Afbeelding
Pixabay

Iets minder Edese kinderen groeien op in armoede

Maatschappelijk

EDE Steeds minder kinderen groeien op in een gezin dat moet rondkomen van een laag inkomen. In de gemeente Ede groeide in 2020 4,7 procent van de kinderen op in een huishouden met armoederisico. Een jaar eerder ging het nog om 4,8 procent van de kinderen. Dat blijkt uit een analyse van LocalFocus op basis van recent gepubliceerde CBS-cijfers. 

Het statistiekbureau spreekt van een ‘kans op armoede’ als een gezin moet rondkomen van een inkomen onder de lage-inkomensgrens. Vorig jaar maakte zo’n zeven procent van de kinderen in Nederland onderdeel uit van zo’n gezin, in totaal iets meer dan 221.000 kinderen. Zeven jaar eerder waren dat er nog 331.000. Toch groeit nog altijd een op de veertien Nederlandse kinderen op in een gezin met armoederisico. In de gemeente Ede gaat het volgens het CBS om zo’n 1200 kinderen (afgerond op honderdtallen).

Op deze kaart vind je per gemeente het aantal en het percentage kinderen dat (in 2020) opgroeit in een gezin met een inkomen onder de lage-inkomensgrens. Het aantal kinderen is afgerond op honderdtallen. Klik je op de kaart op een gemeente, dan vind je ook het percentage over 2019 terug, net als het aantal en percentage kinderen dat vorig jaar al vier jaar of langer sprake was van armoederisico. 


MINDER GEZOND Kinderen uit een gezin met een laag inkomen voelen zich dubbel zo vaak ongezond en hebben ook dubbel zo vaak last van overgewicht ten opzichte van kinderen uit ‘rijkere’ gezinnen. Het CBS meldt verder dat relatief veel kinderen die het risico lopen om in armoede op te groeien uit een eenoudergezin komen. Ook kinderen uit een huishouden met een migratieachtergrond lopen meer risico op armoede. In een eenoudergezin is vaker maar één kostwinnaar ten opzichte van gezinnen met twee ouderfiguren. Daarnaast moeten eenoudergezinnen en gezinnen met een migratieachtergrond vaker rondkomen van een bijstandsuitkering.

PROVINCIES Zuid-Holland telt -zowel in absolute aantallen als relatief- de meeste kinderen die opgroeien in een gezin dat vorig jaar van een inkomen onder de lage-inkomensgrens moet rondkomen. In deze provincie gaat het om bijna 8,5 procent van de kinderen. In Gelderland, Overijssel en Utrecht is dat percentage een stuk lager: het gaat in deze provincies om nog geen zes procent van alle kinderen. 

Bekijk in onderstaande grafiek de cijfers per provincie of landelijk.


GEMEENTEN Van alle gemeenten telt Rotterdam relatief de meeste kinderen die opgroeien in een arm gezin. Het gaat in de Maasstad om 14,3 procent van de kinderen, zo’n een op de zeven. Ook in Amsterdam en Zuid-Limburgse gemeenten als Heerlen en Kerkrade is dit aandeel aanzienlijker hoger dan gemiddeld. Drie procent van de kinderen is onderdeel van een gezin dat niet alleen vorig jaar, maar al vier jaar op rij rond moet komen van een inkomen onder de lage-inkomensgrens. Ook hierbij ligt dat in Rotterdam het hoogst.

OVER DE CIJFERS De lage-inkomensgrens wordt door het CBS gebruikt om armoede in kaart te brengen. Deze grens staat voor een vast koopkrachtbedrag en wordt jaarlijks gecorrigeerd voor de prijsontwikkeling. Het bedrag lag in 2020 op netto 1.100 euro per maand voor een alleenstaande. voor een paar met twee minderjarige kinderen gaat het om 2.110 euro, voor een eenoudergezin met twee minderjarige kinderen is dat 1.680 euro.

advertentie