Ingezonden brief: 'Syndroom van Down'
1 mei 2013 om 00:00 NieuwsMijn jarenlange ervaring als voorzitter van het bestuur van de Stichting Protestant Christelijk Streekziekenhuis te Bennekom en daarop aansluitend als voorzitter van de Raad van Toezicht van de Stichting Ziekenhuis Gelderse Vallei te Ede en min of meer gelijktijdig als voorzitter van het Bestuur van de Vereniging en de Raad van Toezicht van de Stichting 's Heeren Loo gaf mij aanleiding inzake de abortuskwestie een zogenaamd Open Brief aan het Bestuur van het Ziekenhuis Gelderse Vallei te sturen.
Betreft: abortus bij foetus met Syndroom van Down
Geacht college,
Gedurende lange tijd was ik als voorzitter van de Raad van Toezicht nauw bij het Ziekenhuis Gelderse Vallei betrokken. Nu ben ik een buitenstaander en vernam eerst enkele weken geleden van uw besluit om abortus bij een foetus met het syndroom van Down desgevraagd uit te voeren.
Dit is voor mij aanleiding om enkele overwegingen die u, naar ik aanneem, bekend zijn, opnieuw onder uw aandacht te brengen in de hoop dat bezinning op dit vraagstuk tot heroverweging van uw standpunt zal leiden.
In onze westerse maatschappij die doortrokken is van het joods-christelijke en humanistische gedachtegoed staat beschermwaardigheid van leven, ook als dat nog niet geboren is, hoog in het vaandel.
In de regio waarin het ziekenhuis Gelderse Vallei functioneert, wordt daaraan in bijzondere mate gehecht. Om die reden is bij de fusie van de vier regioziekenhuizen in 1987 overeengekomen dat abortus alleen zal plaats hebben op medische gronden.
De president van de rechtbank te Arnhem heeft naar aanleiding van een daarop aangespannen kort geding bepaald dat het bestuur van een ziekenhuis de vrijheid heeft binnen bepaalde randvoorwaarden een eigen koers in deze te bepalen.
U kunt terecht aanvoeren dat het in 1987 nog niet mogelijk was om door middel van een echo-onderzoek binnen de eerste 20 weken van de zwangerschap te bepalen of van het Down syndroom sprake is. Dit is een nieuw feit, maar het doet naar mijn inzien aan de in de vorige alinea gememoreerde afspraak echter niets af.
Daar komt nog iets bij. De huidige ontwikkelingen van de medische en bio(techno)logische wetenschap zullen het zeker mogelijk maken dat op afzienbare termijn door echo-of vruchtwateronderzoek andere wenselijke of minder wenselijke kenmerken tijdens de zwangerschap kunnen worden vastgesteld. Zou op grond van zulke uitkomsten desgevraagd opnieuw abortus moeten worden uitgevoerd? Dat zou gaan lijken op een toekomst waarvan een bekend schrijver reeds enige decennia geleden een spookbeeld schetste. Ik hoop dat u dat ook niet wenselijk vindt.
Voorts breng ik onder uw aandacht dat er tussen mensen met het syndroom van Down een grote spreiding in vaardigheden bestaat. Er zijn mensen die, zij het op eenvoudig niveau, vrijwel normaal kunnen functioneren. Door verbeterde gezondheidszorg is bovendien de levensverwachting aanzienlijk toegenomen en bereiken thans mensen met het syndroom van Down de AOW leeftijd, terwijl zulke mensen vroeger meestal niet oud werden.
Tenslotte wijs ik er op dat de zorg voor zwakken, waaronder mensen met een handicap, vanuit de joods-christelijke en humanistische levensvisies nog steeds een belangrijke plaats inneemt. Uit eigen ervaring weet ik dat in veel daarop gerichte organisaties mensen met grote toewijding en liefde werkzaam zijn.
Ik hoop dat het voorgaande voor u aanleiding is om uw standpunt te heroverwegen.
Met vriendelijke groeten,
W.IJ. Aalbersberg
Wageningen












