man niet berusten op betrouwbare feiten, maar voortkomen uit een combinatie van onder meer politieke motieven en onderlinge beïnvloeding van getuigen. Het door het OM verzamelde bewijs voor de rol van N. bij de wreedheden bestaat overwegend uit verklaringen van getuigen.
RWANDA
In 1994 werden in Rwanda in drie maanden tijd naar schatting 800.000 Tutsi’s en gematigde Hutu’s gedood. Op 24 en 25 april van dat jaar vond de ‘massaslachting’ in het stadion in Mbazi plaats. In de dagen daarvoor heeft N. volgens het OM meegedaan aan vernieling en plundering van huizen van Tutsi’s en opgeruid tot het plegen van genocide. De man ontkent alle beschuldigingen. N. kwam in 1998 naar Nederland. Hij woonde in Ede toen hij in 2024 werd gearresteerd.
VOORKOMEN
Bijna vijftig familieleden van N. zijn in het stadion vermoord, aldus de raadslieden. ,,Er is geen scenario denkbaar waarin hij zelf aan deze genocide zou willen of kunnen bijdragen. Sterker nog, als hij naar Byiza zou zijn gegaan zou hij waarschijnlijk zelf zijn vermoord.” Volgens de advocaten heeft N. ,,alles wat in zijn macht lag” gedaan om de genocide te voorkomen. ,,Het is voor hem niet te bevatten dat hij nu verdacht wordt van dezelfde misdrijven die zijn halve familie uitroeiden.”
‘GRUWELIJKE FEITEN’
De strafzaak tegen N. gaat om ‘gruwelijke feiten’, stelden de advocaten. ,,Feiten die schreeuwen om vergelding, om een schuldige, om gevangenisstraf. Maar het kan niet zo zijn dat de ernst van de feiten ertoe leidt dat N. dan maar als schuldige moet worden aangewezen.” De uitspraak van de rechtbank ,,kan wel degelijk erkenning geven aan het ongelooflijke leed dat de Rwandese genocide is, en tegelijk het bewijs in deze zaak kritisch onder de loep nemen.” Volgens de advocaten kan alleen vrijspraak op alle punten daarvan de conclusie zijn.
De rechtbank doet uitspraak op 28 augustus.
















