
‘Dat kampioenschap van Lunteren in 1993 was ongelooflijk’
9 december 2015 om 09:23 VoetbalLUNTEREN Je kunt het je nu misschien niet meer voorstellen, maar tot de degradatie in 1995 speelde vv Lunteren liefst negen jaar onafgebroken op het hoogste amateurniveau. In al die jaren zorgde Dick van Laar voor de doelpunten. De spits beseft dat hij onderdeel was van een stukje clubgeschiedenis. ,,Ik heb de gouden periode meegemaakt.’’
Peter Pos
Vraag niet aan Dick van Laar (48) wat zijn mooiste doelpunt ooit was. De spits maakte er zoveel dat het erg lastig is om een keuze te maken. ,,De belangrijkste treffer die ik ooit maakte was een paar jaar voordat we kampioen werden in de eerste klasse, op dat moment was dat het hoogste amateurniveau in Nederland. We speelden op de slotdag thuis tegen DETO en moesten winnen om ons te handhaven. Vlak voor tijd kregen we een strafschop. Ik ben nog nooit zo zenuwachtig geweest voor een penalty als op dat moment. Ik miste er nog wel eens een, natuurlijk ging ik de keer erna gewoon weer achter de bal staan. Daarvoor was ik toch spits.’’
Hij schoot die pingel binnen. ,,We bleven weer een jaar in de eerste klasse’’, vervolgt de voetballer die tegenwoordig in Otterlo woont. ,,Het was altijd feest als we ons wisten te handhaven. Van de negen seizoenen op het hoogste niveau hebben we acht jaar tegen degradatie gestreden en hadden we één superjaar. Zo moet je het eigenlijk zien. Het kampioenschap van 1993 was echt ongelooflijk. Eigenlijk hoort Lunteren te spelen tegen clubs als Otterlo en Kesteren. Dat zijn dorpen die te vergelijken zijn met Lunteren. Dat wij zolang mee mochten doen tegen al die grote clubs was gewoon heel bijzonder. Het mooiste is dat we altijd een Lunterse kern in de ploeg hadden.’’
Van Laar somt moeiteloos de opstelling op van de kampioenswedstrijd op de slotdag van het seizoen 1992/1993. ,,Daarin stonden vijf echte Lunterse jongens. Dat waren Bert Zeggelaar, Maarten Boekenoogen, Peter van Eck, Elbert Schreuder en ik. Op doel stond Ruud van de Peppel, hij speelde toen al jaren bij Lunteren. Je kon dus echt niet spreken van een vreemdelingenlegioen. Wel was het zo dat we voor dat seizoen vijf geweldige versterkingen er bij hadden gekregen. Dat waren Joop van de Groep, Patrick Dorrestein, Lodewijk de Kruijf, Ömer Tirgil en Ton Wareman Met hen erbij kregen we echt een sterke ploeg. Willem van ‘t Land, ook een kanjer, zat bijvoorbeeld in de kampioenswedstrijd op de bank en viel vlak voor tijd nog even in. Dat zegt wel iets over de kracht van onze ploeg toen.’’
Bijna had Van Laar het ‘gouden jaar’ niet meegemaakt. ,,Ik kon voor dat seizoen naar Spakenburg. Dat is een prachtige club, maar toen zij me benaderden wist ik wie we erbij zouden krijgen. Met De Kruijf en Tirgil als vleugelaanvallers was het voor mij wel lekker voetballen dacht ik en dat bleek ook wel uit te komen. Ik kwam dat seizoen tot 23 treffers, waarvan twee in de kampioenswedstrijd tegen DETO. Dus die verwachtingen kwamen wel uit.’’
NUANCERING Hoe trots Van Laar ook is, hij plaats wel een nuancering. ,,We werden natuurlijk wel kampioen in de eerste klasse C, dat was wel de minst sterke competitie van de drie. In de strijd om het algemeen landskampioenschap tegen de twee andere kampioenen werden we dan ook twee keer afgedroogd door Katwijk. We wonnen overigens wel weer met 9-0 van Kozakken Boys. Dat was wel heel bizar. In die wedstrijd scoorde ik zelf trouwens maar één keer.’’
Eigenlijk is het best wonderlijk dat Van Laar uitgroeide tot een topamateurvoetballer. ,,Mijn ouders hadden helemaal niets met voetbal en mijn zus Marjan ook niet. Ik was van kinds af aan voetbalmaf, dat kwam echt vanuit mezelf. Toen ik vijf was, mocht ik al beginnen bij Lunteren, eigenlijk was ik nog te jong. Een oom van mijn vader had het echter geregeld voor me. Tot en met de D-pupillen stond ik trouwens op doel. Dat vond ik leuk om te doen, behalve in wedstrijden waarin ik niets te doen kreeg. Dan wilde ik vaak in de tweede helft voetballen en soms schoot ik er dan ook al een stuk vier, vijf in één helft in. Dus ja, toen kon ik al aardig een balletje trappen, haha.’’
In de C1 besloot Van Laar definitief om te gaan voetballen en daarna ging het snel. ,,Ik kwam bij de Arnhemse selectie en later zelfs bij Oranje -18. Dick Advocaat kwam een keer bij Lunteren kijken, daarna kreeg ik een uitnodiging voor een selectiewedstrijd. Uiteindelijk kwam ik bij de laatste zestien en ging onder anderen mee naar een toernooi in Cannes. Daar speelde ik vier jeugdinterlands, ik was één van de weinige amateurspelers uit de selectie. Op mijn zestiende maakte ik al mijn debuut in het eerste van Lunteren. Ik weet nog goed wanneer dat was, namelijk op 12 november 1983. We wonnen met 3-0 en ik scoorde als invaller de 3-0.’’
In de rest van dat seizoen deed hij regelmatig met het eerste mee en wisselde dat af met de A1. ,,In dat jaar stond ik in het eerste meestal rechts op het middenveld. Jan van de Berg en Henny Speelziek waren toen de spitsen bij Lunteren. Het jaar erna kwam ik voorin te staan. Toen hadden we nog helemaal een Lunterse ploeg. Henkie Goor stond rechts achterin. Verder had je nog Joop Geuring, Mark Veldhuizen, Rudi Ruttenberg, noem maar op.’’
WAGENINGEN Met Van Laar in de spits werd Lunteren kampioen in de derde klasse en viel hij op bij scouts van profclubs. Hij koos voor een avontuur bij Wageningen. Dat uitstapje duurde overigens maar één seizoen. ,,Op dinsdagavond speelde ik in het tweede en ‘s zaterdags in de A1. Ik scoorde dat seizoen 33 keer en werd topscorer bij de landelijke jeugd. Na dat seizoen kon ik ook blijven, maar het was geen vetpot bij Wageningen. Ik kon een baan krijgen bij een uitgeverij en besloot weer om bij Lunteren te voetballen.” Wat dat betreft miste hij de club en de gezelligheid toch wel. ,,Ook had ik denk ik niet de mentaliteit om het te redden als profvoetballer’’, is Van Laar, die al sinds 1992 bij de BDU in de buitendienst werkt, zelfkritisch. ,,Ik werd altijd gezien als een luie spits en dat beeld klopte wel een beetje. Als ik wist dat ik een bal waarschijnlijk niet zou halen, dan liep ik er niet eens op en aan meeverdedigen had ik een hekel. Ik had ook mijn tekortkomingen. Zo miste ik de startsnelheid die je nodig hebt voor topvoetbal. Mijn sterke punten waren dat ik sterk aan bal was, goed kon kappen en draaien, tweebenig was en ook wel aardig kon koppen. Uiteindelijk heb ik zo’n 200 doelpunten in het eerste gemaakt. Dat is toch wel een mooi aantal.’’
Van Laar maakte ook de terugval mee, daar had hij niet eens zoveel moeite mee. ,,Na het kampioensjaar speelden we nog twee jaar in de eerste klasse. Lodewijk de Kruijf vertrok naar TOP Oss en Peter van Eck stopte. Daardoor werden we al wat minder sterk. Toen we degradeerden naar de tweede klasse vertrok er nog een aantal spelers en drie jaar later degradeerden we weer. Daarna keerde Lunteren nog wel even terug in de eerste klasse, maar op dat moment was de hoofdklasse er al, dus dat was niet meer het hoogste amateurniveau. Wat ik al eerder zei. Het was gewoon heel bijzonder dat wij met Lunteren bijna tien jaar lang in de top van het amateurvoetbal mee hebben gedaan en prachtige wedstrijden hebben mogen spelen tegen clubs als DOVO, GVVV, Bennekom, IJsselmeervogels en Spakenburg. Het niveau waarop Lunteren nu speelt, past meer bij de grootte van de club.’’
ROOFBOUW Op zijn 31ste is hij lager gaan voetballen. ,,Het ging gewoon niet meer. Ik kreeg steeds meer last van mijn enkels en knie. Ik denk dat ik ook te vaak mee heb gedaan terwijl ik dan beter rust had kunnen houden. Ik heb ook wel eens een spuit in mijn enkel of lies laten zetten om toch maar mee te kunnen doen, daardoor heb ik wel roofbouw op mijn lichaam gepleegd. Nou ja, ik heb natuurlijk wel zestien jaar lang in het eerste gevoetbald, dan is het ook wel een keer genoeg geweest. Tot mijn 44ste heb ik nog gevoetbald bij Lunteren en toen ben ik echt gestopt.’’
Of ik er spijt van heb dat ik nooit ergens anders ben gaan voetballen? ,,Hmm, misschien had ik toch naar DOVO moeten gaan, besef ik achteraf. Daar ben ik ook wel eens op gesprek geweest. Zij hadden met Dragan Ristic en Freek Wittenrood twee geweldige buitenspelers. Dat was echt een club die mij had gepast. Ach, ik was een Lunterse jongen, wist wat ik hier had en was echt een gezelligheidsjongen. Bovendien pushte Jur Drok me altijd om te blijven. Ik had het ook niet slecht bij Lunteren. Ik vond het ook wel wat hebben om bij je eigen ‘cluppie’ de gevierde man te zijn en vergeet niet, de kantine van Lunteren was net een grote kroeg. Als we wonnen was het feest en als je verloor dan kreeg je het te horen hoor. De supporters waren ook kritisch. Ook tegen mij als Lunterse jongen. Als ik een paar weken niet scoorde dan kreeg ik dat zeker te horen. Ik heb de gouden periode van dichtbij mee gemaakt en dat had ik absoluut niet willen missen.’’
Tegenwoordig komt hij niet veel meer op de club. ,,Op zaterdag help ik in de zaak van mijn vrouw. Zij heeft een fietsenwinkel, Veda Bikes in Ede. Die naam staat op de shirts van Lunteren, zo doe ik toch nog wat voor de club, haha. Ik volg Lunteren nog wel op de voet. Johan van Roekel is grensrechter bij het eerste. In de rust stuurt hij altijd een WhatsApp-berichtje met de tussenstand en meteen na afloop de uitslag. Ook al kom ik er tegenwoordig wat minder, Lunteren is nog altijd mijn club hoor.’’
![]()
Het kampioensteam van vv Lunteren in 1993. Staand van links naar rechts: Wouterus van de Geest, Maarten Boekenoogen, Dick van Laar, Bert Zeggelaar, Joop van de Groep, Ömer Tirgil en Ton Wareman. Gehurkt vanaf links: Peter van Eck, Ruud van de Peppel, Elbert Schreuder, Patrick Dorrestein en Lodewijk de Kruijf.
















