
Natuurcolumn Michael de Vries over een overwinterende lepelaar: ‘De vogel trok zich niets aan van de kou’
5 februari 2025 om 15:31 Opinie Columns Nieuws uit EdeEDE Soms is het leuk om eens terug te denken aan de tijd dat je als jonge jongen begon met de belangstelling krijgen voor de natuur. Destijds begon ik als vogelaar en ieder weekend ging ik op pad en noteerde ik alle vogels die ik zag tijdens een wandeling in het bos of in een natuurgebied zoals de Blauwe Kamer bij Rhenen.
door Michael de Vries
Bij dat terugdenken komen soms soorten voorbij die je destijds veel zag, maar welke inmiddels zeldzaam zijn geworden. Maar andersom gebeurt dit ook. In die tijd zag ik soorten die toen voor mij enorm zeldzaam waren. Inmiddels zijn enkele van die soorten zo succesvol gebleken dat ik ze geregeld zie en ze bijna als ‘gewoon’ gezien kunnen worden.
Zo kan ik mijn eerste ontmoeting met de ijsvogel en de blauwborst nog goed herinneren. Ik weet nog precies waar dat was en hoe ik me op dat moment voelde. Datzelfde had ik ook met mijn eerste lepelaar. Ik liep samen met mijn vader op het schelpenpad, onderaan de Grebbeberg en zag vanuit daar dat ín de Blauwe Kamer een lepelaar stond. Deze vogel kende ik enkel uit de boekjes en wat vond ik het bijzonder dat ik hem zag. Uit enthousiasme klapte ik in mijn handen. Op dat moment vloog de vogel weg.
Of dat door mijn klappen kwam? Ik heb geen idee. Waarschijnlijk was het meer toeval, want tussen mij en de lepelaar zat minimaal driehonderd meter. In de jaren die volgden, zag ik het aantal lepelaars steeds meer toenemen en inmiddels zit er iedere zomer een kolonie van tientallen vogels bij de Blauwe Kamer.
Zodra de winter komt vertrekken ze om in het voorjaar weer terug te keren. Althans, in theorie. Doordat de winters in ons land steeds minder koud zijn, valt het me steeds vaker op dat bepaalde soorten niet meer wegtrekken, maar ervoor kiezen om hier gewoon te blijven. Onlangs liep ik in het Binnenveld en hoewel de temperatuur niet boven het vriespunt kwam, keek ik mijn ogen uit toen ik een nog jonge lepelaar zag staan die rustig de veren stond te poetsen. De vogel trok zich niets aan van de kou, terwijl ikzelf met half bevroren vingers door mijn handschoenen heen enkele opnames probeerde te maken.
Toch wel bijzonder om zo’n lepelaar in deze periode vast te kunnen leggen, al hoop ik maar dat het de komende weken minder koud zal worden. Zowel voor mezelf als voor deze lepelaar.
Meer columns op Ede Stad.nl lezen? Je vindt ze in dit dossier.

















